Politiek kabinet

Het artikel van Frans Kok, consultant public affairs in Den Haag, over een politiek kabinet (NRC Handelsblad, 8 augustus), is dermate tendentieus, en kretologisch dat ik het volgende aanteken:

1. Politbureaus bestonden in de Sovjet-Unie, tijdens het communistische één partij systeem. Om een politiek kabinet hiermee te vergelijken duidt op een gebrek aan kennis over het systeem van politbureaus, wekt de suggestie dat in Nederland een communistisch regime zou bestaan én laat een gebrek zien aan kennis over de, in veel west-Europese landen, bestaande politieke kabinetten.

2. Introductie van politieke kabinetten zou tot meer oncontroleerbare machtsspelletjes en politiek gekonkel leiden, volgens Kok. Deze stelling is op geen enkele wijze onderbouwd. Het tegendeel is waar omdat politieke belangenbehartiging nu duidelijker traceerbaar wordt, dus doorzichtiger en beter controleerbaar.

3. Een politiek-assistent is volgens Kok acceptabel waarom dan geen politiek kabinet?

4. Ambtenaren vanaf middelbaar beleidsniveau zullen zich door een dergelijk kabinet gedegradeerd voelen. Wat Kok bedoeld is niet duidelijk. Het is juist gewenst dat het politieke aspect duidelijker wordt voor de loyale ambtenaren.

5. Een politiek kabinet is alleen competent voor het departementale vakgebied van de minister en niet, zoals Kok suggereert, voor het hele maatschappelijke gebeuren over de departementsgrenzen heen. Tevens worden pardoes onbewezen politieke tegenstellingen gesuggereerd.

6. Het bureau secretaris-generaal is een ambtelijk orgaan en niet een politiek geschoold orgaan, zoals Kok lijkt te suggereren. De kritiek van de heer Kok komt overeen met veel ambtelijke tegenwerpingen tegen een politiek kabinet. In 1999 is het politiek kabinet ook in de media ter sprake geweest, al is dat schijnbaar de heer Kok ontgaan. Dus nog maar eens: een politiek kabinet kan een minister politiek meer adequaat terzijde staan dan een niet hiervoor bedoeld ambtelijk apparaat.