Brandend zand en rotsgravures in Algerije

Het noorden van Algerije wordt al tien jaar geteisterd door bloedig geweld. Maar in het zuiden vieren talloze Europese toeristen vakantie, schrijft Gerbert van der Aa.

Abderahman Mefatih scheurt vol gas over de Algerijnse zandduinen. ,,Het moet snel'', legt hij uit. ,,Anders blijven we steken in het zand.'' Mefatih, die vanwege zijn grote krulsnor de bijnaam Moustache heeft, is met een groep toeristen onderweg naar de huilende koeien, een beroemde rotsgravure ten zuiden van de Algerijnse stad Djanet.

De huilende koeien zijn een van de duizenden pre-historische rotstekeningen in Algerije. De afbeeldingen, zowel inscripties als schilderingen, stammen uit de tijd dat de Sahara nog groen en vochtig was. Veel tekeningen liggen diep in de woestijn, op onherbergzame plaatsen waar bijna nooit mensen komen.

De reis erheen, door uitgestrekte zandzeeën, bizarre rotslandschappen en olievelden, is haast nog mooier dan de tekeningen zelf. Op verschillende plaatsen contrasteren de vlammen van afgefakkelde olie met de zandduinen. Mefatih, in een lang wit gewaad en tulband, parkeert de Toyota Landcruiser boven op een zandduin. ,,De accu is niet zo goed'', legt hij uit. ,,Als de wagen straks niet wil starten, kan ik hem gewoon naar beneden laten rollen. Dertig kilometer lopen om hulp te halen, zie ik niet zitten.'' Terwijl de toeristen naar de gravures lopen, gaat Mefatih in het zand zitten om een sinaasappel te eten.

SLACHTPARTIJEN

Toeristen in Algerije? Velen zal het vreemd in de oren klinken. Het noord-Afrikaanse land wordt immers al tien jaar lang geteisterd door politiek geweld, dat gepaard gaat met bloedige slachtpartijen en doorgesneden kelen. Maar dit is slechts een deel van de werkelijkheid. De slachtpartijen zijn altijd beperkt gebleven tot het uiterste noorden. In het zuiden gaat het dagelijks leven rustig zijn gang.

Steeds meer toeristen ontdekken dat ze in de Algerijnse Sahara prima vakantie kunnen vieren. Ze reizen met eigen auto of motor, of als deelnemer aan een georganiseerde reis. Vanuit diverse Europese steden zijn rechtstreekse chartervluchten, zonder overstap in de hoofdstad Algiers. Wie met eigen vervoer komt, kan vanuit zuid-Tunesië het land binnen glippen. De gevaarlijke gebieden in het noorden zijn zo te omzeilen.

Afgelopen jaar waren ongeveer tienduizend Europeanen op vakantie in Algerije. De meeste toeristen zijn Duitsers, Oostenrijkers en Zwitsers. Nederlanders zijn er nauwelijks. Dat komt onder meer door het negatieve reisadvies van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken, dat voor het hele land geldt. Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland hanteren alleen een negatief reisadvies voor noord-Algerije.

,,Steeds vaker worden prehistorische afbeeldingen gestolen'', zegt Claudia Abbt, een Zwitserse antropologe die al tien jaar in Algerije woont. Abbt, een struise blonde dame, vertelt dat toeristen die rotstekeningen willen bezoeken de laatste tijd nogal eens een gapend gat aantreffen. ,,Roversbendes gebruiken pneumatische machines om de tekeningen uit de rotsen te beitelen.''

De rovers, die onder meer actief zijn in het Jabbaren-gebied op de grens met Libië, wordt weinig in de weg gelegd. De meeste tekeningen liggen diep in de woestijn, ver verwijderd van nederzettingen. Door het grote aantal afbeeldingen is het vrijwel onmogelijk ze allemaal te bewaken. Het gebeurt dan ook bijna nooit dat iemand wordt gealarmeerd door de lawaaiige gereedschappen van de rovers.

Volgens Abbt, die samen met haar Algerijnse echtgenoot in de stad Tamanrasset een herberg runt, verdwijnt het grootste deel van de geroofde kunst naar Europa. ,,Met name in Italië is een markt voor rotsblokken met pre-historische afbeeldingen.'' De smokkelroute loopt via Libië. Van daaruit worden de rotsblokken, die al snel honderd kilo per stuk weken, met de boot naar de andere kant van de Middellandse Zee gebracht. Algerijnen dichten de maffia op Sicilië een sleutelrol toe.

HEIDENSE KUNST

De meeste Algerijnen lijken zich eigenlijk niet druk te maken over de kunstroof. Ze begrepen toch al nooit wat er zo mooi is aan de primitieve tekeningen, die duizenden jaren geleden gemaakt zijn door heidense volken. In het streng islamitische land bestaat daarvoor weinig respect. Veel Algerijnen hebben liever niet dat hun land bekend wordt om zijn heidense kunst.

Sommige Algerijnen hebben zo'n afkeer van de tekeningen dat ze er verf overheen smeren. Vooral de afbeeldingen langs de doorgaande wegen, zoals die op het Fadnoun-plateau ten noorden van Djanet, zijn beschadigd. Met vette streken zijn de namen Ali en Mohamed over de tekeningen geverfd. Een ander lokale liefhebberij is urineren tegen de tekeningen, zoals op diverse plaatsen te ruiken is.

Maar ook Europeanen hebben talloze tekeningen beschadigd. Fotografen hadden lange tijd de gewoonte om tekeningen te wassen, zodat de kleuren beter tot hun recht komen. De middelen die ze gebruikten, bleken de kleuren op termijn echter te doen vervagen. Veel tekeningen zijn daardoor nauwelijks nog zichtbaar. De enige troost voor de liefhebbers is dat in de Sahara bijna elk jaar nieuwe rotstekeningen worden ontdekt.

,,Dat is de vrachtwagen van Rotel Tours'', zegt Mokhtar, een tienjarig jongetje uit het dorpje Ideles. ,,Die passeert hier bijna elke maand.'' Met brullende motor baant de auto zich door een mul zandveld. Van veraf lijkt het een gewone vrachtwagen. Maar eenmaal dichterbij blijkt dat boven op de laadbak een buscabine is gebouwd, waarin ruim veertig Duitse bejaarden zitten.

Rotel Tours is een Duitse touroperator die luxe expedities langs de rotstekeningen in Algerije organiseert. Achter de vrachtauto hangt een aanhanger met veertig slaapcabines en een paar douches, zodat de toeristen in de vrije natuur gerieflijk kunnen overnachten. Slapen in een tent vinden ze niet comfortabel genoeg.

Op het dak vervoert de vrachtauto stukken brandhout, zodat de toeristen 's avonds in de woestijn een kampvuur kunnen bouwen.

In zijn groezelige djallaba zwaait Mokhtar enthousiast naar de toeristen, die bijna allemaal vriendelijk terugzwaaien. Maar op zijn luide roep om een cadeau reageren ze niet. De auto rijdt gewoon verder. ,,Dat is niet aardig'', zegt Mokhtar. ,,Van andere toeristen krijg ik altijd wat. Ze hadden toch minstens een paar bonbons uit het raam kunnen gooien.''