Eerst een stempel verdienen en dán pas geld ontvangen

Opleidingen die subsidie van de overheid willen, moeten in de toekomst eerst een kwaliteits- keurmerk verdienen. De NAO controleert.

Op dit moment leidt hij nog een papieren organisatie. Collegevoorzitter Loek Vredevoogd van de Universiteit Leiden wijst naar een statig pand op het Lange Voorhout in Den Haag, waar de Nationale Accreditatie Organisatie (NAO) binnenkort gevestigd wordt. Hij zit nu nog in zijn eentje aan de overkant van de straat, in een tijdelijk onderkomen.

Sinds kort is Vredevoogd voorzitter van de NAO. Binnen een paar jaar beslist deze nieuwe organisatie over het voortbestaan van alle Nederlandse opleidingen die geld van de overheid krijgen. ,,Het gaat strenger worden in het hoger onderwijs'', zegt Vredevoogd. ,,Opleidingen die ons keurmerk verliezen omdat zij niet aan de criteria voldoen, kunnen niet langer op overheidsgeld rekenen.''

Het Nederlandse hoger onderwijs moet de invoering van de Angelsaksische bachelor-masterstructuur niet alleen aangrijpen om de opleidingen te veranderen, vond voormalig minister Hermans (Onderwijs). Ook de manier waarop die opleidingen gecontroleerd worden op de kwaliteit, moet naar Angelsaksisch model. ,,Het hoger onderwijs moet in de wereldtoptien'', vond hij. En daarom moest de onderwijsmarkt doorzichtiger worden voor buitenlandse studenten en het bedrijfsleven.

Het Nederlandse stelsel van visitatie, waarbij instellingen elkaars opleidingen controleren, is in zijn huidige vorm uit de tijd, vond Hermans. Voortaan zouden opleidingen een keurmerk moeten verdienen om te mogen blijven voortbestaan. Dit is gebaseerd op het in Groot-Brittanië en de Verenigde Staten gangbare systeem, waar opleidingen het predikaat `commandable' moeten verdienen om aanspraak te maken op overheidsgeld. Hermans richtte in juni de NAO op, dat op onafhankelijke basis over een paar jaar deze keurmerken gaat uitdelen. Opleidingen moeten voldoen aan een aantal basiscriteria. Als zij daaraan voldoen, krijgen zij een stempel.

Vredevoogd: ,,Ik verwacht meer concurrentie tussen Europese hogescholen en universiteiten. Alle informatie over hun opleidingen zal binnenkort openbaar worden. En concurrentie is weer goed voor het niveau van het hoger onderwijs.''

Opleidingen krijgen nu eens in de vijf jaar bezoek van visitatiecommissies, die beoordelen of de kwaliteit in orde is. Wat is daar verkeerd aan?

,,Dat systeem van visitatie werkt over het algemeen goed. De commissies blijven bestaan en opleidingen blijven elkaar bezoeken. Maar dat is vooral een intern controlemiddel. Het éindoordeel over opleidingen komt in onze handen. De buitenwereld heeft ook recht op verantwoording. Het gaat om publiek geld en de samenleving moet weten of belastinggeld goed besteed is.

Ander voordeel is de internationale vergelijkbaarheid. Een eenvormig systeem van accreditatie zorgt ervoor dat studenten in heel Europa kunnen zien welke opleiding uitblinkt. Ook voor het bedrijfsleven is dat interessant, als zij studenten met een bepaalde specialisatie zoeken.''

Maar hoe werkt dat, als ik de universiteit in Leiden wil vergelijken met die in Lissabon?

,,Studenten moeten weten waar in Europa hún opleiding het best gegeven wordt. Daarom zal alle informatie over de geaccrediteerde Europese opleidingen openbaar overzichtelijk en toegankelijk worden. Om te kunnen vergelijken, gaan we niet alleen controleren of een opleiding aan de maat is en een stempeltje verdient, ook de toegevoegde waarde van de opleiding onderzoeken we. De ene studie Bedrijfskunde heeft betere computerfaciliteiten en de andere topdocenten. De opleiding mag zelf aangeven waarin zij zich profileert. Daarmee leveren we in feite bouwstenen voor nationale en internationale ranglijsten.''

Opleidingen die niet langer voldoen, verliezen straks hun subsidie en kunnen wel sluiten. Bevordert het nieuwe stelsel geen defensief gedrag van instellingen, nu hun voortbestaan in gevaar is?

,,Het gevaar bestaat inderdaad dat opleidingen zich keurig aan de regeltjes gaan houden en vernieuwend onderwijs en onderzoek uitbannen. Daarom gaan we de opleidingen, lang voordat we langskomen, waarschuwen over de punten waar we straks op gaan letten. Zo kunnen we krampachtig gedrag van instellingen voorkomen.''

Veel universiteiten en hogescholen reageerden vorig jaar helemaal niet zo positief op de oprichting van de NAO. Zo zijn sommige collegevoorzitters bang voor meer bureaucratie, omdat er naast de visitaties een extra controleur komt die gaat turven aan welke criteria een opleiding al dan niet voldoet.

Vredevoogd kan zich bij die kritiek wel iets voorstellen, maar vindt dat de overheid moet snijden in het aantal regels. ,,Wij willen het liefst de bureaucratie terugdringen. En dat kan ook, als de overheid zich minder met het onderwijs op de instellingen bemoeit en vooral afrekent op resultaat. Daarom willen we goed vastleggen aan welke eisen afgestudeerde bachelors en masters moeten voldoen en ons niet te veel met het onderwijsproces bemoeien. Laat dat maar aan de instellingen over. En als je je vooral richt op het eindresultaat, worden sommige regels overbodig.

,,Daarin gaan we verschillen van de Verenigde Staten. Daar worden opleidingen met name geaccrediteerd met de `input' als criterium, dus of de docenten goed zijn en of de studenten aan alle eisen voldoen. Die kant gaan we niet op, denk ik.''

Ondanks de voornemens om te veel regels en bureaucratie te voorkomen, lijken eerste proeven met accreditatie eerder het tegenovergestelde te bereiken. Uit een onderzoek van de Universiteit Twente in juni bleek dat de tien onderzochte hogescholen handenvol werk hadden aan de accreditatie en dat de resultaten volgens de onderzoekers ,,niet objectief'' te noemen waren.

Het accreditatieorgaan kreeg verder felle kritiek van de hoogleraren strafrecht mr. A. Koekkoek en mr. C. Kortmann, omdat de onafhankelijke en dus oncontroleerbare NAO de opleidingen vooraf toetst op hun bestaansrecht. Kortmann: ,,Stel je voor dat de omroepen van tevoren moeten aangeven wat ze gaan uitzenden en dat op grond daarvan wordt beslist of ze mogen blijven bestaan. Dat is een Sovjetsysteem, totalitaire politiek!''

Vredevoogd: ,,Dat is dus echte onzin. We willen juist zo min mogelijk de eisen dichtregelen waaraan de opleidingen moeten voldoen. Dat is in het verleden veel te veel gebeurd. Met nieuwe opleidingen zullen wij toetsen of het onderwijsprogramma goed is ingericht en of er voldoende belangstelling bij studenten is. Met bestaande opleidingen onderzoeken we of ze de beoogde prestaties leveren.''