Dommekrachten

Op zaterdag 15 juni vierde de Universiteit van Amsterdam een lustrum met een wetenschappelijke dag voor oud-studenten. Vroeger werden zulke universiteitsdagen georganiseerd door hoogleraren. Er kwam een solide programma, waarin de coryfeeën van de universiteit doorwrochte voordrachten hielden over de stand van de wetenschap. Verantwoord, dat zeker, maar soms een tikje saai. Dit jaar moest anders worden. In plaats van 300 alumni, wilde de universiteit er 3000 trekken en voor dat doel moest de lustrumdag opgeleukt worden. De wetenschappelijke keien mochten nog wel mee doen, maar de regie kwam bij een campagnebureau.

Al spoedig begon het folders te stromen, de één nog leuker dan de ander. `Alumni denken verder', was de slagzin, die het campagnebureau had bedacht. Er zou over prangende en actuele vragen worden gediscussieerd. `U bent van harte welkom. Om de academische batterij weer op te laden.' Als batterij-opladers zouden gerenommeerde alumni en courante professoren fungeren. Als publiekstrekkers werden alumni ingezet die de status van bekende Nederlander hebben bereikt door politieke activiteit of tv-commentaar. Ik werd uitgenodigd om als oplader deel te nemen aan een debat over `mensen maken' en was verguld om als professortje tussen tv-sterren en politici mee te mogen doen.

Na enig getelefoneer kwam de officiële brief van het campagnebureau. Ik zou een bijdrage leveren aan een debat over `Dommekrachten'. Mijn vermoeden dat de computer mijn naam aan een verkeerd onderwerp had gekoppeld, bleek onjuist. De dommekrachten sloegen wel degelijk op het kloneren van mensen. Het bureau dacht dat `door de verontwikkelde (sic) kloontechnieken de mens (in de toekomst) in staat is om mensen te fabriceren die louter geschikt zijn voor hand- en productiewerk'. Vandaar die dommekrachten. Aldous Huxley's `Brave New World' herontdekt. Bij het brainstormen was het campagnebureau blijven steken in 1932. Op de camping komt de jeugd deze zomer niet verder dan het legen van zoveel mogelijk kratten bier en het campagnebureau ziet behoefte aan nog meer dommekrachten!

Ik schreef een knorrige brief terug, zag tot mijn vreugde dat `Dommekrachten' werd vervangen door een zinniger titel, en hoorde niets meer. Drie dagen voor het lustrum ging ik mij afvragen waar ik zou moeten optreden. Bij navraag bleek ik uit het programma geschrapt. Eén kritische brief en je vliegt er uit. Door dommekrachten laat ik mij uiteraard niet wegsturen en zo zat ik op 15 juni toch in een paneldiscussie over `mensen maken'.

Het bureau had ons met wonderlijke teksten opgezadeld, eindigend in de stelling: `Klonen maakt meer kapot dan je lief is'. Toe maar. Het panel maakte korte metten met deze prullen en zo werd het toch nog een aardig gesprek. Ook over 50 jaar zal dat mensen kloneren geen rage worden, dacht het panel. Ouders willen gewoon eigen kinderen, liefst langs de natuurlijke weg. Voor klonering is in vitro fertilisatie nodig en dat is een gecompliceerde en onprettige procedure. Het lijkt niet waarschijnlijk dat voor die procedure simpele technische oplossingen te bedenken zijn. Wie niet hoeft met reageerbuizen, zal de conceptie in bed altijd blijven prefereren.

De Universiteit van Amsterdam was er in geslaagd om veel bekende Nederlanders voor het lustrumprogramma te strikken. Het hooggeleerde panel over `mensen maken' werd opgeluisterd door wethouder-huisarts Rob Oudkerk (1955, Geneeskunde). Na ons mager bezochte debat stroomde de zaal vol voor de `Aantrekkingskracht van het fundamentalisme', een discussie geleid door NRC-columniste Elsbeth Etty (1951, Nederlandse taal- en letterkunde) en met demissionair minister Roger van Boxtel (1946, Nederlands recht) en Jos Punt (1946, Economie, bisschop van Haarlem) als trekkers.

Vanwaar die plotselinge liefde van de universiteit voor haar kroost? Waarom geld geïnvesteerd in het verleden, in plaats van in de huidige generatie? Het antwoord op die vraag kwam van de voorzitter van het College van Bestuur, Sijbolt Noorda. Niet in de gebruikelijke openingsspeech niet vlot genoeg , maar in een interview door televisiester Astrid Joosten (1958, Spaanse taal- en letterkunde, massacommunicatie), die ook in het echt aardiger oogt dan de meeste universitaire bestuurders.

Gevraagd naar de reden voor deze uitdouw, produceerde Noorda eerst een paar dooddoeners voor de aap uit de mouw kwam: in Amerika had hij gezien hoe alumni geld afschuiven naar de universiteit en dat zag hij ook wel zitten. Columbia University gebruikt gewiekste methoden om haar alumni geld afhandig te maken. Laatst had Noorda (1945, Theologie, VU en Columbia University in New York) een envelop met een verfrommeld dollarbiljet toegestuurd gekregen. Dat had Columbia University gekregen van een alumnus, die teruggekeerd was naar de Fiji eilanden. Als zo iemand een dollar over had voor zijn oude universiteit, wat zou een alumnus in het rijke Amsterdam dan wel niet af kunnen schuiven? Noorda glunderde bij de gedachte dat zijn universiteit ook van de goedgeefsheid van 100.000 welvarende alumni zou gaan profiteren.

Het zal mij benieuwen of het geld gaat stromen. Het zal wel nodig zijn, nu het nieuwe kabinet de slagzin `Nederland, kennis-op-een-koopje land' heeft geadopteerd en 143 miljoen euro op de universiteiten gaat bezuinigen. Gevraagd naar het verschil tussen UvA en VU, roemde VU-alumnus Noorda eerst de goede samenwerking, maar voegde daar toen suikerzoet aan toe dat de VU zich natuurlijk meer richt op Amstelveen, Haarlem en Uithoorn dan op Amsterdam. Uithoorn! Ik heb de VU wel eens horen beschrijven als de Universiteit van Buitenveldert, maar Uithoorn, dat was een nieuwtje.

Noorda heeft zijn 2000 bezoekers van de universiteitsdag gekregen en ik wil hem geloven dat zoiets zonder een ingehuurd campagnebureau niet lukt. Het was een engageant programma en ik zie die alumni ook wel terugkomen eens per jaar. Wel vond ik de balans tussen uitbesteding en inbreng van wetenschappelijke staf wat scheef. Een onderwerp als `mensen maken' is ingewikkeld en dat kun je niet aan brainstormende reclamejongens overlaten. De universiteit heeft de mensen om solide informatie te verschaffen en daar mogen alumni ook op rekenen. Bij de opzet van zo'n dag zou die kennis in een vroeger stadium moeten worden ingebracht, zodat het campagnebureau aan een stevige wetenschappelijke leiband blijft. Ik geef toe, deze universiteitsdag was goed georganiseerd, beter dan de meeste academische happenings waar ik kom. Maar een universiteit is geen kermis. Het is toch een plaats waar je komt om dingen te leren, die te saai en te moeilijk zijn om elders onder te brengen en dat zou zo moeten blijven.