Deugd is dodelijk

Anders dan zijn heldin Justine trok D.A.F. de Sade altijd aan het langste eind, stelt Pieter Steinz in deel 34 van zijn stoomcursus literatuur.

In een afgeleide vorm ligt zijn naam nog dagelijks op miljoenen lippen; maar zijn romans worden heel wat minder gelezen dan die van moderne navolgers als Gerard Reve en Bret Easton Ellis. Donatien Alphonse François de Sade schreef een dozijn boeken waarin op tientallen manieren de draak wordt gestoken met God, de kerk en de maatschappelijke verhoudingen van het Ancien Régime. Toch is het niet dát wat hem tot een van de controversieelste auteurs aller tijden maakt. De Markies de Sade dankt zijn (in)faam vooral aan zijn creatieve beschrijvingen van kinky sex – van necrofilie en gedwongen triootjes tot vampirisme en het in de negentiende eeuw naar hem genoemde sadisme. `Als het in de bedoeling van de natuur had gelegen dat sperma uitsluitend bestemd was voor de voortplanting', zo placht hij te zeggen, `dan zou zij er wel voor gezorgd hebben dat wij het nooit anders dan tijdens de coïtus verloren.'

Sade (1740-1814) was een kind van de Franse Verlichting, en dus niet zomaar een geilneef, maar een pornograaf met filosofische intenties. Meenden tijdgenoten dat de mens van nature goed is en van zijn ervaringen leert, de Markies maakte duidelijk dat slechtheid de wereld regeert en dat zelfontplooiing van de een doorgaans de vernedering van de ander met zich meebrengt. Neem Sades beroemdste roman, Justine, ou les malheurs de la vertu, over een weesmeisje dat – anders dan haar zuster Juliette – het voornemen heeft om goed en deugdzaam door het leven te gaan. De arme Justine valt van de ene perverseling in de handen van de andere, en sterft na een leven vol verkrachtingen en martelingen aan de gevolgen van een blikseminslag in het kasteel waarin ze eindelijk rust lijkt te hebben gevonden. Life is a bitch and then you die.

`Ik ben een libertijn, maar ik heb beslist niet alles gedaan wat ik bedacht heb', schreef Sade ooit; maar behalve voor verkrachting werd de immorele atheïst veroordeeld wegens vergiftiging, marteling en sodomie. De schelmenroman Justine, waarvan een eerste versie (Les infortunes de la vertu) al dateert uit 1787, werd geschreven in de Bastille, een van de vele gevangenissen en inrichtingen waarin Sade het merendeel van zijn leven doorbracht. De roman beschrijft niet toevallig de wereld als een serie in elkaar overlopende kerkers (roversholen, kastelen, kelders en verworden kloosters) waaruit alleen de dood je kan verlossen. En alsof dat niet erg genoeg is, moet zijn hoofdpersoon ook nog eens de eindeloze filosofische monologen aanhoren waarmee Sade's antihelden hun misdaden onderbouwen.

Veel hebben zijn tijdgenoten eigenlijk niet van Sade gemerkt (of het moest zijn dat hij inderdaad, zoals hij zelf beweerde, door hard uit zijn celraampje te schreeuwen verantwoordelijk is geweest voor de bestorming van de Bastille in 1789). De meeste van zijn geschriften werden verboden (Justine werd in Amsterdam gedrukt), en het manuscript van zijn andere grote roman, Les cent-vingt journées de Sodome, dook pas aan het eind van de negentiende eeuw op. Toen begon Sade's victorie: de psychiater Krafft-Ebing noemde een vorm van seksuele perversie naar hem, de surrealistische beweging eerde hem als een pionier van de zwarte humor en de nietsontziende liefde, en begin jaren tachtig werden zijn werken zelfs opgenomen in de prestigieuze Pléiade-reeks met Franse topliteratuur. Zoals de goddeloze markies zou zeggen: ondeugd legt je geen windeieren.

Volgende week: De (korte) verhalen van Italo Calvino.

Pieter Steinz: ps@nrc.nl