Trio De Bruijn prikkelt en paait

Het was het opmerkelijkste galerienieuws van de afgelopen zomer: de fusie van de galeries Singel 74 en The Living Room. Zowel Dick de Bruijn van Singel 74 als Bart van de Ven zijn oude rotten in het vak, die ieder met een duidelijk herkenbare `stal' een eigen reputatie hebben opgebouwd. Van de Ven houdt van `rauw-realistische' schilders als Giovanni Dalessi, Mark Outjers en Sandra Derks. Bij De Bruijn is vooral poëtische kunst met een conceptuele inslag te zien: de kleurvlakken van Jan van de Dobbelsteen of de vervreemdende beelden van Leo Copers, Hewald Jongenelis en Marc Ruygrok. Hoe die twee het samen gingen rooien begreep niemand – en de galeriehouders ook niet, zo bleek al snel. Op de MAF en de KunstRai werkten Van de Ven en De Bruijn nog samen, maar nu het nieuwe galeriejaar begint blijken ze alweer hun eigen weg te zijn gegaan. Van de Ven opent eind deze maand met een nieuwe tentoonstelling. Bij De Bruijn begint het seizoen dit weekend.

Voor de gelegenheid heeft De Bruijn ook de naam van zijn galerie veranderd. Vanaf nu heet de galerie aan het Amsterdamse Singel gewoon naar hemzelf, zodat er over keuze en smaak geen misverstand meer kan bestaan. En inderdaad passen de drie kunstenaars die De Bruijn voor zijn openingstentoonstelling uitnodigde naadloos bij zijn beleid van de afgelopen jaren. Zowel Aad Berlijn, Huub van der Loo en Felix Schramm prikkelen en paaien de toeschouwer en schoppen hem niet al te hard tegen de schenen. Dat geldt vooral voor Berlijn, wiens werk de toeschouwer onvermijdelijk bekend voorkomt, zelfs als je het niet eerder zag. Berlijn schildert mensfiguren en interieuren in een werveling van lijnen en kleuren, licht surrealistisch, licht poëtisch, maar net niet `eigen' genoeg om werkelijk indruk te maken.

Datzelfde geldt voor de schilderijen van Tilburger Huub van der Loo. Zijn doeken zijn goed geschilderd, maar doen in al hun gelaagdheid en wijdse krullen erg sterk denken aan het werk van Robert Zandvliet, nou net een van de populairste schilders van het moment.

De meest curieuze keuze van de `vernieuwde' Dick de Bruijn is de jonge Duitser Felix Schramm die in Düsseldorf onder anderen bij Jannis Kounellis studeerde. Schramm toont kleine maquettes van wit karton. Op het eerste gezicht zien die er nogal niksig uit; ruw gescheurde sculpturen die wel iets hebben van de hoeken van een oude doos. Die slappe impressie verandert echter als je Schramms sculpturen levensgroot op foto's ziet. Dan blijken het bijtende, bedreigende beelden, enigszins in de geest van de overleden `gebouwensnijder' Gordon Matta-Clark. Zo doen Schramms maquettes vooral verlangen naar zijn ruimtevullende beelden, en jawel: in de hoge, lichte ruimte van De Bruijn zouden die wel eens uitstekend kunnen passen.

Aad Berlijn, Huub van der Loo en Felix Schramm. Van 25 augustus t/m 26 september bij Galerie Dick de Bruijn, Singel 74, Amsterdam. Wo t/m za 13-18u.