Pech

Een keer was het een echte pechdag. 1. Op school had ik keihard een stang tegen mijn mond gekregen. 2. En in de middag toen deden we voetje van de vloer en ik was de tikker en ik wou mijn vriendje tikken, maar die wist miet dat ik vlak achter hem was en toen trok hij de deur dicht en ik zat toen tussen de deur. Ik had een schaaf over mijn hoofd en mijn sleutelbeen. 3. In de middag kwam een vriendinnetje bij mijn zusje spelen en toen was zij door een wesp gestoken. 4. In de avond had mijn zusje met een snoeischaar in haar vinger geknipt. Wat een pech, hè?