`Dick niet ordinair genoeg voor Kamer'

Het vertrek van PvdA'er Dick Benschop uit de Kamer komt niet als een verrassing voor zijn fractiegenoten. ,,De Tweede Kamer is geen beleefde herensociëteit''.

,,Oppositie voeren in het huidige klimaat doet geen beroep op mijn sterke kanten'', zei PvdA'er Dick Benschop gisteren in de brief, waarin hij aankondigde bij nader inzien toch maar af te zien van het Kamerlidmaatschap.

PvdA-Kamerlid Adrie Duivesteijn begrijpt wat hij daarmee bedoelt: ,,Het is een gegeven dat de politiek sinds de laatste verkiezingen platter, ordinairder is geworden, en de Kamer niet langer een vrijplaats is voor het intellectueel debat, dat Dicks terrein is''.

Als voorbeeld noemt Duivesteijn Benschops subtiele beschouwingen van de afgelopen jaren over de toekomst van Europa. ,,In de toekomst zal het toch meer gaan over vragen als `wat gaat dat ons kosten?' Niet iedereen gedijt in een dergelijk klimaat''.

D66-Kamerlid Bert Bakker begrijpt Benschop ook wel: ,,Er moet harde oppositie worden gevoerd, in een klimaat dat niet echt prettig is. Men is hardvochtig tegen elkaar in de Kamer. In het bijzonder voor de PvdA, met die regenteske stijl van de afgelopen jaren, is het een hele toer over te schakelen op het ontspannen oppositie voeren – je ziet gewoon dat ze daar nog steeds woest en razend zijn over de verkiezingsuitslag. Wij bij D66 hebben het makkelijker, want wij wisten eigenlijk al dat we in ieder geval de verkiezingen zouden verliezen''.

Benschop, door premier Kok in 1998 naar Den Haag gehaald om staatssecretaris voor Europese zaken te worden, heeft aanvankelijk wel gemeend het hem door de kiezer op 15 mei verstrekte mandaat te moeten honoreren, maar daar tenslotte toch van afgezien. Velen in Den Haag gingen hem voor: PvdA'ers (Pronk, Vermeend, Herfkens, Vliegenthart, Melkert), maar ook VVD'ers (Jorritsma, Hermans, Dijkstal) en bij D66 Van Boxtel. Ofschoon hun motivaties onderling verschillen, valt in de ontslagbrieven aan de fractievoorzitter toch wel de frequente verwijzing naar het politieke klimaat op.

,,De Tweede Kamer is geen beleefde herensociëteit'', zegt Duivesteijn. ,,Als je vanuit de oppositie dingen aan de orde wilt stellen, dan betekent dat meestal de aanval op bestaande belangen. Dat is een keihard gevecht, de confrontatie waarmee je geen vrienden maakt''. Hij verwijst op dit punt naar zijn eigen recente dreigement, de Kamer van reces terug te roepen wegens de problemen bij de verstrekking van de huursubsidie.

Het werk vanuit de oppositiebankjes is ook heel wat anders dan vanuit een fractie die het kabinet steunt, vindt Duivesteijn. ,,Als je macht hebt, komt iedereen naar je toe, dan ben je zelf geen vragende partij''. In zekere zin vergt de oppositie meer van het Kamerlid, meent hij. ,,Je hebt het de afgelopen jaren goed kunnen zien: niet zo heel sterke Kamerleden uit de coalitiefracties die ontzettend met de borst vooruitliepen, alleen maar omdat zij toevallig deel hadden aan de macht. Het CDA had dat vóór 1994, toen ze in de oppositie kwamen, ook heel sterk''.

Naast deze tegenstelling, die van alle tijden is, zijn er de bijzondere omstandigheden van 2002. Duivesteijn: ,,Ontegenzeggelijk is, met de komst van de LPF, deze Kamer meer een volksvertegenwoordiging geworden. Allerlei groepen die vroeger niet gingen stemmen, hebben dat nu wel gedaan. Deze Kamer zal ook het toneel worden van mogelijk harde confrontatie tussen verschillende groepen in de samenleving. Dat is in het Nederlandse parlement heel lang niet het geval geweest. En de links-rechts-tegenstelling is terug''.

De kunst is, meent Duivesteijn, om aan de ene kant de harde confrontatie in het parlement niet te schuwen, maar tegelijkertijd ,,het debat toch op analyseniveau te brengen''. Ook Bakker meent dat het mede de opdracht is van de oppositie, ,,aan te tonen dat er nog andere typen van argumentatie zijn dan het gelijk van de snackbar''.

Er zijn lichtpuntjes voor de oppositie de komende jaren. ,,Als ik zie hoe het toegaat in het kabinet en met de LPF, dan zou ik zeggen dat het kabinet zijn eigen oppositie organiseert, zonder dat we daar voorshands veel aan hoeven te doen'', meent Bakker. En Duivesteijn is enorm opgevallen dat LPF-fractieleider Herben zich zo opgelucht toonde, omdat de LPF in de Kamer als nieuwkomer door de andere fracties voor het reces enigszins werd ontzien. ,,Het valt wel mee, heb ik hem blij horen zeggen. Nou, dan hebben ze het bij de LPF nog niet helemaal begrepen''.