Staatssecretaris

Het is de tweeëndertigste dag na de installatie van het kabinet-Balkenende, de achtentwintigste dag na het voorlezen van de regeringsverklaring en nog steeds hebben we geen LPF-staatssecretaris voor gezin en emancipatie. Het is makkelijk om hier hele platte verklaringen voor aan te dragen (vice-fractievoorzitter Hoogendijk heeft geen geschikte buurvrouwen meer over, potentiële kandidaten zijn afgeschrikt door de manier waarop Fiona de Vilder behandeld is wekenlang antichambreren bij Balkenende en dan een heel intimiderend gesprek op het departement van Sociale Zaken). Een platte verklaring is niet per se ondeugdelijk, maar het lijkt toch de moeite waard ook een slag dieper te graven.

In De Groene Amsterdammer (10 augustus j.l.) presenteren de politicologen De Lange, Van der Meer en Pellikaan een interessante analyse van het regeerakkoord van het kabinet-Balkenende. Volgens de onderzoekers is Werken aan vertrouwen, een kwestie van aanpakken een heel ander soort akkoord dan tot nu toe gebruikelijk was in de Nederlandse politiek. In het verleden was een regeerakkoord een verzameling compromissen: partij A wil bezuinigen op defensie, partij B wil verhoging van de uitgaven voor defensie, in het regeerakkoord leggen A en B vast dat de uitgaven voor defensie gelijk blijven; partij A wil euthanasie in het Wetboek van strafrecht houden, partij B wil euthanasie decriminaliseren, in het regeerakkoord komt te staan dat euthanasie onder voorwaarden niet vervolgd zal worden.

Het huidige regeerakkoord daarentegen lijkt te zijn gebaseerd op een verdeling van beleidsterreinen onder de drie coalitiepartners. Elke partij heeft een aantal beleidsterreinen toebedeeld gekregen waarop de eigen agenda volledig kan worden gerealiseerd. Volgens De Lange, Van der Meer en Pellikaan heeft de VVD de formatie gewonnen waar het gaat om economisch beleid (staatsschuld, begrotingstekort en dergelijke), heeft de LPF over de hele linie zijn zin gekregen ten aanzien van de immigratie en integratie van nieuwkomers en heeft het CDA zijn sociale agenda weten te realiseren (de plannen tot hervorming van de WAO stroken bijvoorbeeld volledig met de visie van het CDA). De onderzoekers gaan helaas niet in op de vraag of de uitruil van beleidsterreinen naadloos aansluit bij de portefeuilleverdeling, maar het lijkt erop dat dit niet overal het geval is.

Op het terrein van emancipatie en gezin is de slag gewonnen door het CDA: een inkomensafhankelijke kinderkorting in de belastingen om werken buitenshuis te ontmoedigen, een inkomensafhankelijke zorgtoeslag met hetzelfde effect, een levensloop verzekering om ervoor te zorgen dat vrouwen (`mensen', zegt het regeerakkoord netjes) de mogelijkheid hebben zelf voor hun kinderen te zorgen in een bepaalde fase van hun leven. Daar is voor een niet christen-democratische bewindsvrouw natuurlijk geen aardigheid aan.

Wat zou een LPF-bewindsvrouw moeten doen op dit beleidsterrein? Alsnog tegen de geest van het regeerakkoord in een poging doen om de economische zelfstandigheid van vrouwen te bevorderen door te mikken op voltijds werk en fatsoenlijke kinderopvang is denkelijk niet in de geest van Pim (wiens moeder tot zijn genoegen dagelijks thuis was als haar jongens uit school kwamen). Een LPF-staatssecretaris zou het LPF thema bij uitstek uit de kast moeten halen en zich moeten richten op de emancipatie van de allochtone vrouw met name binnen moslim gemeenschappen.

In de nieuwste aflevering van Opzij houdt politicologe Ayaan Hirsi Ali een vurig pleidooi voor deze strategie. Hirsi Ali wijst op de verschrikkelijke kanten van de strenge maagdelijkheidsnorm voor vrouwen, die ertoe leidt dat moslim jongens en meisjes elkaar nauwelijks kennen als zij aan een huwelijk beginnen: ,,Het door de familie gearrangeerde huwelijk op zeer jeugdige leeftijd plaatst de man voor een zware, niet zelfgekozen verantwoordelijkheid voor een meisje dat hij nauwelijks kent. Dit alles leidt vaak tot onbegrip, woede en machteloosheid. Als je als man dan ook nog bent opgevoed met het idee dat je een vrouw mag slaan, is de stap naar het gebruik van geweld klein.''

Uit het laatste jaarverslag van de Inspectie voor de gezondheidszorg blijkt dat het aantal abortussen in Nederland gestegen is en dat die abortussen vaak worden gepleegd door jonge allochtone vrouwen. Het ligt voor de hand hier een verband te zien met een gebrekkige seksuele opvoeding. Voor een creatieve LPF-politica is er heel veel te doen op dit terrein. Zij zou aansluiting kunnen zoeken bij de initiatieven van Clémence Ross-Van Dorp (staatssecretaris van VWS) die het makkelijker wil maken om bemoeizorg in de vorm van een gezinscoach los te laten op probleemgezinnen. Waarom de gezinscoach niet langs gestuurd als een allochtoon kind op achtjarige leeftijd nog niet kan zwemmen? Je zou ook kunnen denken aan uitbreiding van de zeer laagdrempelige zorg die nu wordt geleverd door consultatiebureaus. Voorafgaand aan wat nu je laatste bezoek is aan het consultatiebureau moet je als ouder invullen of je kleuter zindelijk is, goed praat, fatsoenlijk eet en een beetje kan tekenen.

Waarom moet deze zorg ophouden bij de kleuterleeftijd? Het is heel wel denkbaar dat je voor zesjarigen, achtjarigen, twaalfjarigen en veertienjarigen ook testjes en bezoekjes organiseert waarin onderwerpen als sociale vaardigheden (`Van welke clubjes is uw kind lid?'), elementair inzicht in de Nederlandse verhoudingen (`Weet uw kind dat het in Nederland zelf mag weten of het gaat trouwen en met wie?') en seksuele voorlichting (`Kent uw puber de belangrijkste voorbehoedsmiddelen?') aan de orde worden gesteld en waarin de consultatiebureau-arts of maatschappelijk werkster zich tijdens het consult een beeld kan vormen van de situatie waarin het kind opgroeit.

Voor een ambitieuze LPF-politica is dit een prachtige portefeuille.