`Christelijke humor is echt cool'

Mede door stemmen van veel jongeren werd het CDA 's lands grootste partij. Nelleke van der Heiden bezocht een evangelisch festival en vroeg jongeren naar wat hen trekt in het geloof.

,,Dank u God, het is echt vet hier'', zegt Aafke-Marie de Ruiter (18) uit Enkhuizen. Met haar vriendin Esther Aanen (17) uit Dordrecht loopt ze zwaaiend met haar armen over het Flevo Festivalterrein in Liempde, Noord-Brabant. Alleen maar leuke mensen en hartstikke mooi weer. Samen met zo'n tienduizend andere jongeren zijn ze naar Flevo Festival gekomen. Het is dé plek om vier dagen lang ongedwongen kennis te maken met God, volgens de organisatie, The Crown, een afsplitsing van de evangelisatiebeweging voor jongeren Youth For Christ.

Ook Arnold (21) en Walter (20) van der Knaap uit Nieuwerkerk aan den IJssel zijn naar Noord-Brabant gekomen voor het (oorspronkelijk in Flevoland gehouden) festival. Al een week van tevoren, om te helpen bij het opzetten van de festivaltenten. Zoals de Holy Dancetent, ,,die stond in een uur of drie.'' Ze komen vooral voor de muziek en voor de mensen. Tevreden kijken ze rond. ,,Op Flevo zie je dat christelijke jongeren eigenlijk heel gewone mensen zijn.''

Mede dankzij veel jonge kiezers werd het CDA dit jaar landelijk de grootste partij en vele tienduizenden jongeren bezoeken jaarlijks de EO-jongerendag en het Flevo Festival. Het lijkt of het christelijk geloof in opmars is onder jongeren.

,,Dat blijkt niet uit cijfers van de kerken'', zegt Hijme Stoffels, hoogleraar sociologie van kerk en godsdienst aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Wel ziet hij in zijn onderzoek dat geloof in religieuze verschijnselen enigszins toeneemt, met name onder jongeren. Twee jaar geleden concludeerde het Sociaal Cultureel Planbureau dat het geloof in leven na de dood en in wonderen sinds begin jaren negentig onder de jongste generatie (geboren na 1960) groeide, respectievelijk van 52 naar 63 procent en van 28 naar 42 procent.

Kerken stromen dus niet vol met nieuwe jonge mensen, maar veel jongeren staan wel open voor religieuze ervaringen en gaan er naar op zoek. Volgens Stoffels past dat in een bredere cultuurverandering. Een overgang van een tijd van Verlichting, `onttovering' en alles willen kunnen verklaren naar een `postmoderne' tijd waarin met name jongeren `post-kritisch' en `neo-spiritueel' zijn. Gefascineerd door het mysterieuze en aangetrokken tot het wondergeloof, aldus Stoffels.

NIEUWSGIERIGHEID

Arnold en Walter merken dat hun ongelovige omgeving nieuwsgierig is naar hun geloof. Walter denkt dat deze belangstelling samenhangt met een gevoel van onveiligheid. Omdat mensen zich niet meer veilig voelen op straat, hebben ze behoefte aan herstel van normen en waarden. Arnold, die sinds kort op kamers woont in Rotterdam, praat graag over zijn geloof. Hij gaat niet af op mensen om ze te bekeren, maar als het ter sprake komt, vertelt hij wat het geloof voor hem betekent. ,,Weten dat je nooit alleen bent, dat je altijd een vriend hebt om mee te praten. Het maakt me zelfverzekerd en rustig.'' Het geloof geeft Walter steun en het bepaalt zijn omgang met mensen. ,,Vanuit mijn geloof heb ik geleerd mensen niet op het eerste gezicht te beoordelen.''

De broers gaan eens per maand naar de kerk, naar een speciale dienst van een half uur die pas om kwart over twaalf begint en evangelisch is. Gewone kerkdiensten vinden ze saai, in evangelische diensten zit meer muziek en er worden opwekkingsliederen gezongen, vrolijker en aansprekender dan de gezangen en psalmen uit het liedboek.

Aafke-Marie en Esther vinden de evangelische opwekkingsliederen ook erg mooi. ,,Alleen zijn evangelische preken zo slap'', meent Esther. Zij is hervormd en Aafke-Marie is gereformeerd vrijgemaakt. Beiden gaan wekelijks naar de kerk. Waarom? Daar denken ze niet over na, dat is zo vanzelfsprekend en ze zouden ook niet anders willen.

Geloven betekent voor Esther net als voor Walter steun. ,,Ik vind het een fijn idee dat er iets hogers is, dat alles geregeld en goed is.'' Aafke-Marie vindt het moeilijk om het onder woorden te brengen. ,,Je gelooft omdat je niet anders kan, het geeft je leven zin. En de kans dat je naar de hemel gaat is groter, dat klinkt misschien stom, maar het is wel zo.'' De vriendinnen willen leven zoals ze denken dat Jezus het zou doen en vinden dat ze mensen moeten helpen. Maar wel met het idee dat je het voor God doet. Want al doe je je hele leven veel voor andere mensen, als je het niet voor God doet, telt het niet, is hun stellige overtuiging.

En niet je eigen theorieën bedenken naast de bijbel. Daar ergert Esther zich aan. ,,Geloven en evolutietheorie gaan niet samen. Daar is toch een uitdrukking voor? Ik sta liever voor aap... '' Ze begint te lachen. Aafke-Marie maakt het in alle ernst af: ,,dan dat ik afstam van de aap.''

,,Geloof moet vrolijk zijn'', vindt Arnold, ,,niet onderdrukkend.'' Zijn broertje en hij verbinden daarom niet veel regels aan het geloof. Seks voor het huwelijk kan, vinden ze, maar wel binnen een vaste relatie. Bij het uitgaan lekker biertjes drinken en op z'n tijd een blowtje roken doen ze graag. ,,Maar als mijn maten dronken gaan dollen ten koste van anderen, dan zeg ik mazzel en ben ik weg'', zegt Arnold.

SEKS VOOR HET HUWELIJK

Esther en Aafke-Marie willen absoluut geen seks voor het huwelijk en willen – in tegenstelling tot de broertjes – ook geen relatie met iemand die niet dezelfde geloofsovertuiging heeft.

Vrolijk is het christen zijn volgens de meisjes zeker. Aafke-Marie raakte op het festival met iemand aan de praat. Bij het afscheid zeiden ze tegen elkaar: ,,Tot ziens, en eh.. als het niet hier op aarde is, dan in de hemel.'' Esther en Aafke-Marie schateren. ,,Christelijke humor is echt cool.''

Festivals zoals het Flevo Festival en EO-jongerendagen zijn volgens Jacques Janssen, godsdienstpsycholoog aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, zo'n groot succes omdat ze zo sterk gericht zijn op emotionele beleving. Ook kerkgenootschappen die op emoties inspelen, zoals veel evangelische groeperingen, doen het volgens hem goed. Hij schrijft dat toe aan de individualisering van de samenleving. Mensen moeten zelf meer keuzen maken, en omdat besluitvorming op rationele basis eenvoudigweg te veel mogelijkheden openlaat, kiest de moderne mens op basis van emoties, denkt Janssen.

Naar het Flevo Festival gaan trekt de gereformeerde Rian Veldman (21) uit Amsterdam niet, maar het geloof biedt hem emotioneel zeker veel. Het geeft hem hoop, ,,vaak tegen beter weten in''. Zonder geloof zou hij pessimistischer zijn over de wereld, zwartgalliger. Maar bij die emotionele beleving moet het volgens hem niet blijven. Niet alleen naar de kerk gaan, je geloof ook uitdragen in daden. Dat heeft hij van huis meegekregen en dat probeert hij, nu hij op kamers woont, vorm te geven. Door vrijwilligerswerk te doen en door op zondag wat ingetogener te leven en zo min mogelijk geld uit te geven, ,,omdat iedereen recht heeft op een rustdag''.

De student theologie en filosofie aan de Vrije Universiteit kan weinig met het onderzoek van universiteitsblad Ad Valvas waaruit bleek dat de helft van zijn medestudenten gelooft in goddelijke wonderen of het bestaan ervan niet uitsluit. ,,Ja en dan? Dat geloof leidt volgens mij nergens toe.''

Voor Rian hoort wekelijks naar de kerk gaan bij zijn geloof. Dat dit voor veel mensen niet meer zo is past volgens hem in een tijd dat mensen minder betrokken zijn bij de maatschappij en minder snel geneigd dingen als vrijwilligerswerk te doen. Dat vindt hij jammer. ,,Dat veel mensen geloven dat er misschien wel meer is tussen hemel en aarde verandert daar volgens mij niet veel aan.''