Op naar Johannesburg

Overstromingen van de Moldau en de Elbe, wolkbreuken in Rijssen, dreigende dijkdoorbraken in de Chinese provincie Hunan, watersnood in India en Nepal – bij bakken is het regenwater de afgelopen weken dicht bij en ver weg uit de hemel gevallen. Het ecosysteem lijkt van slag. Volgens klimatologen staan de wereld drastische klimaatveranderingen te wachten met grotere instabiliteit, op sommige plaaten meer droogtes en in andere regio's meer neerslag, stormen en overstromingen.

Klimaatveranderingen, natuurrampen en uitsterving van de soorten zijn zo oud als de aarde. De laatste ijstijd was 18.000 jaar geleden en de zondvloed staat in de bijbel beschreven. Ook de zoektocht naar overzichtelijke verklaringen is universeel. Vroeger werden die gezocht bij de wraak van de goden, tegenwoordig bij het menselijke gedrag. De verbranding van fossiele brandstoffen (olie, gas, steenkool, hout) veroorzaakt het broeikaseffect; de verwarming van de atmosfeer leidt tot heftiger weersomstandigheden. De veelgehoorde oplossing luidt dan dat de rijke industrielanden hun consumptiepatroon dienen aan te passen en hun energieverbruik moeten terugdringen.

Was het maar zo eenvoudig. Er zijn in het universum meer krachten aan het werk die het aardse klimaat beïnvloeden. Toch zal de Wereldtop voor duurzame ontwikkeling (WSSD), die de komende twee weken in de Zuidafrikaanse stad Johannesburg gehouden wordt, zich luidruchtig richten op de samenhang tussen economische ontwikkeling, armoede, klimaatverandering en aantasting van de biodiversiteit. Deze bijeenkomst met naar verwachting 65.000 deelnemers belooft het grootste spektakel te worden dat ooit onder de vlag van de Verenigde Naties is georganiseerd. Maar over besluiten bestaat nog geen begin van overeenstemming. Bij voorbaat is duidelijk dat de bijeenkomst topzwaar is van aantallen deelnemers, uiteenlopende doelstellingen en tegenstrijdige belangen.

Formeel is `Johannesburg' het vervolg op de `Aarde-top' die tien jaar geleden in Rio de Janeiro werd gehouden. Van de `duurzame ontwikkeling' die daar werd omarmd is weinig terechtgekomen. De beoogde `win-win'-combinatie van ontwikkeling, armoedebestrijding en milieubehoud blijkt in de praktijk lastig en vraagt om politieke keuzes. Dat die worden ontweken komt niet alleen door de nadruk op economische groei, maar ook door de bevolkingsgroei. De aarde moet ruim zes miljard en over vijftig jaar negen miljard mensen onderhouden. Hoe kan deze mensenmassa – in 2050 woont 85 procent van de wereldbevolking in ontwikkelingslanden – een beter bestaan in het vooruitzicht worden gesteld zonder de natuurlijke rijkdom van de aarde onherstelbaar aan te tasten of de hulpbronnen uit te putten? Dat is de vraag waar het in Johannesburg om draait. De antwoorden lijken verder weg dan ooit.

De Wereldbank heeft aan de vooravond van de WSSD haar World Development Report uitgegeven. Economische groei is onontbeerlijk voor armoedebestrijding en het marktmechanisme is hiervoor het beste middel. Overheidsingrijpen moet de tekortkomingen van de markt corrigeren. Behoorlijk bestuur, deugdelijk beleid, toegang tot basisvoorzieningen, respect voor democratie en rechten van vrouwen bevorderen een menswaardige samenleving. Oorlogen, politieke chaos, corruptie en economisch wanbeleid vormen de grootste rem op ontwikkeling. Dat zijn voor de hand liggende vaststellingen, maar kom er maar eens om in de wereld.

Natuurlijk hebben de rijke landen met hun economische en politieke macht een bijzondere verantwoordelijkheid. De voortduring van het subsidiebeleid voor de landbouw in de EU en de VS, de subsidies op energie (steenkolen in Duitsland, aardgas in het Westland) zijn fnuikend voor ontwikkelingslanden. De wijze waarop vissers gesubsidieerd bezig zijn de zeeën leeg te vissen is schandalig. Ontwikkelingslanden zijn hoge schulden aangegaan en dat maakt hen kwetsbaar voor de grilligheid van westerse kapitaalmarkten. Het internationale financiële stelsel kan ongunstig uitpakken. Zie de crises in Oost-Azië van enkele jaren geleden, zie de dreigende crisis in Brazilië. Ongearticuleerde financiële bewegingen, in reactie daarop, kunnen de dreiging verwerkelijken. Voor landen die afhankelijk zijn van ontwikkelingshulp is kwijtschelding van schulden geen blijvende optie.

Maar niet alle ecologische rampspoed valt het Westen aan te rekenen. De grootste broeikasdreiging op aarde komt van de `bruine wolk' boven Zuidoost-Azië. Deze neemt jaarlijks in omvang toe en wordt veroorzaakt door uitlaatgassen, het gebruik van steenkool en hout als brandstof, bosbranden voor de openlegging van het tropische regenwoud voor landbouw. Het klimaatverdrag van Kyoto heeft hier geen greep op – snel groeiende ontwikkelingslanden zijn ondanks hun alarmerende uitstoot van CO2 uitgezonderd van deelname. Van de Kyoto-afspraken moet overigens niet veel verwacht worden: al zouden alle industrielanden de doelstellingen naleven (de Verenigde Staten weigeren het verdrag te ondertekenen), dan zou het betekenen dat tegen een hoge prijs van verzuimde economische groei een marginaal verschil wordt geboekt in de verwachte temperatuurstijging van de aarde.

Zuidelijk Afrika biedt meer voorbeelden van lokaal veroorzaakte ellende. Zuid-Afrika blijft hardnekkig vasthouden aan een desastreuze ontkenning van aids. In Zimbabwe zijn de blanke boeren van hun land gejaagd waardoor de productie van voedsel en exportgewassen is ingestort. Zambia weigert internationale voedselhulp omdat de aangeboden maïs genetisch gemodificeerd is. In de hele regio dreigt een hongersnood die miljoenen mensen treft. Angola is een schrijnend voorbeeld van de verwoestingen die tientallen jaren van burgeroorlog aanrichten.

Op de top in Johannesburg zullen regeringsleiders en bewindslieden prominent aanwezig zijn – alleen al uit Nederland de premier, twee staatssecretarissen (Ontwikkelingssamenwerking en Milieu) en de kroonprins. De toon zal gezet worden door de vertegenwoordigers van de NGO's, de niet-gouvernementele organisaties uit zowel rijke als arme landen die de mediaperceptie over het milieu- en ontwikkelingsbeleid in sterke mate beïnvloeden. Steeds meer bepalen zij de agenda's van internationale conferenties. Maar zij ontberen de politieke macht om besluiten te nemen, het geld om maatregelen te financieren en de innovatiedrang van ondernemers om schone energietechnologieën te ontwikkelen. Zij vormen in hoofdzaak een praat- en actiecircuit. Voor de uitwisseling van ervaringen is dat een waardevolle bezigheid, maar het is geen basis voor mondiale besluitvorming, ook niet in VN-verband. De top in Johannesburg belooft dan ook de laatste grote conferentie in haar soort te worden.