Bush en Irak: Bonanza of `Appeasement'

De kritiek op een mogelijke aanval op Irak komt ook in Amerika los. Voor- en tegenstanders slijpen de messen. Kan Bush nog terug?

Nu de speculaties over een Amerikaanse aanval op Irak toenemen, dopen ook steeds meer critici in de Verenigde Staten hun pen in gif. Maureen Dowd, stercolumnist van The New York Times, ging deze week het verst. Zij afficheerde president George W. Bush en zijn veiligheidsadviseurs als een kliekje oorlogszuchtige ,,samenzweerders'' dat lak heeft aan de wereldopinie en bereid is desnoods zélf, zonder het eigen Amerikaanse leger, Irak aan te vallen. Als het Pentagon niet meedoet, kunnen ze altijd nog superhavik en onderminister van Defensie ,,Wolfowitz Bagdad in parachuteren, with a license to kill'', sneerde Dowd. De ranch van de president in het Texaanse Crawford waar hij woensdag met zijn veiligheidsteam vergaderde, naar zijn zeggen niet over Irak, noemde ze de Ponderosa, de ranch van de onrecht bestrijdende cowboyfamilie Cartwright uit de tv-serie Bonanza.

De even luchtig als serieus bedoelde noot is slechts één teken van de groeiende kritiek in de VS op een mogelijke Amerikaanse aanval op Irak, waarop Bush zich al maanden bezint. Het verzet zwelt niet alleen internationaal aan, maar ook in eigen Republikeinse kring. Enerzijds draagt die toenemende kritiek het gevaar in zich van een isolement voor Bush & Co. En dat is geen aanlokkelijk perspectief met het oog op de Congresverkiezingen in november en het risico dat de Democraten ook de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden grijpen, naast die in de Senaat. Anderzijds rijst de vraag: kan Bush na al zijn oorlogsretoriek nog zonder gezichtsverlies afzien van een aanval op Irak? Hij heeft de verwijdering van Saddam Hussein tot prioriteit verheven: de Iraakse leider heeft of ontwikkelt volgens de VS massavernietigingswapens, die hij kan gebruiken tegen Amerika of kan doorspelen aan terreurgroepen zoals Al-Qaeda.

De afgelopen maanden lekten, door toedoen van sceptische Amerikaanse militairen, verscheidene aanvalsopties uit: een eerste mammoetplan met 250.000 tot 300.000 troepen zou later zijn teruggebracht naar een kleinere operatie met 50.000 tot 80.000 man. Het Pentagon is al met een voorzichtige opbouw van materieel in de Golfregio begonnen, bleek deze week.

Bush leek zich woensdag bewust van een dreigende spagaat en probeerde voor- en tegenstanders van een oorlog gerust te stellen. Regimeverandering in Bagdad is nodig, maar Bush is een ,,geduldig man'' en gaat niet zonder consultatie van Congres en bondgenoten tot actie over, zei hij.

De kritiek die in de VS groeit, richt zich op steeds meer onderdelen van het Irak-beleid: gebrekkige communicatie met burgers en Congres, ontbrekende bewijsvoering voor Iraaks bezit van massavernietingswapens, geheime besluitvorming en niet-overtuigende argumenten van de regering. Kortom, de VS stevenen zonder goede redenen af op een bloedige oorlog.

Ook al is het verzet nog klein, het kan een sneeuwbaleffect krijgen. De bezwaren van Republikeinen geven aan dat de president geen onvoorwaardelijke steun heeft voor alle doelwitten in de strijd tegen het terrorisme. De eerste bres in de Republikeinse solidariteit met Bush lijkt daarmee een feit. Voor Bush is de kritiek lastig omdat die komt van prominente partijgenoten die geen `duiven' zijn: van buitenlandorakel Henry Kissinger tot aan Huis-leider Dick Armey, van de vooraanstaande senatoren Richard Lugar en Chuck Hagel tot aan Brent Scowcroft, vriend en kopstuk uit de regering van zijn vader, George Bush.

Scowcroft was nationaal veiligheidsadviseur onder Bush sr. toen deze in 1991 de Golfoorlog tegen Irak voerde nadat Saddam Hussein Koeweit was binnengevallen. Scowcroft hielp Bush sr. destijds mee de sindsdien nooit meer geëvenaarde internationale militaire coalitie tegen Saddam te bouwen. Hun vriendschap bleek ook uit hun gezamenlijke boek A World transformed (1998).

Scowcroft voorspelde vorige week in een hard artikel in The Wall Street Journal dat een aanval op Irak de oorlog tegen het terrorisme in gevaar zal brengen. ,,Het zal de internationale antiterrorismecampagne die wij op poten hebben gezet, serieus in gevaar brengen, zo niet te niet doen'', schreef Scowcroft. Hij waarschuwde ook dat Irak dan mogelijk zal worden verleid tot een aanval met massavernietigingswapens, met een ,,Armageddon'' in het Midden-Oosten tot gevolg.

Gaf Scowcroft hier namens vader Bush een waarschuwing door aan diens zoon, de president?, vragen velen zich af. Columnist Dowd suggereerde in The New York Times dat het ondenkbaar is dat Scowcroft zijn kritiek niet eerst aan vader Bush heeft voorgelegd. Zij wees erop dat de 41ste president van de VS terughoudend is in het adviseren van de 43ste president.

`Poppy' was er destijds trots op dat hij een internationale coalitie vormde voor het principe dat je niet zomaar zonder provocatie een land kunt binnenvallen. Maar nu helpt zoonlief misschien een coalitie om zeep zodat hij zelf een land kan binnenvallen zonder provocatie, aldus Dowd. ,,Wie heeft er een oorlogsplan nodig? We hebben familietherapie nodig'', schreef ze.

Ze wees er ook op dat het veiligheidsteam van `43' ,,veel conservatiever, unilateraler, ideologischer en oorlogszuchtiger'' is dan het team van `41'. Dit ondanks de aanwezigheid in beide teams van vice-president Dick Cheney, destijds minister van Defensie, en generaal Colin Powell, destijds stafchef en nu minister van Buitenlandse Zaken. ,,Wereldse realisten'' van Bush-1 zoals Scowcroft, Powell en toenmalig minister van Buitenlandse Zaken James Baker waren ,,gematigden'' vergeleken met de ,,ideologen'' van Bush-2 zoals minister van Defensie Donald Rumsfeld, diens plaatsvervanger Paul Wolfowitz en Pentagon-adviseur Richard Perle, aldus Dowd.

Perle noemde deze week de Europese bondgenoten ,,niet relevant''. ,,Eentje van enig belang, het Verenigd Koninkrijk, doet, geloof ik, met ons mee'', zei Perle. ,,De rest van de Europeanen verkiest de andere kant op te kijken of zaken te doen met Saddam of hem op verschillende manieren af te kopen.'' Grof gezegd: Bush-2 en aanhang willen dat `43' het werk afmaakt dat `41' tijdens de Golfoorlog liet liggen: Saddam Hussein verwijderen.

Ook de conservatieven nemen daarom de gifpen ter hand. Hoofdredacteur William Kristol van The Weekly Standard plaatst deze week iedereen die tegen een aanval op Bagdad is, op een `As van Appeasement' (concessiepolitiek). Die as loopt van Saoedi-Arabië, via Brussel tot aan de hoofdredacteursstoel van The New York Times, meent Kristol. Hij schaart ook Powell en Scowcroft onder de `appeasers': zij haten ,,het idee van een moralistisch gefundeerd buitenlands beleid dat agressief en zonder pardon probeert Amerikaanse principes in de wereld naar voren te brengen''. Kristol adviseert Powell, wiens invloed afneemt, zo snel mogelijk het beleid publiekelijk te ondersteunen of ,,anders af te treden''.

Dergelijke kanonnades kunnen slechts een voorproefje zijn van wat de regering-Bush nog te wachten staat, zeker als de aanval nog maanden op zich laat wachten tot na de Congresverkiezingen. De Democraten kijken voorlopig gereserveerd, ,,bezorgd'' en wellicht geamuseerd toe, maar dat zal veranderen als de verkiezingen naderen.

Dit gevoegd bij de internationale kritiek betekent dat Bush nog dringend zal moeten bouwen aan coalities, in binnen- en buitenland. Daarvoor is niet zozeer de spierballentaal van Rumsfeld als wel de diplomatie van Powell nodig. Zelfs de Britten namen donderdag enigszins afstand van een aanval: minister van Buitenlandse Zaken Straw zei dat verwijdering van Saddam geen Brits doel is, wel terugkeer van de wapeninspecteurs.

De vraag is of er nog een tussenweg bestaat tussen wel of geen oorlog met Irak. Houwdegen Perle hintte deze week op een kleinere actie, waarbij de VS de Irakezen helpen ,,zich te bevrijden'' van hun regime. De `haviken' zijn dus niet helemaal doof voor de `duiven'.