Een kampioen zonder kapsones

Onopvallend draaide de Spaanse wereldkampioen Oscar Freire (26) deze week zijn kilometers in de Ronde van Nederland, als voorbereiding op de Vuelta. ,,Pas toen ik beroepsrenner geworden was, ontdekte ik dat ik kon sprinten.''

Dinsdagochtend, bij de start van de Ronde van Nederland, ging hij op het Jaarbeursplein in Utrecht op de foto met een meisje dat met flair de Spaanse vlag als een sjaal over zichzelf en de wereldkampioen had gedrapeerd. Klik, handtekening, zoen. Weer had Oscar Freire een toeschouwer gelukkig gemaakt. De regenboogtrui werkt als een magneet. ,,Voordat ik wereldkampioen werd, kenden alleen de mensen in mijn dorp me, sindsdien kijkt iedereen naar je. Vooral in het begin vond ik het vreemd om zelfs op straat herkend te worden'', zegt Freire een dag later in hotel-restaurant Tante Sien in Vasse, een gehucht dat is weggestopt in de bossen bij Tubbergen. ,,Ik vond het moeilijk om mezelf een houding te geven.''

Het zijn niet altijd `normale' wielerfans die het pad kruisen van de wereldkampioen. Halverwege het vraaggesprek in een zithoek van het etablissement staat een paar meter verderop een man druk te gebaren naar Freire. Na een verbale toelichting van zijn gesticuleren, als reactie op de verbaasde blik van Freire, blijkt dat hij graag het T-shirt van de tweevoudig wereldkampioen wil hebben, een wit exemplaar met de naam van de sponsor erop, Mapei. Geen denken aan, maakt de verbouwereerde Spaanse renner duidelijk aan de opdringerige passant. Freires Italiaanse ploeggenoten, die deze avond in hetzelfde vertrek op ontspannen wijze bijkomen van de uitgebreide avondmaaltijd, inclusief een goed glas wijn, verbazen zich over zoveel impertinentie.

Vrij onverwacht belandde Freire de afgelopen week in Nederland, voor zijn eerste deelname aan de Ronde van Nederland. Hij verving zijn Hongaarse ploeggenoot Laszlo Bodrogi. ,,Het is een goede voorbereiding op de Ronde van Spanje, er is hier geen enkele druk.'' Uit de problemen blijven en de risico's op ongelukken minimaliseren is voor Freire deze week belangrijker dan een etappe winnen.

Na zijn eerste Tour de France – een avontuur dat resulteerde in een etappezege (in Saarbrücken) en eindigde als gevolg van een valpartij in de zevende etappe (naar Avranches) – was hij al even in ons land. In Roosendaal reed hij een criterium, de Draai van de Kaai. Noodweer was het die avond, de koers werd ingekort.

,,In Spanje mag het weer dan beter zijn, maar niemand zit er op de fiets. Iedereen neemt de auto of de motor. De mensen zijn nogal lui. In Nederland is het weer slechter, maar hier zit wel iedereen op de fiets. Het valt me op dat in Nederland de wegen ook zo goed voor fietsers zijn ingericht. Bij ons is het op de openbare weg levensgevaarlijk om te fietsen.'' Niet zelden worden renners in Spanje tijdens de training aangereden, soms met dodelijke afloop, zoals anderhalf jaar geleden in het geval van Kelme-renner Ricardo Otxoa. Diens broer Javier raakte zwaar gewond.

,,Waar ik woon is niet zoveel verkeer, Torrelavega is geen Barcelona of Madrid, maar toch moet je goed oppassen als je bij ons de weg opgaat'', zegt Freire, die nog steeds bij zijn ouders woont, in een appartement in het Noord-Spaanse dorp Torrelavega, bij Santander. Zijn favoriete trainingsrondje is een 38 kilometer lang geaccidenteerd parkoers rondom zijn woonplaats. En hij kan in Torrelavega terecht op een wielerbaan, onderdeel van een sportcomplex dat zijn naam draagt. Met een atletiekbaan, een voetbalveld en een velodrome. ,,Het geeft een mooi gevoel om je naam daar in grote letters te zien staan als je daar binnengaat om te trainen.''

Op die wielerbaan in Torrelavega rijdt hij nog regelmatig zijn rondjes achter de brommer van zijn zeven jaar oudere broer Carlos, degene die hem stimuleerde om te gaan fietsen. Oscar was toen negen. Met 65 kilometer per uur scheuren de gebroeders Freire daar regelmatig over de baan. ,,Wel zo prettig dat je daar niet op ander verkeer hoeft te letten.''

De Ronde van Frankrijk, de Ronde van Nederland, de Ronde van Spanje; je zou bijna denken dat Oscar Freire een ronderenner is, de discipline die in Spanje het meest wordt gewaardeerd. Maar eigenlijk vindt hij al die etappekoersen maar niks. Ze duren hem al gauw te lang. ,,De grote ronden zijn natuurlijk belangrijk, maar ik heb er nog nooit één uitgereden'', zegt hij bijna trots. ,,Twaalf dagen in de Ronde van Spanje, vorig jaar, is mijn record. Toen ben ik afgestapt omdat ik voelde dat dat voor mijn voorbereiding op het WK het beste was.'' Volgende maand zal het tijdens de Vuelta niet veel anders zijn. ,,Twee keer deed ik mee aan de Ronde van Spanje, één keer aan de Tour. Tijdens mijn eerste Ronde van Spanje ben ik uitgevallen met een schouderblessure; en onlangs in de Tour na een valpartij.'' Vroeger kon hij wel het geduld opbrengen om de grote wielerrondes op televisie uit te kijken. ,,Ja, drie weken voor de tv, dat was een stuk gemakkelijker.''

Binnen zijn specialisme van wielerwedstrijden van één dag blinkt Freire uit in de belangrijkste wedstrijd van het jaar: het wereldkampioenschap op de weg. In 1997 reed hij op het WK in eigen land, in San Sebastian, naar de tweede plaats bij de amateurs. ,,Een jaar later, in Balkenboerg (Valkenburg, red.) had ik niet zoveel geluk.'' Freire reed lek en eindigde als nummer zeventien. Toch niet slecht voor een debuterende beroepsrenner.

In de daaropvolgende drie jaar stond de kleine Spanjaard drie keer op het podium: in Verona (1999) en Lissabon (2001) in de regenboogtrui van de wereldkampioen, daar tussenin, twee jaar geleden in Plouay, als winnaar van de bronzen medaille. Met zijn 25 jaar gold Freire vorig jaar in Lissabon als de jongste tweevoudig wereldkampioen ooit.

De kans dat op 13 oktober in het Belgische Zolder opnieuw een sprinter wereldkampioen wordt, is groot. Zelden is een WK-parkoers vlakker geweest. En daardoor ook gevaarlijk, voorspelt de Spanjaard, met veel valpartijen. Hoe groot is zijn honger naar een derde wereldtitel? ,,Het zou mooi zijn om nog een keer wereldkampioen te worden, maar als ik niet win is er nog niks aan de hand. Ik ben al heel blij met wat ik nu heb bereikt. Ik had dit nooit voor mogelijk gehouden. Ik ontdekte bijvoorbeeld ook pas in mijn eerste jaar als prof, in 1998, dat ik kon sprinten. Daarvoor won ik alleen maar wedstrijden als ik in een kleine groep naar de finish reed.''

Freire, ooit treffend omschreven als `een sprinter met het lichaam van een klimmer', had het WK-parkoers graag wat zwaarder gezien. Het circuit van Zolder is hem te vlak. ,,Het kan goed voor me uitpakken, maar ook helemaal verkeerd.''

Fysiek heeft Freire zich nog nooit zo goed gevoeld als dit jaar. Beide wereldtitels veroverde hij aan het eind van twee seizoenen met een minimum aantal koersdagen. Aanvankelijk had hij ernstige knieproblemen, vervolgens had hij lange tijd last van zijn rug. ,,Buiten een kleine blessure waardoor ik de Ronde van Vlaanderen moest missen heb ik geen problemen gehad. Ik heb ook nog nooit zoveel wedstrijddagen gekend als dit jaar; een persoonlijk record. En dan heb ik de Ronde van Spanje nog voor de boeg.'' Het had weinig gescheeld of de Spanjaard was met een handicap door het leven gegaan: toen hij anderhalf jaar oud was leidde een virusziekte bijna tot de amputatie van zijn rechtervoet.

Als een voor velen volslagen onbekende renner won Freire drie jaar geleden zijn eerste wereldtitel. Als Oscar Freire Gomez stond hij op de startlijst. Het laatste deel van zijn naam is de achternaam van zijn moeder, Raquel Gomez. Waar zijn eigenlijke achternaam die van zijn vader is, Antonio Freire, bestond een Italiaanse krant het om in de kop `de Spanjaard Gomez' wereldkampioen te laten worden.

Die dag in Verona, 10 oktober 1999, veranderde het leven van Freire op slag. Als hij het WK anoniem had verlaten, met een klassering in de achterhoede, dan was zijn contract bij zijn toenmalige ploeg Vitalicio waarschijnlijk niet meer verlengd en was het niet ondenkbaar geweest dat hij gestopt zou zijn met wielrennen. Gelukkig maar dat hij niet eerder dat jaar op het aanbod van Vitalicio was ingegaan om zijn contract, voor een aanzienlijk lager salaris, te verlengen en had besloten om tot na het WK te wachten. Met de wereldtitel op zak wilde bijna elke ploeg hem wel hebben. Rabobank bijvoorbeeld. Het werd een driejarig contract bij Mapei, waar de Belg Patrick Lefevere toen nog ploegleider was, en waar 's werelds beste eendagsrenners op de loonlijst stonden, zoals Johan Museeuw en Andrea Tafi. Dat Freire geen eendagsvlieg was, heeft hij inmiddels overduidelijk bewezen. ,,Tweederangsrenners worden geen wereldkampioen'', zegt Freire zonder een zweem van opschepperij.

Mapei houdt na dit seizoen op te bestaan, maar over zijn toekomst maakt Freire zich geen zorgen. ,,Ik hoef nu niet per se te wachten tot na het WK met het tekenen van een contract. De mensen weten nu wat voor een renner ik ben en wat mijn waarde is. Ik heb verschillende aanbiedingen gehad, maar ik neem geen overhaaste beslissing.''

Toch veranderde niet alles vanaf het moment dat Freire de regenboogtrui aantrok. Tot op de dag van vandaag bleef hij bijvoorbeeld bij zijn ouders wonen, in Torrelavega. Tot twee jaar geleden deelde hij zijn kamer nog met zijn broer Christian. ,,Ik ben een huis aan het bouwen, maar dat is pas in december klaar.'' De Opel Corsa waarop hij zichzelf na die eerste wereldtitel trakteerde heeft hij ook nog. Inmiddels staat er ook een BMW in de garage, maar veel kilometers maakt Freire met zijn wagens niet: zijn leven speelt zich buiten de wedstrijden en trainingen om voornamelijk af in de teambus, vliegtuigen en hotels.

Overdadige luxe is aan de wereldkampioen niet besteed. In zijn eerste jaar bij Mapei zat hij wel eens achter het stuur van de Ferrari van zijn toenmalige ploeggenoot Michele Bartoli. Tot zijn verbazing verving de Italiaan de banden van zijn bolide elke 5.000 kilometer. Zijn Corsaatje ging pas na 50.000 kilometer naar de garage voor nieuwe banden. Die soberheid en eenvoud tekent het karakter van Oscar Freire. Behalve een groot wielerkampioen is hij gewoon een aardige jongen, wars van kapsones en gelukkig met simpele dingen. Voor een glas Cantabrische melk en sobao, gebak uit zijn geboortestreek, kun je Freire wakker maken.

De serveerster in hotel-restaurant Tante Sien valt van verbazing bijna achterover als ze hoort dat het de wereldkampioen wielrennen is die ze zojuist een kop thee heeft gebracht. Zo'n vriendelijke jongen ook. Eentje die nog met twee woorden spreekt.