Beste Letse kunst is gemaakt in de Sovjet-tijd

De Letse schilder Leonids Arins (1907-1991) trekt met zijn penseel heftige rode en zwarte strepen over een grijze ondergrond. De zon is een lichtende, ronde vlek met donkergetinte stralen. Ook in de hemel trekt hij zwarte sporen. Voren in de aarde en in de hemel (1969) is een ritmisch opgebouwd schilderij dat je bijna kunt horen, zoals De Schreeuw van Edvard Munch. Hier maakt een muzikant met saxofoon of rockgitaar een obstinate riff.

Het werk van Arins vormt een van de hoogtepunten op de tentoonstelling Letland, verrassende kunst uit de 20e eeuw die het Stedelijk Museum Zwolle organiseert met drie culturele instellingen uit Riga. De tentoonstelling, verdeeld over drie locaties in de stad Zwolle, biedt een interessant overzicht van honderd jaar schilderkunst uit Letland, een van de Baltische staten die zo hebben geleden onder de Russische bezetting. Tussen 1918 en 1940 was Letland een zelfstandige staat, daarna werd het bezet door de Russische grootmacht (en tussen 1941 en 1944 door Duitsland) met alle in politiek en artistiek opzicht verstikkende gevolgen vandien. In 1990 werd Letland een zelfstandige republiek.

Onvermijdelijk zijn deze drie tijdvakken verbonden met uiteenlopende stijlen in de beeldende kunst. Alle stromingen zijn vertegenwoordigd: het impressionisme, de abstractie, de geometrie, het expressionisme en, tussen 1918 en 1940, het door de Russen afgedwongen pathetische realisme. Hoewel Riga een toonaangevende stad is, kenmerkt de Letse schilderkunst zich door een krachtige gebondenheid aan landschap, dorpsgezicht, de rurale optiek.

De grijstinten van Arins vinden we terug in het weids geschilderde landschap Eerste sneeuw (ca. 1936) door Vilhelms Purvitis, een van de leidsmannen. Ook hier rode strepen over de akker, afgewisseld met wit en zwart. De verre boerderij is een strakke vorm, omgeven door dwarrelende vlokken. Van maatschappelijke betrokkenheid getuigt het gestileerde werk Vluchtelingen (1917) door Konrad Ubans. Een moeder met een kind op de arm en de ander geklemd in haar linkerhand is op de vlucht voor oorlog en geweld. Achter haar is het landschap afgebrand, de wolken zijn rood. De uitdrukking van haar gezicht is mooi van melancholie en weemoed; geen heftige vertrokkenheid maar een ingekeerd gelaat.

De diversiteit van de expositie heeft ook nadelen. Er is nauwelijks een eenheid in aan te wijzen, zeker niet na 1990. Dan overstijgt het werk niet de gemiddelde, vaak onpersoonlijke kunst die in zoveel westerse musea is te zien. Soms zelfs met goedkoop effectbejag, zoals de ronduit jankende kleuren rood en blauw die Anita Meldere onstuimig op het doek gooit. Tijdens de Russische overheersing verlieten veel kunstenaars het land, ze wilden geen staatskunst maken.

Desalniettemin biedt werk uit de jaren zestig en zeventig enkele onvergetelijke schilderijen, zoals Imkers (1972) van Peteris Postasz. Twee witte figuren zijn omgeven door goudglanzend honinggeel. De herkenbare figuratie wordt door een grootse vlakverdeling omgezet in intrigerende abstractie. Dit schilderij appelleert aan de verbeelding; het gezoem van de bijen is te horen, de zoete honing bijna proefbaar. Tussen dit abstracte werk en bijvoorbeeld een verstild realistisch dorpsgezicht als Late herfst (1961) door Biruta Baumane liggen diepe overeenkomsten: de zichtbare werkelijkheid is de bron.

Wat er tussen 1991 en 2001 aan Letse schilderkunst gebeurt, getuigt van een overmoedige gooi naar het super-moderne. Mierzoete werken als Avond (2001) door Osvalds Zvejsalnieks of Roze wolkje (2001) door Uno Danilevskis zijn inwisselbaar en onpersoonlijk. De echte zeggingskracht en overtuiging van de Letse schilderkunst ligt enkele tientallen jaren terug.

Tentoonstelling: Letland, verrassende kunst uit de 20e eeuw. T/m 29/9 in Stedelijk Museum Zwolle en pand Blijmarkt, voorheen Stadshof. Di t/m za 10-17.00u; zo 13-17.00u. Inl. www.museumzwolle.nl. Catalogus: €19,50.