Amsterdams gras

Amsterdam, vrijdag. In de vroege ochtend van maandag 19 augustus waren de passagiers van de lijnen 16, 24 en 25 er getuige van. In de kleine, ronde grasvlakte van het Weteringcircuit, die deze zomer opnieuw gediend had als slaapplaats voor zwervers en beschonken Britten, werd door een `shovel' een brede baan getrokken. In de directe omgeving had zich zwaar materieel geconcentreerd: bulldozers, nog meer rupsvoertuigen. In bekwaam tempo werd in de daarop volgende dagen de rotonde door betonblokken omgeven, terwijl daarbinnen verder werd gegraven. Dit zijn taferelen die je bijblijven: uit de tram zag ik een mini-bulldozertje uit de diepte komen. Aan het stuur een vrolijke man die zijn duim tegen me opstak. Amsterdammers die dit weekeinde van vakantie terugkeren zullen hun Weteringcircuit niet meer herkennen. De volgende fase in de aanleg van de Noord-Zuidlijn is begonnen. Hoe constructief, geïnspireerd door de beste bedoelingen en vreedzaam zo'n onderneming ook is, ik moet altijd denken aan een slagveld uit de Eerste Wereldoorlog.

De aanleg van ieder bouwwerk onder de grond verslindt miljoenen, overal, en in Nederland nog meer omdat de bodem niet meewerkt, en dan nog meer omdat het hier heel lang duurt voor de laatste knoop is doorgehakt terwijl de kosten blijven stijgen, en dan nóg meer omdat de aannemers onderling prijsafspraken hebben gemaakt. Dan neemt het werk een aanvang. De burgerij die boven het geprojecteerde traject woont verbleekt. Op die mate van overhoophalen had niemand gerekend. Bij de uitvoering van een project van zo grote omvang ontstaan altijd vertragingen. Toch blijkt dan, dat juist deze vertragingen iedereen hebben verrast. De kosten blijven stijgen. Het rijk schrikt, belastingen vallen tegen, nieuwe regering, en dan gebeurt wat iedereen had kunnen voorspellen, maar niet heeft gedaan. Het Parool opent met het bericht: `Bouw Noord-Zuidlijn onzeker'. Eergisteren dus, op de dag dat de chauffeur van de mini-bulldozer zijn duim tegen de trampassagier opstak.

In mijn toch al betrekkelijk lange leven heb ik de bouw van twee metro's meegemaakt. In Rotterdam is het vrij vlot verlopen, ook al omdat de Duitsers veel voorsloopwerk hadden gedaan. In Amsterdam is het op een halve burgeroorlog uitgedraaid. De `Slag om de Nieuwmarkt'. In het station daar hangen de foto's. Toch zouden we niet meer zonder willen, of kunnen. Wat zou er van Amsterdam-Zuidoost geworden zijn zonder metro? Mijn stelling is: Iedere metro is mislukt tot hij rijdt. Daaruit volgt: hoe langer de aanleg duurt, hoe meer er wordt gevochten tegen de mislukking, die op de dag van de opening verdwenen is. De enige voorspelling waaraan ik me nu durf te wagen is dat in Amsterdam tot begin oktober, als in de raad gestemd wordt, het metrokabaal weer niet van de lucht zal zijn. Benieuwd ben ik wat ze – als het niet doorgaat – met het gras van het Weteringcircuit gaan doen.

Zo kom ik vanzelf op dat andere Amsterdamse vraagstuk: het gras. Terwijl u dit leest, ik neem aan op zaterdag, is de Uitmarkt aan de gang, op de beroemde grasmat van het Museumplein. Het onderhoud van dit agrarisch prachtstuk kost 350.000 euro per jaar (meldt Het Parool). Ik dacht dat ze er een nul hadden bijgetoverd. Gecheckt, zoals we dat in de verslaggeverij noemen. ,,In-der-daad'', zei mijn betrouwbare Deep Throat bij de gemeente. ,,Meer dan zeven tonnetjes.'' Daarbij komen de 50.000 euro herstel als de culturele feestvierders er overheen zijn gegaan.

Onnodig te vertellen dat de omwonenden van het Museumplein ieder jaar weer de bui zien hangen en daarna zich zien ontladen. Vóór het Museumplein tot de door mij bewonderde grasvlakte werd omgetoverd, was de Uitmarkt gespreid over straten en pleinen. Hier de stalletjes, daar de muziektenten, verderop nog meer podia voor andere kunsten. Je liep op steen of asfalt, hield droge voeten, en kwam om iedere volgende hoek een nieuwe verrassing tegen. De topografische structuur van het evenement – zal ik maar zeggen – was in overeenstemming met de inhoud. Op het Museumplein is de viering van het nieuwe seizoen verworden tot een soort Dance Valley. Die indruk krijg ik tenminste. Ik ben daar nooit geweest, weet het alleen een beetje van de televisie. Misschien is dat de bedoeling, dat door de modder soppen. Dan moeten ze het zeggen. Maar het blijft jammer van die omstreeks 400.000 euro en het gras.

Intussen noteer ik dat Bodega Restaurant Keyzer volgende week de tweede maand van zijn leegstand in gaat.

In mijn vorige Overpeinzing heb ik Cherry Duyns opgevoerd als agent in het bos, in het VPRO-programma Het gat van Nederland. Rectificatie. Het was het programma van de AVRO, Poets, van Armando en Duyns. Dank aan de talrijke lezers die mij hierop hebben gewezen.

Ik hoop dat iemand in VPRO's Zomergasten nog het item zal vragen waarin Gerard van Lennep als klant in een viswinkel overtuigend doet alsof hij, zijn beurt afwachtend, een paar levende goudvissen uit het sieraquarium eet.