Vijftien jaar cel? `Dat is toch kolder, man!'

Met de veroordeling van André de V. tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens brandstichting bij S.E. Fireworks is een nieuw hoofdstuk in de Enschedese vuurwerkramp afgesloten. Maar de vragen blijven.

Zijn entree suggereert zelfverzekerdheid. Met hoge borst, priemende ogen richting publiek en een nonchalant `wat een gedoe hier', betreedt André de V. de Almelose rechtszaal. Een klein half uur later ligt hij er op de vloer, in de houdgreep van een bode en twee agenten van de parketpolitie. Direct nadat rechtbankpresident G. Stoové hem meedeelt dat hij, conform de eis, tot vijftien jaar cel wordt veroordeeld, slaan bij De V. de stoppen door. ,,Ik heb niets gedaan, man. Je bent niet goed wijs!''

Het waren juist de geestvermogens van De V. die ter discussie stonden. Want wie roept in de rechtszaal keer op keer dat hij onschuldig is, maar vertelt daarbuiten tegen verschillende personen dat hij wel degelijk brand heeft gesticht bij S.E. Fireworks? Het zijn die bekentenissen, tegenover kennissen, mede-gedetineerden en een politie-infiltrant, die de rechtbank gisteren als bewijs aanvoerde. ,,Ja, ik heb het gedaan maar dat zeg ik nooit. Ik moet gewoon volhouden dat ik op het zwembad was. Ze kunnen me niks maken'', had De V. tegen de politie-infiltrant in het Huis van Bewaring in Maastricht gezegd.

Die bekentenis mocht de rechtbank volgens advocaat A. Moszkowicz niet serieus nemen, zo had deze tijdens eerdere zittingen verklaard. De infiltratie in het huis van bewaring was niet alleen onrechtmatig, de waarde van de afgelegde verklaring was volgens Moszkowicz nihil. ,,Als hij dat al gezegd heeft, komt het uit zijn psyche voort.''

De V., naar eigen zeggen verslaafd aan fantasie, vertoont volgens psychiatrisch onderzoek trekjes van een stoornis. Omdat de Enschedeër niet volledig wilde meewerken aan het onderzoek in het Pieter Baan Centrum kan de rechtbank niet vaststellen of dit tijdens de brandstichting een rol heeft gespeeld. De rechtbank neemt de conclusie over dat De V. ondanks zijn gebrekkige sociale en geestelijke ontwikkeling als volledig toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd. Zijn warrige spreekstijl en opschepperig gedrag mogen dan twijfel zaaien, omdat De V. `herhaalde malen' gezegd heeft de brand te hebben gesticht, zijn de bekentenissen voor de rechter `betrouwbaar en consistent'.

De tweede pijler onder het bewijs is de rode sportbroek van De V. Hierop zijn sporen van evenementenvuurwerk gevonden. Hetzelfde type vuurwerk lag opgeslagen bij S.E Fireworks en is ook op de kleding van slachtoffers aangetroffen. Dit toont volgens de rechtbank aan dat de V. zich tijdens de explosies bij S.E. Fireworks op korte afstand bevond. De V. heeft altijd volgehouden dat hij op dat moment op een recreatieplas buiten Enschede was. De rechtbank hecht meer waarde aan verklaringen van getuigen die beweren dat hij daar pas later die middag arriveerde en dat De V. hun had gevraagd een alibi te bezorgen. Als de rechtbank De V. hiermee confronteert, verliest hij voor het eerst zijn zelfbeheersing. ,,Dat is toch kolder man'', schreeuwt hij Stoové toe, waarna hij hoofdschuddend in elkaar zakt.

De rechtbank houdt De V. verantwoordelijk voor de brand, ook al is niet gebleken dat hij ,,de dood van personen heeft gewild''. Maar: ,,Door op of bij een vuurwerkplaats brand te stichten heeft verdachte het algemeen voorzienbaar risico genomen dat zijn daad zeer ernstige gevolgen zou hebben''. De rechtbank velt geen oordeel over het handelen van de gemeente Enschede en de rijksoverheid. Bij het bepalen van de strafmaat had het OM het lakse toezicht van de overheidsinstanties op S.E. Fireworks nog als verzachtende omstandigheid opgevoerd. De rechtbank neemt die overweging niet over, maar stelt slechts dat de ramp minder groot van omvang was geweest indien er niet zoveel zwaar vuurwerk had gelegen.

Het vonnis laat meer vragen onbeantwoord. Hoe is de brand gesticht, wat was het motief, was De V. alleen? De rechtbank heeft de antwoorden op deze vragen niet nodig voor een schuldbepaling, veel slachtoffers van de vuurwerkramp wél. ,,Hij was erbij, maar heeft hij het ook gedaan'', vraagt J. Calis van de Belangenvereniging Slachtoffers Vuurwerkramp zich af. De V. kan zelf geen duidelijkheid verschaffen, want de potige parketwachten hebben hem in de greep. ,,Help mie toch jongs'', zegt hij en dan wordt hij afgevoerd.