Tussen Marx en Mercedes

De Duitse economie stagneert, de werkloosheid is opnieuw gestegen, naar ruim vier miljoen mensen. Duitsland heeft dringend nieuwe impulsen nodig. Het land snakt naar vernieuwers.

Lothar Späth was pas enkele jaren actief ondernemer in Jena, toen hij begin jaren negentig, kort na de val van de Muur, werd uitgenodigd om in Berlijn een groep Europese ambassadeurs toe te spreken. ,,Ik heb goed nieuws voor jullie'', zei hij, niet zonder ironie. ,,Jullie waren allemaal toch zo bang dat de Duitsers elkaar na de eenwording in de armen zouden vallen, en dat door hun enthousiasme de oude problemen weer de kop zouden opsteken?'' Späth doelde daarbij op de veelbesproken arrogantie van de Duitsers en hun economische dominantie in Europa. Welnu, Späth (64), topman van Jenoptik en oud-premier van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg, kon de ambassadeurs geruststellen. Kijk maar hoe de Duitsers in Oost en West na de hereniging met elkaar omgaan, zei hij: klagen, klagen, klagen. Al na een jaar jammerde een West-Duitser tegen hem: ,,Wat dat niet kost, die hereniging!''

Ook Späths vrienden in Nederland hoefden niet bang te zijn voor hun grote buur. Direct na de eenwording riepen zij angstig: ,,Hopelijk gaan jullie niet weer de hele wereld beleren, omdat jullie zo succesvol zijn.''

Hoe anders was de werkelijkheid. ,,De herenigde Duitsers keerden al snel terug naar hun frustrerende stammensysteem zonder iets nieuws te proberen'', vertrouwde Späth de aandachtig luisterende ambassadeurs toe.

Anno 2002 is de situatie niet veel beter. De recente watersnood heeft de problemen in het oosten alleen maar vergroot. Duitsland heeft dringend nieuwe impulsen nodig. De economie stagneert, de werkloosheid is opnieuw gestegen, naar ruim vier miljoen personen – exclusief de verborgen werkloosheid van minimaal anderhalf miljoen.

Het land snakt naar vernieuwers. Daarom hoopt de Beierse kanselierskandidaat Edmund Stoiber (CDU/CSU) na een overwinning bij de parlementsverkiezingen van 22 september de macht te kunnen overnemen en de Bondsrepubliek aantrekkelijker te maken voor investeerders. Om dit te bereiken, heeft Stoiber iemand als Lothar Späth hard nodig. Indien Stoiber wint, wil hij Späth benoemen tot superminister van Economische Zaken en Opbouw van het oosten.

Geen experimenten en vasthouden wat je hebt. Dat was decennialang het credo, opdat alles in Duitsland zo kon blijven als het was. Maar dat gebeurde niet. Vóór de val van de Berlijnse Muur in 1989 had de staat minder schulden, minder werklozen en geld over op de begroting. Dertien jaar later is het land economisch de hekkensluiter geworden van de twaalf eurolanden. De republiek heeft de laagste economische groei van het bruto binnenlands product (de totale nationale productie van goederen en diensten). De staatsschuld is royaal verdubbeld tot ruim 750 miljard euro, zij slokt jaarlijks ruim 40 miljard euro rente op bijna een kwart van de Duitse begroting. Inclusief de gemeenten en de zestien deelstaten was de schuldenberg opgelopen tot 1.200 miljard euro in 2001.

Een stijgend overheidstekort is het resultaat, de afgesproken grens om de euro stabiel te houden nadert. Reden genoeg voor de Europese Commissie om de rood-groene regering van bondskanselier Gerhard Schröder eerder dit jaar op de vingers te tikken. Slechts op het nippertje wist de sociaal-democraat Schröder, bevreesd dat hij bij de verkiezingen wordt weggestemd, te voorkomen dat Duitsland een bestraffende `blauwe brief' uit Brussel kreeg.

De spierballendiplomatie van Berlijn kan de bittere waarheid niet verdoezelen: Duitsland, ooit het trekpaard van West-Europa en de beste leerling van de klas, was blijven zitten. Dat is ook een tegenslag voor Europa, want de ontwikkeling in Duitsland remt de groei op het hele continent. De Duitse economie omvat een kwart van de totale productie in de Europese Unie.

Wat is er aan de hand in het rijke buurland van Nederland, waar de auto's altijd groter waren en er meer geld in de portemonnee zat? Natuurlijk, BMW en Mercedes gelden overal ter wereld nog steeds als begeerlijke droomauto's. Een Miele-stofzuiger of een wasmachine van Bauknecht staat voor degelijkheid. Een Poggenpohl-keuken is de Porsche onder de keukens. Een pak van Boss en een mantel van Jill Sander zijn gewild. Films van een nieuwe generatie regisseurs uit Keulen en München trekken een miljoenenpubliek. Oost-Duitsers surfen op de golven van de vrije markt en niet meer op de ideologie van Karl Marx. In Beieren, Hamburg en Berlijn is een groeiend aantal jonge ondernemers actief, die de nieuwste producten ontwikkelen in de biotechnologie en de software-industrie.

Desondanks kampen steden en gemeenten in Duitsland met enorme schulden. Ze zien de tekorten op hun begroting almaar oplopen. Steeds meer zwembaden en bibliotheken van Berlijn tot Wuppertal worden gesloten, scholen hebben geen geld meer voor een opknapbeurt, leraren kunnen geen nieuwe boeken meer aanschaffen en in veel kleine plaatsen is het wegdek zo slecht dat bedrijven er niet willen investeren.

Duitsland wordt armer, alleen hebben de Duitsers dat nog niet in de gaten, constateert Roland Berger in München. Berger adviseert als managementconsultant niet alleen grote bedrijven, maar ook politici als Stoiber en Schröder. `De machtige achter de machtigen', wordt hij genoemd. Duitsland heeft het laatste decennium een gemiddelde jaarlijkse groei van 1,7 procent gekend tegenover 3,9 procent in Amerika. Berger heeft uitgerekend dat een Duitser tien jaar geleden 80 procent kon kopen van wat een Amerikaan zich kon permitteren. Nu is dat nog 70 procent. ,,Als we zo doorgaan, wordt dat over tien jaar 60 procent'', zegt hij.

Indien de Duitsers hun positie willen behouden, moeten ze zich razendsnel aanpassen, zegt Lothar Späth. Hij geldt als een van de meest innovatieve ondernemers in de verenigde republiek. Met prikkelende uitspraken over Duitslands zwakke plekken, is hij een geliefd gastspreker op bijeenkomsten van politici, managers en lobbyorganisaties. ,,We maken bijna niets meer wat jonge mensen fascineert.'' En: ,,Politiek werd bij de hereniging alles goed gedaan, economisch alles verkeerd''. Zodra Späth losbrandt, hangt het publiek aan zijn lippen.

Späth heeft geen examen gedaan. Maar op zijn veertigste was hij wel minister-president van Baden-Württemberg. Intussen is hij professor doctor honoris causa en heeft hij meer dan twintig boeken gepubliceerd. `Cleverle', slimmerik, noemden ze hem in zijn geboorteplaats Sigmaringen. Als minister-president heeft de CDU-man Späth de deelstaat Baden-Württemberg tot centrum van technologische vernieuwing gemaakt. Met Beieren en Hessen vormt de zuidelijke regio het moderne economische hart van Duitsland. Hier zetelen DaimlerChrysler, Porsche, BMW, SAP, Hoechst, Deutsche Bank. En Siemens uiteraard, met 450.000 werknemers de grootste werkgever van Duitsland.

Zeker zo succesvol was Späth toen hij na de Duitse hereniging naar het bedrijfsleven overstapte en de Oost-Duitsers ging helpen met de sprong van de planeconomie naar de vrije markt. In enkele jaren maakte hij van het zieltogende DDR-Kombinat Carl Zeiss bekend van optische precisieapparaten en microscopen in het Thüringse Jena een hoogwaardig technologieconcern. Jenoptik, zoals de onderneming nu heet, is inmiddels de parel van het oosten. Niet alleen ging het gloednieuwe Jenoptik in 1998 als eerste Oost-Duitse hightech-firma naar de beurs. Dankzij Späth is Jena een explosief groeiende stad geworden door talloze kleinere technologieconcerns. Voor de Oost-Duitsers is Späth een Hoffnungsträger - iemand op wie hun hoop is gevestigd, dat het in het oosten toch nog iets kan worden.

Späth is ook de enige ondernemer in Duitsland met een eigen talkshow: Späth am Abend, waarmee hij het publiek vertrouwder wil maken met economische thema's. Hij vindt dat ondernemers te weinig gehoord worden en dus praat Späth met zijn gasten over de angst voor globalisering, over het Duitse `stammensysteem' de corporatistische staat met al zijn organisaties en sociale kartels die menig particulier initiatief blokkeren. Hij spreekt over verblijfsvergunningen voor buitenlandse softwarespecialisten, het scheppen van banen en hoe Duitsland weer een land van uitvinders moet zien te worden. Politici, ondernemers, wetenschappers, Lothar Späth weet de opinieleiders te lokken. Helmut Schmidt, de publiciste Viviane Forrester (`De terreur van de globalisering'), ex-president Roman Herzog, ze komen allemaal.

Minder staat, meer eigen verantwoordelijkheid, meer concurrentie, risico's nemen, dat is de grondtoon in de vragen van de ondernemer-presentator. Alsof Späth zijn landsbroeders duidelijk wil maken: Bitte, meer moed tot experimenten. Dan zou het land er beter voorstaan.

,,Duitsland werkt met spelregels voor een maatschappij die niet meer bestaat'', zegt Späth. Hij doelt op korte werkweken van 35 uur, starre CAO-lonen, fiscale kilometeraftrek naar het werk. Duitsland heeft een nieuwe generatie nodig, die onder druk van de hevige concurrentie echt innovatief en creatief is.

We ontmoeten elkaar in zijn werkkamer in een Berlijns hotel aan de Friedrichstrasse, waar de baas van Jenoptik neerstrijkt als hij in de hoofdstad moet zijn. 's Middags vliegt hij door naar München, dan naar Zürich en 's avonds is hij in Stuttgart.

Jena is voor deze kosmopoliet te klein. Maar niets aan hem verraadt haast of stress. In een onberispelijk blauw pak zit hij rechtop in zijn stoel. Een gedreven spreker. Späth vergelijkt de Duitse economie met een grote tanker, stabiel en solide. Die blijft varen, ook al krijgt hij steeds meer roestvlekken. Vaart zo'n tanker echter in de verkeerde richting, dan duurt het vreselijk lang om hem weer de goede kant op te krijgen. Eigenlijk had de Duitse tanker in 1990 een andere koers moeten inzetten. Bondskanselier Helmut Kohl had in de zestien jaar van zijn regering (1982-1998) nauwelijks offers van de Duitsers gevraagd. Alsof de eenwording uit de lopende rekening kon worden betaald. Wel gingen de belastingen en de sociale verzekeringspremies omhoog, want ook de Oost-Duitsers kwamen in het begeerlijke sociale stelsel terecht waaraan ze nooit hadden meebetaald. De `soli' (solidariteitstoeslag) werd ingevoerd, een extra belastingheffing voor de opbouw van het oosten, waarvan iedereen hoopte dat deze na enkele jaren weer zou worden afgeschaft.

Een andere kanselier, Helmut Schmidt, van 1974 tot 1982 aan de macht en inmiddels uitgever van het weekblad Die Zeit, berekende dat zeker een slordige 2.000 miljard mark ofwel 1.000 miljard euro nodig was voor de opbouw van de vroegere DDR. Daarop had Kohl de bevolking niet voorbereid, uit angst voor ontevreden kiezers. De christen-democraat Kohl was niet de enige die bang was voor zijn volk. Geen van de andere politici wilde inzien, dat de toch al dure Duitse werknemers door de verhoging van de sociale premies verder uit de markt werden geprezen.

Ook Gerhard Schröder, eenmaal kanselier, was afkerig van sociaal-economische veranderingen. Hij hield het bij belastingverlaging en immateriële verbeteringen zoals het homohuwelijk en versoepeling van het Duitse staatsburgerschap. Pas deze maand presenteerde Schröder zijn plannen om de arbeidsmarkt eindelijk flexibeler te maken (zie kader). Vier weken voor de verkiezingen durfde hij in actie te komen, terwijl hij toch vier jaar de tijd had gehad. Ook Schröder was bang. Omdat de achterban van zijn partij en de vakbonden telkens hevig protesteerden, slaagde hij er niet in eerder iets wezenlijks voor elkaar te krijgen. ,,Ik zeg altijd, Gerhard Schröder loopt als kanselier niet vast op de CDU, maar op zijn eigen partij. Op een dag struikelt hij over het tempo dat zijn eigen troepen niet kunnen bijhouden'', vertelt Lothar Späth. Helmut Kohl vroeg nauwelijks offers. Hij beloofde het oosten gouden bergen en werd weggestemd, toen de Oost-Duitsers merkten dat Kohl zijn woorden niet kon waarmaken. Schröder mocht van zijn partij enkele kleine hervormingen doorvoeren en liep toen eveneens vast, constateert Späth.

Wie de werkloosheidscijfers bekijkt, weet dat Bella Germania niet meer zo mooi is. Sterker: Duitsland is na de hereniging groter, voller èn armer geworden. ,,Tientallen jaren was het Duitse model – de sociale markteconomie – ongelofelijk succesvol. Dat maakt het zo moeilijk er afscheid van te nemen'', zegt Späth. Toch zit er niets anders op. Het model functioneerde optimaal om het vernietigde Duitsland na 1945 op de been te krijgen. Maar in het tijdperk van globalisering vormt de sociale markteconomie een rem op de economische ontwikkeling.

Op de vraag wat Duitsland wacht als de CDU/CSU in september de macht overneemt, antwoordt Späth in volle ernst: ,,Duitsland heeft vier jaren onpopulaire maatregelen nodig''. Dit zou een breuk inhouden met het verleden. De eerste en belangrijkste naoorlogse kanselier, de christen-democraat Konrad Adenauer (1949-1963), drukte zijn landgenoten op het hart vooral keine Experimente te beginnen. Drieënvijftig jaar later lijkt de voor Duitsland zo kenmerkende sociale markteconomie uitsluitend een toekomst te hebben, als de politici eindelijk eens durven te experimenteren. De `progressieve' Schröder, die alle kansen had, schrok terug voor de verandering: de tacticus won het van de moderniseerder.

Indien de peilingen uitkomen, kan een conservatief als Späth zijn mouwen opstropen. Soms blinken ware conservatieven er in uit dat zij, om het goede te behouden, bereid zijn veel te veranderen. Mocht Stoiber kanselier worden en Schröder opvolgen, dan mag Lothar Späth, de politicus-ondernemer uit Jena, als superminister orde op zaken stellen in het verenigde, maar innerlijk nog altijd gedeelde Duitsland.

Dit artikel is gebaseerd op het boek `Duitsland achter de schermen, het wonder van de Berlijnse Republiek' van Michèle de Waard, dat morgen bij uitgeverij Prometheus verschijnt. Prijs €13,95. ISBN 904460144X.