Bouwer leidt overheid om de tuin

Niet de overheid maar de bouwondernemeningen bepalen in Nederland de spelregels bij grote projecten, zo bleek op de eerste twee dagen van de openbare verhoren over bouwfraude.

De overheid stond de afgelopen jaren in aanbestedingsprocedures voor grote bouwprojecten vaak machteloos toe te kijken. Ambtenaren van Rijkswaterstaat, provincies, gemeenten en waterschappen hadden nauwelijks expertise over de manier waarop bouwconsortia onderlinge afspraken maakten en met elkaar de markt verdeelden. Of ze hadden zo hun eigen belang in het steekspel dat vooraf ging aan het gunnen van opdrachten. ,,We schrokken wel, ja'', zei ambtenaar A. Bruggeling van Rijksgebouwendienst gisteren, toen hij doorkreeg dat de inschrijvingen van de bouwers voor een gevangenis stuk voor stuk de helft duurder waren dan gepland.

Het beeld na de eerste twee dagen openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid, is maar weinig rooskleurig voor de overheid. Dagelijks vinden in Nederland dertig tot veertig aanbestedingsprocedures plaats, jaarlijks gaan daar miljarden euro's aan omzet in om. Maar het is niet de opdrachtgever die de spelregels, de uiteindelijke begrotingen of de marktpositie van de geldschietende overheid bepaalt. Dat doen de grote bouwers.

Zij hebben met elkaar een zorgvuldig afgesloten markt gevormd waartoe nieuwkomers alleen toegang krijgen met onconventionele 'inbraaktechnieken'. Klokkenluider Ad Bos kon er donderdag over meepraten. Toen zijn inmiddels in opspraak geraakte onderneming Koop Tjuchem voor de bouw van de A9 asfalt nodig had, waren leveranciers ,,zwak, ziek of met vakantie''. Ze wilden niet leveren, Koop moest zich maar invechten.

Bouwopdrachten worden onderling via een ingenieus, illegaal afrekensysteem verdeeld. De onmacht van de overheid was zo groot dat bij eenderde van aanbestedingen nog voor het afsluiten van de contracten met bouwers overlegd werd over aanpassingen van prijzen en het bestek, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van het kabinet dat deze week bekend werd. En als er al concrete aanwijzingen van illegale, prijsverhogende afspraken tussen aannemers opdoemen, is het voor de overheid nauwelijks mogelijk te bewijzen dat ze om de tuin wordt geleid, zo lichtte projectmanager Bruggeling gisteren hierover toe.

Alleen als er aantoonbare fouten zijn aan te wijzen in de begroting van de aannemer, kan een geschil voor de Raad van Arbitrage gewonnen worden. Bij de aanbesteding van de eerder genoemde gevangenis De Doggershoek in Den Helder in 1999 vermoedde Bruggeling vooroverleg en concurrentievervalsing. Zijn directe chef F. Meijer schakelde de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) niet in omdat hij daar geen ervaring mee had en de landsadvocaat het bewijs te mager vond. Vos en de haren toonden zich verbaasd.

Ook komt het voor dat de overheid op voorhand haar bestekken met twintig tot dertig procent opschroeft, zo verklaarde voormalig aannemer M. Swart donderdag voor de commissie. ,,Maar de wetten van de vrije markt spelen bij die aanbestedingsprocedures geen enkele rol'', beweerde Swart. ,,Iedereen is afgekocht.'' Soms letterlijk, kon hij uit eigen ervaring vertellen. De afgelopen jaren zijn ambtenaren op elk niveau op grote schaal omgekocht, zo stelde hij. Soms met contant geld, in andere gevallen met ,,reizen, kerstpakketten, wel drie keer per jaar, of gratis tanken''. In het traject van aanbestedingsprocedures is een circuit ontstaan van elkaar met regelmatig fêterende ambtenaren en de vrije jongens uit de bouwwereld.

Oud-aannemer A. Terlingen had het in correspondentie met de enquêtecommissie zelfs over topoverleggen van `beleidsbepalende ambtenaren' van meerdere ministeries met de top van de bouwwereld. Besprekingen die volgens Terlingen, oud-bestuurslid van de bouwbrancheorganisatie AVBB, wat de bouwwereld betreft alleen tot doel had om vertrouwelijke informatie te krijgen over bouwplannen van de overheid of de bestedingsruimte voor grote bouwprojecten. ,,Menig wethouder is wanhopig geworden doordat grote bouwondernemingen toekomstige bouwgronden voor de neus van de gemeente hadden opgekocht.'' De (oud)ambtenaren over wie Terlingen sprak ontkenden de bijeenkomsten niet, wel dat belangrijke informatie `gelekt' zou zijn.

Voormalig minister T. Netelenbos van Verkeer en Waterstaat verwees eind vorig jaar in debat met de Tweede Kamer over de bouwfraude bij aanleg van de Schipholspoortunnel verhalen over grootschalige corruptie door ambtenaren van haar departement naar de prullenmand. Slechts een handjevol ambtenaren zou de afgelopen tien jaar wegens malversatie tegen de lamp zijn gelopen. De eerste verklaringen in de verhoren doen anders vermoeden. Niet alleen Swart heeft daar aanwijzingen voor. Ook Terlingen somt met name in ontboezemingen tijdens besloten overleg met de commissie uit eigen ervaring een aantal onverkwikkelijke affaires uit zijn praktijk op.

Niet dat die verklaringen per definitie mogen gelden als overtuigend bewijs. Beide getuigen hadden er in hun verhoren alle belang bij om het eigen straatje schoon te vegen. Maar de dagelijkse praktijk in de aanbestedingsprocedures, zoveel hebben de verhoren na twee van de veertien dagen inmiddels al wel duidelijk gemaakt, bieden voldoende ruimte voor ambtenaren om ongecontroleerd hun gang te gaan.