Achter het stuur zijn jongeren uit en thuis tegelijk

Een Nederlander stapt in zijn auto om ergens naar toe te gaan. Een Italiaan die achter het stuur kruipt, is vaak al op zijn bestemming. De auto is een symbool, een uitingsvorm.

Rome, vrijdagavond. De Pincio, een op de Piazza del Popolo uitkijkende heuvel, is veranderd in één vrolijke blikken carrousel. Jonge Italianen in glimmende auto's draaien er stapvoets de rotonde. Ze hangen uit de ramen, praten met tegenliggers en zitten nooit alleen. Met vier of vijf in een gloednieuwe Smart, dat is pas gezellig. Spierballen rollen in een Mercedes cabriolet, decolletés deinen in een Volkswagen Beatle; de Italiaanse jeugd is in de auto uit en thuis tegelijk.

De wagentjes dansen op het gedreun van de superzware speakers. File op deze doodlopende weg is niet vreemd, ook niet lastig. Hij moet er zijn. Anders is het niet gezellig. Dan valt er niks te zien en valt er niks te showen.

Italianen en auto's? De al flink kalende boekhouder Sebastiano Arena werpt zijn blik ten hemel. ,,De auto's zijn hier nog erger dan vrouwen. Ze brengen mannen het hoofd op hol. Veel mannen houden meer van hun auto dan van hun vrouw.'' Lange tijd was het bij hem niet anders, bekent hij. Maar nu is hij genezen. Hij is trots dat hij het nu af kan met de Buckler onder de vervoermiddelen, een tweedehands witte Opel Astra. Het is uit met de show. Hij haat autorijden tegenwoordig. Rome is zo vol.

Druk verkeer, rijbanen die dubbel worden gebruikt, dat is de keerzijde van de autofilie van de Italianen. Het heeft zelfs zo ver moeten komen dat met regelmaat de ene week auto's met even nummerborden en de andere week die met oneven kentekens mogen rijden in de stad. Sinds deze maand zou het centrum ook verboden zijn voor vervoermiddelen zonder katalysator, al is die impopulaire wet bij inwerkingtreding direct weer een half jaar uitgesteld.

Toch laten de meeste Italianen zich niet afschrikken door de drukte. De auto is immers onmisbaar bij het uitdrukken van je persoonlijkheid. De herenmodeverkoopster van Solomoda tegenover het ministerie van Binnenlandse Zaken constateert de laatste tijd een verandering in de autosmaak van de Italiaanse man. De Italiaanse merken hebben een beetje afgedaan, zegt ze. Vroeger waren Lancia en Ferrari de wagens voor signori, heren van stand. Die tijden zijn nu voorbij. Ook hier heeft de marktwerking haar desastreuze gevolgen gehad. Tegenwoordig kan iedereen met geld zomaar een Ferrari kopen. De signori zitten met de brokken. Om zich te distingeren moeten ze uitwijken naar andere merken, Duitse merken. De Porsche is nu het ultieme symbool.

Na de elite heeft ook het volk zich richting Duitsland gekeerd. ,,De Italiaanse modellen vinden we gewoon niet meer zo mooi'', zegt de verkoopster. ,,Bovendien kiezen ook Italianen steeds vaker voor degelijkheid.'' Zelf is ze ook bezweken voor Duitse betrouwbaarheid. Ze heeft zich getrakteerd op ,,zo'n spacewagon van Mercedes''.

Een familie met maar één auto kom je in Italië bijna niet meer tegen. Misschien nog in het absolute centrum van Rome bij Piazza Navona, omdat het daar zo verschrikkelijk duur is om een parkeerplaats voor een auto te huren. Maar anders heeft een familie met papa, mama en kind drie auto's. Zo gauw de kinderen zich autonoom mogen vervoeren, vanaf hun veertiende, klimmen ze op de motorino, de scootervormig brommertjes. Momenteel schrijft de mode grote wielen voor en niet meer van die kleine brede scooterwieltjes.

Als ze achttien worden, krijgen ze in het rijke noorden vaak een auto van papa. De minder gelukzaligen kopen een auto op afbetaling, want met een jeugdwerkeloosheid van 29,5 procent hebben veel jongeren geen keus.

Geldzorgen zijn weliswaar vervelend, maar immers zeker geen reden om de grote liefde voor auto's te temperen. Dan maar liever wat beknibbelen op andere uitgaven. ,,De meeste Italianen kiezen liever voor een bescheiden huis, als ze dan een zo indrukwekkend mogelijke auto kunnen rijden'', weet makelaar Oscar.

De onmetelijk grote Volvo 240 station, waarin uw correspondent rijdt, is echter een totaal verkeerde keus. ,,Een wagen voor oudjes of voor bandieten'', luidt het vernietigende oordeel. Al gaat iedereen er uit liefde voor zijn eigen auto netjes voor opzij. Niet onprettig in het chaotische Italiaanse verkeer.

Zesde deel in de serie. Eerdere delen zijn te lezen op www.nrc.nl