Aanpassen of uitsterven

Sinds de laatste rendieren in de stoofpot verdwenen, slijt het Siberische nomadenvolk Evenki de dagen in dronkenschap. De bewoners van de taiga hebben hun hoop gevestigd op de olie-industrie die het gebied verovert. Maar de olietycoons willen nuchtere werknemers.

`Bent u rijk? Nee? Hoe kunt u ons dan helpen? Donder toch op.'' Vadertje Vitali is een lastpak. Hij port ons boos met een knokige vinger tussen de ribben en fluistert ons dan weer met waterige ogen complimentjes toe. De dorpsklucht is compleet als moedertje Loedmila zwaaiend met een stuk hout het cultuurhuis binnenstormt. ,,Vitali, schoft, waarom ben je nou alweer dronken?'' De aanwezigen weten de bejaarden te scheiden voordat er bloed vloeit. Vitali murmelt beduusd wat in zijn baard, Loedmilla zakt huilend ineen op een krukje. ,,Zo gaat het hier dus altijd'', zegt een jongeman geamuseerd.

Het zweet parelt VN-diplomaat John Bennet op het voorhoofd. Wat een dialoog met bewoners van het taigadorp Osjarovo moest worden, ontaardt in een farce. Zoals de realiteit zijn plannen keer op keer in de war schopt. Een week lang zakken wij op uitnodiging van UNEP, het milieuprogramma van de VN, met platbodems de Podkamennaja Toengoenska af. John Bennet is hier om het veld te verkennen voor toekomstige projecten, wij om te kijken hoe de rendiercultuur van de Evenki rond de Toengoes-rivier zich verhoudt tot de oprukkende olie-industrie. Maar dit is Siberië. Helikopters komen niet opdagen, boottochtjes van drie uur lopen uit tot twaalf uur, een buitenboordmotor begeeft het op 200 kilometer van het dichtstbijzijnde dorp, schippers troggelen ons de laatste dollars af, een gids verdwijnt na het drinken van slechte wodka brakend in het bos en komt pas een dag later weer tevoorschijn. Bovendien, de laatste rendieren blijken lang geleden in de stoofpot verdwenen.

Evenkia is een autonome regio in het hart van Siberië, anderhalf maal zo groot als Frankrijk. Alleen met het hemellichaam dat op 30 juni 1908 tweeduizend vierkante kilometer bos tegen de vlakte sloeg haalde het ooit de wereldpers. Wetenschappers zoeken nog altijd naar de toedracht, de Evenki kunnen dat zo vertellen: een sjamaan riep indertijd in een twist tussen twee rendierclans al te luchthartig de dondergod Agdy en zijn dondervogels te hulp.

Evenkia werd in 1930 door Stalin gesticht als thuisland voor de Evenki, een nomadisch volk dat verspreid leeft over een enorm gebied in Siberië en Noord-China. Nu staat het aan de vooravond van grootschalige ontwikkelingen. De Russische oliegigant Yukos heeft zijn oog laten vallen op de 5 miljard vaten olie in zijn bodem. Vorig jaar trok Yukos 1,5 miljard dollar uit om tachtig nieuwe boorputten te slaan en een pijpleiding aan te leggen voor zijn olie- en gasterminals in het zuiden. Vandaaruit hoopt Yukos binnen vier jaar dagelijks 600.000 vaten olie naar groeimarkt China te pompen.

Zonder dat wij ervan profiteren, denkt Viktor Koptelko. Op de 44.000 hectare taiga die deze éénarmige jager als zijn jachtgrond beschouwt, is Yukos nu al bezig met proefboringen. Veel kan Koptelko daar niet tegen beginnen. De Russische wet erkent in theorie ,,gebieden voor traditoneel gebruik van de natuur'' (TTP's), waar niets mag gebeuren zonder instemming van inheemse bewoners. Maar lokale wetgevers maken geen enkele haast die wet ook inhoud te geven. ,,Viktor heeft op termijn zeker recht op compensatie'', sust een bestuurder. ,,Alleen staat nergens precies aangegeven wat precies zijn grond is en op hoeveel geld hij recht heeft.''

Beren

Eens waren de Evenki een zeer flexibel volk. In het zuiden van Siberië bedreven ze landbouw en bereden ze paarden. Evenki-ruiters dienden in de horde van Djengiz Khan, bij de Manchu-cavalerie en onder de kozakken. Noordelijker, op de taiga en de toendra, draaide het leven rond het rendier. Dat leverde melk, vlees en huiden, diende als lastdier en als rijdier bij de jacht op herten, elanden, beren en sabelmarters. De Evenki in de wouden van Centraal-Siberië jaagden in de winter en visten in de zomer. Hun rendieren waren groter en sterker dan de rendieren van de toendra. Maar hun dagen zijn geteld. ,,Binnen tien jaar is het taiga-rendier uitgestorven'', voorspelt Evenki-bestuurder Jekaterina Davidoek.

In de naaldwouden langs de Toengoes-rivier vinden we na lang zoeken de laatste kudde: twintig broodmagere beesten die huiverend schuilen in de rook van een kampvuurtje. Rook is het enige dat de muggen op afstand houdt. Rendierhouder Taras geeft er binnenkort ook de brui aan. Door inteelt kunnen zijn dieren zich niet langer voortplanten en vers bloed is in de wijde omtrek niet voorhanden. Sommige hebben hoefrot, en medicijnen kan Taras niet betalen. Bovendien, wie zal hem opvolgen? Jongeren leven liever in een huis dan in een tentje tussen muskieten, modder en poelen vol rendierpis.

Taras is al wat resteert van de oude cultuur. In de dorpen langs de Toengoes zijn Evenki en Russen geassimileerd in collectieve dronkenschap. Het dorp Osjarovo, een open plek in de taiga die alleen met platbodems en helikopters is te bereiken, bestaat uit houten krotjes. De bewoners jagen, vissen, verbouwen wat aardappels en bidden dat de helikopter leuke dingen meebrengt. De mannen hijsen wodka op de veranda van het cultuurhuis. Hun voortanden zijn van staal, de echte zijn lang geleden gesneuveld in een dronkemansruzie.

Binnen klagen hun vrouwen steen en been. De mannen zijn te beroerd om te jagen, de kinderen zijn altijd ziek. Verder is er geen vis in de rivier en geen geld voor kippen of varkens, brengt een pels bijna niets meer op, is er maar een paar uur per dag stroom, spreekt niemand nog Evenki en heeft de vorige dorpsarts de hele inventaris van de dorpskliniek ingeruild voor wodka. Behalve de gynaecologische stoel dan, die wilde niemand kopen. ,,Geen werk, geen land, geen toekomst'', zo vat een vrouw de situatie samen.

Misschien helpt de olie-industrie, oppert iemand. Vorig jaar kwamen mannen van Yukos naar Osjarovo. Of iedereen wilde stemmen op hun manager Boris Zolotariov, kandidaat voor het gouverneurschap van Evenkia. Onder Yukos zouden de mensen leven als in Koeweit, beloofden ze, met goedkope helikopterdiensten, nieuwe huizen en wegen van asfalt. Het blijft vooralsnog bij beloftes. De helikopters vliegen hoog over de dorpen naar de boortorens op de taiga. In hun vrije tijd gaan de oliemannen op jacht, halen de wildvallen van de Evenki leeg, eten hun proviand in de jachthutten op zonder zelf iets achter te laten en schieten vanuit hun helikopters op alles wat vier poten heeft en beweegt. ,,Altijd trap je er weer in en stem je op ze'', zucht een vrouw. ,,Maar de grote heren doen gewoon wat ze doen.''

Besmettelijke ziekten

Evenkia telt 18.000 inwoners, van wie niet meer dan drieduizend Evenki zijn. Eind zestiende eeuw kwamen kozakken de rivieren in Centraal-Siberië afzakken. Rond 1620 was het verzet van de Evenki tegen betaling van de jasak – belasting in de vorm van bont – gebroken. Bij Russische handelsposten langs de rivier ruilden Evenki extra pelzen in tegen metaal, luxegoederen, alcohol en besmettelijke ziekten. Hun aantal slonk snel. Waar kolonisten verschenen, trokken de Evenki dieper het woud in. Daar werden ze met rust gelaten.

Maar het laisser faire van de tsaren maakte plaats voor de missiedrang van de bolsjewieken. In 1927 richtten zij in de huidige hoofdstad Toera de eerste koelt'baza (culturele basis) op. Zo'n koelt'baza bestond uit een ziekenhuis, een apotheek, een veekliniek en laboratoria. Een school en een dom toezemtsev (inheemsenhuis) hielpen de Evenki om via gerichte propaganda binnen één generatie de grote sprong van de prehistorie naar het proletariaat te maken.

In de jaren dertig van de vorige eeuw begon de sloop van hun nomadische cultuur in volle ernst. Het rendierhouden diende van leefwijze in productiewijze te veranderen. Om dat te bereiken werden sjamanen en clanoudsten geexecuteerd, kuddes onteigend en de Evenki in steeds grotere dorpen samengedreven. Terwijl de mannen in dienst van de kolchoze in `rendierbrigades' over de taiga zwierven, vervreemdden hun kinderen in sovjetinternaten van hun voorvaderlijke levensstijl. Evenki werden een minderheid in hun eigen thuisland, toen Stalins gevangenisboten vanaf eind jaren dertig duizenden uitgeteerde Balten en Wolgaduitsers in de sneeuw dumpten. Zij bouwden dorpen en vermengden zich met de Evenki. Vanaf de jaren vijftig kwamen daar Russen en Oekraïeners bij, naar Evenkia gelokt door hoge salarissen.

Rendierhouderij werd nooit een lonende productiewijze. Met de komst van vliegtuigen, helikopters, motoren en jeeps verloor het rendier bovendien zijn oude rol als transportmiddel. Evenkia werd steeds afhankelijker van de giften uit het `vasteland' en werd daarom onverbiddelijk meegesleurd in de zastoi, de stagnatie. Zo had het Evenki-dorpje Koejoemba een prachtige kolchoze, herinnert de oude dorpsarts Natalja Gontsjarova zich. Honderden rendieren, koeien, paarden, kippen. ,,Iedereen had werk, zelfs de bejaarden.'' Maar in de jaren tachtig zakte de boel in elkaar. Omdat de kolchoze onvoldoende rendeerde, werd zij met andere zwakke kolchozen samengevoegd tot een sovchoze (staatsbedrijf). De bazen zaten ver weg en iedereen begon te stelen.

Gontsjarova: ,,Vanaf Gorbatsjov raakte de discipline helemaal zoek. De mannen verkochten een rendier voor een fles wodka. Kuddes ontnapten naar de taiga en verwilderden.'' Nu zijn de rendieren op en voelen de mannen zich overbodig. ,,In tien jaar heb ik zes zelfmoorden en 24 moorden meegemaakt. Op 150 inwoners. Het komt allemaal door alcohol en ledigheid'', zegt Gontsjarova.

Het zijn geen ongewone statistieken voor deze regio. In de hoofdplaats Baikit dreunt hoofdarts Sergej Vikentjevitsj een treurige serie op. Aantal geboorten per duizend Evenki: 20,9, ruim tweemaal het Russische gemiddelde. Babysterfte: 6,2 per duizend, driemaal het Russische gemiddelde. Tbc: tweemaal zo hoog als elders. Ongewoon veel gevallen van maagkanker door vervuild water, giftige wodka of inferieur voedsel. Levensverwachting voor mannen: 50 jaar. Voornaamste doodsoorzaken: geweld en zelfmoord. ,,Niemand heeft hier het geduld om aan een hartziekte te overlijden'', zegt de arts.

Vliegezwammen

Waardoor neigen inheemse volkeren als Evenki tot alcholisme en vechtpartijen? Siberische reisverslagen uit de negentiende eeuw lopen al over van de stomdronken of hallucinerende inheemsen. Een Russische kapitein trof in een Tsjoektsji-dorp iedereen, inclusief kinderen, zo dronken aan dat het grensde aan collectieve waanzin. Koriakken waren dermate verslaafd aan vliegezwammen dat ze de urine van andere gebruikers opdronken. Evenki-expert Otto Habeck: ,,Iets in het metabolisme van inheemsen lijkt het onmogelijk te maken normaal met alcohol en narcotica om te gaan.'' Met het oog daarop trachten de sovjetautoriteiten, evenals hun collega's in Canada, het noorden droog te leggen. Habeck: ,,Maar ik denk ook dat zowel het sovjetsysteem als het huidige Rusland inheemsen het gevoel geeft dat ze losers zijn. Wanhoop kweekt frustratie en geweld.''

Trots op het eigen verleden kan dan als tegengif dienen. Zonder rendieren geen Evenki, luidt het gezegde. ,,Het rendier kan dienen als etnisch markeerteken om het zelfvertrouwen te herstellen. Op termijn kan het ook toeristen trekken'', denkt Habeck. Lokale autoriteiten schermen met plannen voor een Evenki-renaissance door duizend rendieren van elders te importeren. De Evenki moeten niet langer in brigades over de taiga trekken maar in familieverband.

Jekaterina Davidoek vindt dat ook de lajka, de jachthond van de Evenki, speciaal moet worden beschermd. De lajka verdwijnt door vermenging met de vuilnisbakrassen die de Russische oliemensen volgen. Davidoek: ,,Komt een Evenki-jager een beer tegen, dan cirkelt de lajka rond en valt de beer in de rug aan. De jager kan dan beslissen de beer dood te schieten of hem te ontwijken. Maar ruikt een Russische bastaard een beer, dan rent hij piepend en met de staart tussen de benen naar zijn baas en lokt de beer juist naar hem toe.'' Davidoek kreeg onlangs een petitie van Evenki-jagers om alle Russische honden af te schieten. ,,Helaas mag dat niet. Die mormels hebben ook een eigenaar.''

Een jonge Evenki, die als ambtenaar in het stadje Bajkit werkt, gelooft er niet in. De trotse rendierrijder van de taiga met zijn trouwe lajka? Romantiek, typisch een idee voor een intellectueel uit de grote stad. ,,Het zou een kunstmatige attractie worden die alleen met heel veel geld in stand valt te houden.'' Niemand wil nog op de barre taiga leven en de kennis van het rendierhouden is al vrijwel uitgestorven. Bovendien is er geen markt voor rendiervlees. Wellicht is dat hip in Moskouse restaurants, maar hoe het vlees daarheen te krijgen? Per helikopter? Veel te duur.

Muskieten

Het is allemaal de schuld van de oliemannen, stelt Jekaterina Davidoek. In 1972 ontdekten de Russen olie in Evenkia, toen er nog 16.000 rendieren zwierven langs de Toengoes-rivier. Nu zijn dat er nog hooguit een paar honderd. Vervuiling, versnippering van het bos door wegen, en bodemerosie door houtkap zouden de oorzaken zijn. Anderen menen dat de schaal van de oliewinning in Evenkia te gering is om de neergang te kunnen verklaren. Zij hopen juist dat olie de spiraal van ontworteling, wanhoop en leegloop kan doorbreken.

Maar in de praktijk leven Evenki en oliemannen langs elkaar heen. Eind jaren zestig zwermden de Russische geologen over de taiga uit. Hun activiteiten waren voor de omwonenden zo mysterieus dat een roestige toren voor seismische proeven in de volksmond nog altijd Pluton heet. Men denkt namelijk dat de Sovjets er ondergrondse kernproeven uitvoerden. In de jaren tachtig rezen de eerste boortorens boven de sparrenbomen uit, maar het dichte woud en ondiepe rivieren bleken een obstakel voor grootschalige exploratie.

,,In de zomer slaan we de olie op in opslagtanks, alleen in de winter kunnen onze tankwagens rijden'', zegt voorman Aleksandr Plotnikov van staatsbedrijf Slavneft. Bij Slavneft zijn we getuige van oliewinning in sovjetstijl: 36 Russen, wadend door zeven hectare modder en een muur van muskieten. Het oogt als een primitief goudzoekerskamp, compleet met twee dikke kokkinnen die in de nachtelijke uren bijverdienen als troostmeisjes. ,,Ik schaam me voor onze werkomstandigheden'', zegt voorman Plotnikov. We begrijpen de vreugde als we vier dagen later met de stomdronken werkploeg en zeven honden in een Antonov-24 naar de beschaafde wereld terugvliegen.

Nu komt Yukos – een bedrijf met een grotere oliereserve dan Algerije en Indonesië samen – de zaak grootschaliger aanpakken. Met het oog daarop is Evenkia alvast geprivatiseerd. Toen manager Zolotariov gouverneur werd, is het bureau van het regiobestuur in Moskou naar het hoofdkwartier van Yukos verplaatst. Daar zetelt een staf die de fijne kneepjes van de public relations kent. Anders dan in het hoge noorden en West-Siberië zullen de inheemse bewoners van Evenkia van de nieuwe oliebonanza meeprofiteren, verzekert Yukos-consultant Vladimir Peresada ons aldaar.

West-Siberië werd als een citroen uitgeknepen en bij het oud vuil gegooid. Oliebedrijven joegen rendierhouders zonder compensatie van hun grond en maakten er een smeerboel van. Jaarlijks lekt in Rusland drie miljoen ton olie uit roestige pijpleidingen, vijftien maal zoveel als bij de ramp met de Exxon Valdez. Maar Yukos is een modern bedrijf dat naar Wall Street wil. Dat schept verplichtingen, dus wordt het voortaan oliewinning volgens ,,de hoogste internationale milieunormen'', belooft Peresada. Ook stelt Yukos in samenwerking met de Verenigde Naties een programma op voor sociaal-economische ontwikkeling van Evenkia. Huizen, opleidingen, ziekenhuizen en banen voor inheemsen. ,,Geen bijstand, maar ontwikkeling, dat is de Yukos-aanpak.''

Yukos-baas Michail Chodorkovsky hanteert een iets hoekiger jargon. Zijn bezoek aan Evenkia valt met het onze samen. In spijkerpak veert de jonge oliemagnaat kwiek uit zijn privé-jet, stort zich handenschuddend in een groepje stropdassen en legt dan de nieuwe wet van het land neer. Yukos is bereid de 18.000 inwoners van Evenkia te onderhouden, maar Chordorkovsky zal een harde meester zijn. Graag zou hij inheemsen in dienst nemen, maar die zijn werkschuw en de vraag is hoe hun ,,brein te herprogrammeren''. Dus importeert Yukos zijn arbeiders vooralsnog uit de Wolgastreek. ,,Ik ben voorstander van de wet die het westen groot maakte'', zegt Chodorkovsky met ijzige blik. ,,Wie niet werkt, valt terug op het absolute bestaansminimum. Sterker nog, wie niet werkt, moet betwijfelen of hij zal overleven.''

Zijn oordeel over de Evenki blijkt gangbaar in de olie-industrie. Nutteloze lieden zijn het. Tegenover het dorp Koejoemba ligt een perceel met roestige opslagloodsen en olietanks, eigendom van Yukos. Manager Sergej Paranov heeft er geen problemen mee als we een berg met zakken calciumchloride fotograferen, een giftig boorzout. ,,Wanneer dit in de rivier lekt, heb je een probleem'', erkent hij. Schoner zal het hier überhaupt niet worden. In de dertig jaar van kleinschalige oliewinning zag Paranov de Toengoesrivier al vertroebelen door olielekken, boorwater, modder en organisch afval. ,,De beschaving toont zich hier vooralsnog niet in haar fraaiste gestalte. Maar uiteindelijk hebben de Evenki voordeel van ons.''

Paranov denkt dan aan de extra belastingen, helikopterdiensten, wegen, bruggen en vliegvelden die Yukos zal brengen. Banen zal de olie opleveren, maar niet voor Evenki want dat zijn nu eenmaal dronkelappen.

Paranov: ,,Drie nuchtere Evenki werken voor mij, maar slim zijn ze niet. Alle anderen zuipen zelfs vloerreiniger. Het liefst willen zij op de brede schouders van de Rus het goede leven worden binnengedragen. Het ligt volgens mij eenvoudig: ze moeten assimileren of uitsterven.''

Ook vice-gouverneur Vladimir Stoerov betwijfelt of Evenki ,,psychologisch in staat zijn tot werken''. Hij houdt kantoor onder een portret van zijn oude idool, Lenin. Die kijkt nu uit op een foto van boortorens tussen roze veldbloemen. Stoerovs nieuwe idool is Chordorkovsky, maar of die de Evenki in moderne wereldburgers zal omturnen? ,,In de jaren negentig waren wij er vreselijk aan toe. Van Moskou hadden we niets meer te verwachten'', zegt Stoerov. ,,We moesten in het westen bedelen om meel, medicijnen en zelfs tweedehands kleding.'' Nu is Yukos er dan. Met haar oliedollars wordt een overstroomd dorp herbouwd, een sportreisje voor lokale atleten betaald, worden gepensioneerden gesponsord en drie warmtecentrales gemoderniseerd. ,,Yukos zal ons helpen.''

Chodorkovsky als weldoener van Evenkia, zoals olietycoon Abramovitsj van Sibneft eerder Tsjoekotka onder zijn hoede nam en Ponanin van Norilsk Nickel de Tajmyr. De tijd zal leren of de oligarchen betere meesters voor de Siberische inheemsen zijn dan de bolsjewieken. ,,Populair maken zij zich nu wel'', filosofeert de Siberische ecoloog Dmitri Lisitsyn. ,,De mensen geloven graag het sprookje van de vreemde tovenaar die de hongerende mensen gelukkig maakt. Zo bouwen de oligarchen aan het ware communisme. Ze leren de inheemsen eens te meer dat je het beste kan klagen, afwachten en de hand ophouden.''