Rare ramen

Modes komen en gaan, ook in de architectuur. Het begin van de 21ste eeuw betekent de doorbraak van de mode van de rare ramen die op lukrake wijze over de gevels lijken verstrooid.

Ramen zijn de belangrijkste onderdelen in gevels. Ze dienen niet alleen om het licht in het interieur te laten vallen, maar zijn ook het voornaamste compositiemiddel van een gevel. Eeuwenlang zijn ze vooral gebruikt om rust en orde aan te brengen in een gevel. Zeker sinds de renaissance werden ramen zo evenwichtig en ordelijk mogelijk in een gevel gezet. Als het even kon, vormden ze een strikte symmetrie: Italiaanse renaissance-palazzi hebben bijvoorbeeld altijd de toegang in het midden en even veel ramen rechts als links. Het was ook de gewoonte om ramen boven elkaar te plaatsen: oude Nederlandse grachtenhuizen hebben de ramen bijna altijd recht boven elkaar.

Natuurlijk heeft de architectuurgeschiedenis ook wel grillige gebouwen opgeleverd met verschillende soorten ramen. Zo ontwierpen de Amsterdamse-Schoolarchitecten in de eerste helft van de twintigste eeuw graag allerlei vreemd gevormde ramen. De tweede helft van de 20ste eeuw liet een retour à l'ordre zien, die gedeeltelijk noodgedwongen was. Vooral voor sociale woningen waren de budgetten zo laag dat architecten er niet aan ontkwamen dezelfde geprefabriceerde ramen te gebruiken.

Maar in de tweede helft van de jaren negentig is het rare raam herontdekt. Steeds vaker worden ramen gebruikt om gevels `speels', `chaotisch' en `artistiek' te maken. Soms, zoals de architecten Claus en Kaan in hun woontoren in Almere uit 2000, is het aantal verschillende ramen beperkt en hebben de verschillende maten een reden. In dit gebouw is de grootte van de ramen bepaald door de omvang van de ruimte achter het raam. De nu al beroemde Walvis uit 2001 in het Amsterdamse Oostelijk Havengebied is een soortgelijk gebouw wat de ramen betreft. Hier heeft Frits van Dongen voor de ramen steeds een veelvoud van een standaardraam gebruikt en deze rijgewijs in telkens andere ritmes geplaatst in de van boven en onderen schuin afgesneden gevels.

Het gebruik van rare ramen blijft niet beperkt tot het werk van modernski's als Claus en Kaan en Frits van Dongen. Ook een architect als Jos van Eldonk, die niet wars is van traditionalistische architectuur, heeft een veelheid aan ramen gebruikt in de pleingevel van het filmtheater Lux in Nijmegen, van kleine gaatjes tot forse vierkanten en langwerpige stroken.

Bij Van Eldonks Lux-theater zijn de verschillende ramen nog in een min of meer regelmatig patroon geplaatst. Maar steeds vaker verschijnen er gebouwen waarin de ramen extreme vormen aannemen en ook nog eens volkomen willekeurig in de gevel lijken geplaatst. Zo heeft de binnenplaats van het nieuwe Commissariaat voor de Media in Hilversum, naar een ontwerp van Koen van Velsen uit 2001, vier gevels waarin een dronken aannemer de ramen lijkt te hebben geplaatst. Dezelfde aannemer heeft de ramen gemaakt in het UvA-dek, studentenappartementen in Amsterdam naar een ontwerp van alweer Claus en Kaan. In Triade, het centrum voor kunsteducatie in Den Helder (2001), is Bjarne Mastenbroek nog een stap verder gegaan en heeft in het toch al grillig gevormde dak allerlei kleine en grote gaten laten aanbrengen op onregelmatige afstanden van elkaar.

De mode van de rare ramen heeft misschien te maken met de ongekende rijkdom van de jaren negentig. De sociale woningbouw werd gereduceerd ten gunste van dure koopwoningen, waarbij de aannemers niet in opstand kwamen als ze tien soorten ramen moesten maken – de winstmarge was toch groot genoeg. Misschien heeft het ook te maken met de almaar toenemende individualisering die met zich meebrengt dat de moderne mens geen genoegen meer neemt met allemaal dezelfde woningen: iedereen zijn eigen rare raam.

Maar wat de oorzaak van de mode van de rare ramen ook is, de bron ervan is niet moeilijk te vinden. Vooral Mastenbroeks Triade wijst de weg naar de oorsprong van de rare ramen: de kapel Notre-Dame-du-Haut in Ronchamps uit 1955, ontworpen door Le Corbusier. De dikke betonnen muren van deze schitterende kerk hebben gaten in allerlei maten gekregen waardoor het licht, door al dan niet gekleurd glas, naar binnen valt. Elke architect is er op bedevaart geweest en in elk architectenhoofd spoken de muren van de Notre Dame du Haut rond, wachtend op het juiste moment en de juiste plaats om te worden uitgevoerd in een eigen bouwwerk.