Zingend hoef je niets te zien

In de boeken van uitgeverij Minuit gebeurt weinig en blijft veel ongezegd. Helaas durven Nederlands uitgevers het nauwelijks aan om de in Frankrijk gelauwerde opvolgers van Samuel Beckett te vertalen.

In augustus gebeurt er niets in Parijs, laat staan dat er boeken gemaakt worden. Zoals het nette Fransen betaamt gaan ook uitgevers in de zomer een maand naar het platteland, ongeacht het nieuwe literaire seizoen, de `rentrée' van 1 september. Daarom liggen op de verlaten redacties de stapels boeken al vanaf juli kant en klaar voor verzending naar de boekhandels. Bij uitgeverij Minuit wachten er twee titels om binnenkort de wereld in te gaan: Faire l'amour van Jean-Philippe Toussaint, en Ceux d'à côté van Laurent Mauvignier.

Beide boeken gaan over destructieve vormen van liefde. Mauvignier vertelt over een eenzame conservatoriumleerlinge, Catherine, die, nadat haar buurmeisje verkracht is, fantaseert dat zij zelf door de verkrachter geobserveerd wordt. Af en toe verschuift het vertelperspectief naar de verkrachter, en dan blijkt dat die de zangstudente inderdaad begint op te merken en haar gadeslaat in het café waar zij 's ochtends koffie drinkt. De afloop is onbepaald, maar het lijkt erop dat het gepleegde geweld de liefde in de weg staat. Beiden zijn veroordeeld tot een anoniem bestaan in de massa: `nog niet iemand maar ook niet helemaal niemand.'

In Faire l'amour van Toussaint zijn de personages al even eenzaam. Het boek speelt zich af tegen het minimalistische decor van een hotelkamer in Tokio, waar de verteller tracht de pijnlijke relatie met zijn vriendin te verbreken. Zij is een bekend kunstenares en mode-ontwerpster, die in Japan is uitgenodigd te exposeren. Tegenover haar creativiteit staat de vernietigingsdrift van de hoofdpersoon, die met een flesje zoutzuur op zak rondloopt. We zien de geliefden, als in een stomme film, door de sneeuw in nachtelijk Tokio dwalen, elkaar achterlatend om dan toch weer bij elkaar terug te keren. Dat mag erg steriel en avant-gardistisch klinken, maar het is, net als Ceux d'à côté, een mooie roman.

Dat Minuit in het najaar maar met twee van de vijftien romans komt die zij ieder jaar uitgeeft, is een teken van de eigenzinnigheid van de kleine, onafhankelijke uitgeverij. Veel uitgevers publiceren in september in één klap het nieuwe werk van al hun belangrijke auteurs, in de hoop mee te dingen naar een van de grote prijzen die vóór kerst worden uitgereikt. Door die opeenhoping van de prijsuitreikingen kent Frankrijk maar één echt literair seizoen, in plaats van twee, en worstelen critici en lezers in september met een stortvloed van dit jaar maar liefst 442 nieuwe Franse romans. Minuit doet daar niet aan mee, en gaf bijvoorbeeld twee romans van haar belangrijkste auteurs dit voorjaar uit, ver buiten de prijzentijd: Christian Osters Dans le train en Christian Gailly's Un soir au club.

Dans le train van Christian Oster (1949) gaat over een man die graag naar stations gaat, omdat het hem ontroert om vrouwen te zien vertrekken. Soms stapt hij in een trein, soms niet. Als hij op een dag een vrouw met een zware tas vol boeken ziet instappen, volgt hij haar tot in het hotel in haar plaats van bestemming. De korte zinnen en de pauzes van Oster roepen mooi de spanning en de onhandigheid van de eerste contacten op tussen de man en de vrouw, die al even eenzaam blijkt als hij, en die op haar beurt een beroemde schrijver achternaloopt.

Un soir au club van Gailly (1943) kreeg inmiddels de Prix Inter, een van de prijzen die wél voor de zomer worden uitgereikt. Het is het verhaal van een ex-jazzpianist die op een avond in een jazzclub ver van huis verzeild raakt, en tegen wil en dank verleid wordt door de muziek en de ravissante zangeres. Die nacht mist hij zijn trein, en alle volgende treinen, tot het niet meer hoeft.

Het zijn typische Minuit-boeken. De uitgeverij, die in 1941 clandestien werd opgericht, had als eerste grote naam Samuel Beckett, en in die traditie geven ze nog steeds romans uit waarin weinig gebeurt en veel ongezegd blijft. Volgens de directeur van Minuit, Irène Lindon, hebben de overeenkomsten in de romans van het fonds niets te maken met een vooropgezette uitgeverspolitiek. Gevraagd naar de `poëtica' van de uitgeverij ontkent zij dat die bestaat: `Wij benaderen ieder werk op een nieuwe manier: het besluit om iets uit te geven is het gevolg van een emotie, een plaisir, een verrassing die iedere auteur op zijn eigen manier tweegbrengt. Het is de literaire kritiek die achteraf een samenhang tussen die boeken vaststelt.'

Die samenhang is in het verleden door de kritiek en door de lezers zo vaak opgemerkt, dat Minuit zich dit voorjaar genoodzaakt zag om te adverteren met de verzekering dat hun auteurs toch echt heel verschillende boeken schrijven. Is dat ook zo? Als we de Minuit-oogst van dit jaar bekijken, springen de overeenkomsten in het oog. Het zijn romans waarin de sfeer belangrijker is dan de gebeurtenissen. De spanning ontstaat door de taal, die kaal is en muzikaal tegelijk, zoals een pianostuk van Satie. Ze spelen zich af in een verstilde wereld, waarin de tijd niet lijkt te verstrijken. Zo denkt de hoofdpersoon van Toussaint op een ochtend in Tokio: `De dag brak aan, en ik bedacht me dat het afgelopen was met onze liefde, het was alsof ik onze liefde voor me uit elkaar zag vallen, verdwijnend met de nacht, op het bijna onbeweeglijke ritme van de tijd die alleen voorbij blijkt te gaan wanneer je hem meet.'

Zijdelings gaan deze boeken ook over kunst, maar die blijkt weinig troost te bieden. De muziek bij Mauvignier en Gailly, de beeldende kunst bij Toussaint, de literatuur bij Oster: er komt weinig goeds uit voort. Zo hoort de zangeres Catherine in de roman van Mauvignier de verkrachting van haar buurmeisje niet door haar muziek: `alsof zingen bedoeld is om niets te zien, niets te horen.' Kunst, muziek of literatuur staat het leven zelf in de weg.

En de personages laten dat gebeuren. Ze zijn grotendeels passief en min of meer zonder psychologie of beweegredenen. Ze hebben, zoals Catherine in Ceux d'à côté het zegt, geen talent voor het leven. Zij dwalen door parken, benijden de gelukkige mensen om hen heen, bespieden hen en spiegelen zich aan hen: hun relaties hebben iets gewelddadigs of voyeuristisch.

De auteurs van dit Minuit-proza worden wel de Nouveaux nouveaux romanciers genoemd, naar de `nouveau roman' uit de jaren vijftig en zestig. In zijn pamflet 'Pour un nouveau roman' uit 1963 pleitte Robbe-Grillet (zie Boeken 16-11-2001 voor een beschouwing naar aanleiding van zijn recentste boek) voor een nieuwe vorm van literair realisme, dat recht moest doen aan het grillige karakter van de werkelijkheid. Geen verteller meer die alle feiten ordent tot een samenhangend geheel, geen eenheid van tijd en ruimte maar ambiguïteit van point of view. Zoals een van de nouveaux romanciers het formuleerde: `De roman is niet meer het schrijven van een avontuur, maar het avontuur van het schrijven'.

Natuurlijk kunnen niet alle huidige romans uit het fonds van Minuit gelezen worden als directe opvolgers van de nouveau roman. Auteurs als Oster en Toussaint laten de gevoelens en de karaktertrekken van hun personages weliswaar impliciet, maar ze zijn daarin minder radicaal dan hun voorgangers uit de traditie van de nouveau roman. Zo doet Mauvignier nog wel een poging om het gewelddadige gedrag van de verkrachter te verklaren. Bovendien verwijzen ze zelden expliciet naar het schrijfproces zelf, zoals de nouveaux romanciers wel deden.

Een van de schaarse vrouwelijke auteurs in het fonds van Minuit is Marie Ndiaye (1967). Toevallig of niet is zij ook een van de weinige Minuit-auteurs die in Nederland vertaald is, bij uitgeverij De Geus. Helaas hebben ze daar geen plannen om Ndiaye's meest recente roman, Rosie Carpe, uit te geven, een indrukwekkend boek waarvoor ze de Prix Femina kreeg. Uitgevers zijn blijkbaar huiverig om deze min of meer verhaalloze boeken op de Nederlandse markt te brengen. Dat is jammer, want zulke mooie romans die in Frankrijk geprezen, bekroond en vooral gelezen worden, verdienen ook in Nederland een kans.

Christian Gailly: Un soir au club. Minuit, 173 pagina's, €11,90

Christian Oster: Dans le train. Minuit, 159 pagina's, €11,90

Laurent Mauvignier: Ceux d'à côté. Minuit, 156 pagina's, €12,–

Jean-Philippe Toussaint: Faire l'amour. Minuit, 179 pagina's, €13,–