Doodgewone overval

Onlangs las ik een schokkend artikel over een man die op weg naar huis werd overvallen door een drietal ontspoorde jongeren (`Een doodgewone overval', 27 juli). Het artikel was niet alleen schokkend wegens de gewelddadigheid van de overvallers, maar ook wegens de onverschilligheid van de omstanders en zorgverleners.

Het artikel heeft veel reacties opgeroepen. Een klein aantal daarvan is afgedrukt in Z van 17 augustus. Een van de brievenschrijvers, de heer Drenth uit Haarlem, voelt mee met het slachtoffer, maar verwijt hem bovenal naïef gedrag.

De heer Drenth ,,bericht'' de lezers, dat het onverstandig is om omstreeks half twaalf 's nachts in een oude stadswijk in Amsterdam te fietsen. Hij vindt dat ,,naïef gedrag, een psycholoog onwaardig''.

Om twee redenen schoot deze reactie mij in het verkeerde keelgat. Ten eerste vind ik het buitengewoon laakbaar om een slachtoffer van een overval te verwijten dat hij heeft uitgenodigd tot een overval, alleen maar door op een wat stiller tijdstip gebruik te maken van de openbare weg.

Dat is hetzelfde als de daden van verkrachters vergoelijken door te wijzen op de kleding van het slachtoffer of overvallers van winkels begrijpen door te wijzen op het feit dat er 's avonds geld in de kassa's zit.

Bovendien heb ik me mateloos geërgerd aan de constatering uit de losse pols dat het onverstandig zou zijn om om half twaalf 's avonds door een oude stadswijk in Amsterdam te fietsen: een briefschrijver uit een ingeslapen provinciestad komt de lezers ,,berichten'' dat dat vragen om moeilijkheden is! Ik vind dat schokkend.

Waar haalt meneer Drenth deze ongenuanceerde mening vandaan? Zelf woon ik al decennia in Amsterdam. Ik fiets vaak door de stad, ook door de oude wijken, en ook op de tijdstippen waarover het gaat. En velen met mij. Ik kan de heer Drenth verzekeren dat daar niets onveiligs aan is. Het zou toch te gek zijn om na een bepaald tijdstip niet meer buiten te komen uit angst voor mogelijk kwaad.

Ik zou deze redenering willen omdraaien: ik denk dat de onveiligheid op straat is toegenomen doordat veel mensen, onder wie klaarblijkelijk de heer Drenth, zich verschansen in hun huizen en auto's waardoor zij de openbare ruimte overlaten aan randfiguren.

Angst is een slechte raadgever. Door het eigen huis als burcht te barricaderen en niet meer de deur uit te komen verliest het leven aan kwaliteit, terwijl er geen enkele garantie tegenover staat dat men onheil bespaard blijft. Tegelijkertijd is de kans op een onaangename ervaring op klaarlichte dag in een nette buurt helaas meer dan nul.

Kortom, het is verstandig om voorzichtig te zijn en om maatschappelijke problemen daadwerkelijk te benoemen, maar laten we elkaar niet gek maken met overtrokken beelden van gevaren op plaatsen waar men zelf nooit komt.