Ontsnapt aan een net van fictie

`True fiction' had het moeten worden. Jarenlang de eigen verbeelding voeden, tot die overslaat op de natie, werkelijkheid wordt en aan de macht komt: `Ik word minister-president van dit land'. Zo ver kwam het niet, en `true fiction' is nu de genre-aanduiding van de roman De koning van Nederland. Daarin buigt televisiemaker Bert van der Veer zich over de twee maanden Nederlandse geschiedenis tussen 6 maart en 6 mei 2002, waarbij hij dag na dag fantaseert over `hoe het gegaan zou kunnen zijn' aan de hand van ware gebeurtenissen.

Het boek wordt door de uitgeverij aangeprezen als een `thriller over de moord op Pim Fortuyn', maar van de spanning moet het boek het niet echt hebben. Wel erg snel duikt ene Thorwald van der H. op, een milieuactivist die door de CIA is gehersenspoeld om min of meer buiten zijn eigen controle om gewelddaden te plegen. De technische details over die triggermen (hoe worden ze precies gehersenspoeld, hoe worden ze aangestuurd, in hoeverre hebben ze nog een eigen wil?) ontbreken echter, waardoor er weinig lol aan de gedachte te beleven is. De motivatie voor de CIA-moordplannen is Pims twijfel over investering in de Joint Strike Fighter. Pim heeft ook andere vijanden, maar het Vaticaan blaast per vergissing een Zweedse professor in Provazzano (in plaats van Provesano) op en de haat van de haargroeimiddelenindustrie wordt wel aangestipt, maar komt niet tot wasdom.

De hoofdpersoon Pim Fortuyn is gemodelleerd naar zijn softe kant: de man die Liefde zoekt, meer `ons godje' dan een politicus. Dat stemt grotendeels overeen met het beeld van Fortuyn dat oprijst uit de journalistieke portretten die het afgelopen halfjaar van hem zijn verschenen en die Van der Veer aan het einde als bron opvoert. Talloze bekende Nederlanders vervullen bijrollen als wel erg voor de hand liggende karikaturen: de koningin is een harde manager, haar zoon een geile domkop, Katja Schuurman een alcoholistische stoeipoes, Wim Kok een verstandige man (`Liever Ad, desnoods Hans, maar misschien, heel misschien dan toch maar een paar jaar Pim') en J.P. Balkenende eigenlijk te goed voor deze wereld.

Dat laatste komt naar voren in een amusante passage over hoe `JP' in De Telegraaf leest dat er jaarlijks in Nederland een miljoen vibrators wordt verkocht. `Hoe lang was dit aan de gang? Een jaar of vijf? Vijf miljoen vibrators in laatjes van de nachtkastjes? Gemiddeld gebruik? Eens per week? Tweehonderdvijftig miljoen orgasmen per jaar waar geen man aan te pas kwam? Vijftigduizendmaal betaalde sex per dag? Achttien miljoen mannelijke zaadlozingen per jaar, buiten de deur?' Het leidt tot een acute schrijfdrift bij Balkenende, die slechts gestuit kan worden door zijn echtgenote: `En nog iets, liefje: de Tarzan II haalt het niet bij de Pearl Butterfly. En die haalt het niet bij jou.'

Van der Veers idee was niet slecht: Pim vangen, om met Harry Mulisch te spreken, in een net van fictie. Dat kost echter meer tijd dan Van der Veer ervoor heeft genomen. Zijnt bliksemsnel geproduceerde boek is niet meer dan een ruw staketsel met hier en daar een aardige vondst. Bijvoorbeeld in een gesprek tussen Pim en John Dost, waarin de laatste de politiek analyseert aan de hand van het door Nederland gemiste Eurovisiesongfestival en het WK voetbal: `Daarom willen ze jou. Omdat ze zich met jou weer trots en sterk voelen.' Even verder heeft voetbalhater Pim een vooruitziende blik aangaande het Zuid-Koreaanse elftal: `Ze komen bij de laatste vier en verliezen dan van Duitsland'.

Dat is ook precies het lot van zowel de true fiction van Pim Fortuyn als die van thrillerschrijver Bert van der Veer. Sterk opgekomen, maar de finale niet gehaald.

Bert van der Veer: De koning van Nederland. Vassallucci, 240 blz. €14,95