Angkor Wat

Over het artikel `Angkor wankelt' (W&O, 10 augustus) zijn wat opmerkingen te maken. Om te beginnen het fotobijschrift. `Het overwoekerde tempelcomplex van Angkor Wat', staat er. Maar het is de Bayon, wat `overwoekering' betreft uit een uiterst ongunstige hoek genomen. In werkelijkheid is de Bayon helemaal niet overwoekerd, maar juist een van de meest gereinigde en nog toegankelijke tempels. De tempel van Angkor Wat ligt niet centraal, dat is veeleer de Bayon, als liggende in het centrum van Angkor Thom, de oude ommuurde stad.

Storend is het vrijwel alleen afgaan op de mededelingen van de heer John Sanday. `Ik sta niet toe dat er nog bomen wortel schieten op de bouwsels', zegt hij en daarna staat er: `Als John Sanday het zegt, dan gebeurt het ook niet'. Dat is misleidend. Sanday heeft inderdaad nu (en je weet het in Cambodje maar nooit) drie tempels onder zich, terwijl wat naderhand wordt meegedeeld inderdaad `iedereen zijn eigen werkwijze hanteert'.

Over Banteay Srei wordt opgemerkt dat deze inderdaad beeldschone tempel werd gerestaureerd volgens de anastylosis-methode. Dat is juist, maar over het `kopiëren' van deze techniek had wel de naam mogen vallen van de Nederlander dr. Van Stein Callenfels. Deze restaurateur was directeur Archeologische Dienst in Nederlands-Indië en bezocht Angkor in 1929 op uitnodiging van de Fransen. Zijn `scherpe kritiek' werd ter harte genomen, de Fransman Marchal naar Nederlands Indië gestuurd, waarna Banteay Srei volgens de anastylosis-methode gerestaureerd werd. Bij die methode worden ontbrekende delen nu juist wèl met nieuw duidelijk aangegeven materiaal aangevuld. Overigens: door en over het gerestaureerde centrale deel van die tempel lopen is er niet meer bij: hier wordt dus wel degelijk iets gedaan om de toeristenstroom binnen of zo men wil: buiten de perken te houden.

Voor wat betreft het spanningsveld tussen conserveren en toerisme: merkwaardig mag heten dat de Cambodjaanse regering de exploitatie van het (nationale!) tempelcomplex heeft overgedaan aan een naar ik meen Vietnamese hotelgroep. Die int de tientallen US-dollars entreegelden (onder afgifte van een pas, met foto) en de vraag is hoe de restauraties nu eigenlijk gefinancierd worden, afgezien van de `schenkingen` die buitenlandse restaurateurs doen.

Overigens vraag ik me af waarom het tempelcomplex niet zou kunnen worden gerestaureerd/geconserveerd al of niet met wijze beperkingen als daar maar voldoende geld en organisatie voor beschikbaar zou worden gesteld. De voorbeelden daarvan in Thailand (Phanom Rung, Phimai) laten zien dat het per tempel in elk geval wel kàn.