Doodgewone overval (2)

Graag wil ik reageren op de ingezonden brieven van R.P.H. Drenth uit Haarlem en Thomas J. Boschloo uit Den Helder in Z van 17 augustus. Beide schrijvers vinden het vreemd dat een succesvol psycholoog 's avonds om half twaalf nog door Amsterdam-West fietst. Eigen schuld dikke bult, is hun onbarmhartige en kortzichtige insinuatie.

De briefschrijvers koesteren waarschijnlijk de illusie dat als je maar verstandig bent, je niets naars kan overkomen. Ik wil ze graag uit de droom helpen.

Ik ben twee keer overvallen. De eerste keer door twee `Marokkaantjes' op klaarlichte dag in het chique Oud-Zuid, alwaar een keurige buurtbewoner gewoon doorging met het snoeien van zijn haag. Nadat mijn belagers waren verdwenen, had hij zelfs niet de compassie zich over mij te ontfermen toen ik me tot hem wendde.

De andere keer werd ik om kwart over zeven 's avonds in de nette Rivierenbuurt door vier jonge Antillianen het ziekenhuis in geschopt, toen ik weigerde mijn studietas af te geven. Ongeluk, mijn heren, is helaas niet afwendbaar en met insinuaties als de uwe krijgt het slachtoffer nog een trap na.