Napoleon glanst nog

Een van de twee onovertroffen talenten van Napoleon was dat hij veldslagen kon winnen, hoe overmachtig de vijand zich ook voordeed (zelfs bij Waterloo scheelde het een haar); het andere was zijn vermogen om in alle maatschappelijke verhoudingen naar de dominante plaats op te dringen. Hij was goed toegerust om het in een tijd van verstoorde staatsorde ver te brengen. Wat om nadere verklaring vraagt is dat Napoleon zo'n glansrol is blijven vervullen in de Europese geschiedenis. Hij wordt nooit afgedaan als een brute veroveraar; hij is de Empereur Napoléon, de meest fameuze Europeaan van allemaal.

Het heeft hem in de waardering van het nageslacht waarschijnlijk geholpen dat hij zowel bij de revolutionaire vernieuwing hoort als bij het herstel van een traditionele orde van rangen en standen. Wie in Parijs ziet dat de breedste avenues naar de veldslagen en maarschalken van de keizer heten, verwondert zich erover dat Napoleon zelf in het stratenboekje ontbreekt. Hoe komt dat? Het gaat misschien niet om de man; het gaat om de glorie, de grandeur en het ontzag voor Frankrijk die hem begeleid hebben. Hijzelf heeft genoeg aan de rue Bonaparte, een dwarsstraat in Saint-Germain-des-Prés.

Het is de moeite waard om van tijd tot tijd na te gaan hoe het met dat leven zat, hoe het gezien kan worden. Paul Johnson, vroeger hoofdredacteur van het linkse blad New Statesman, later naar de andere politieke kant overgestoken, beantwoordt vooral de laatste vraag. Hij is meer essayist dan onderzoeker. Hij heeft een drastische techniek van weglaten toegepast om aan het model van de serie korte biografieën van Viking/Penguin te voldoen: Napoleon in 190 kleine pagina's, en nergens een saaie passage.

Het boek is betrekkelijk uitvoerig over Napoleons militaire campagnes, de voorbereiding en de uitvoering; betrekkelijk summier over de binnenlandse politiek; onderhoudend over zijn relaties met vrouwen; minder informatief over die met ministers en maarschalken; verhelderend over zijn werkwijze, minder over zijn temperament; duidelijk over hoe de Britse regering hem zag, minder over andere Europese landen.

Engeland was de enige constante en effectieve tegenstander van het keizerrijk en heeft daarom recht op bijzondere aandacht. Er komt bij dat Paul Johnson als Engelsman voor zijn landgenoten geschreven heeft. Daardoor klinkt zijn verhaal juist in vertaling nogal eens zo anglocentrisch dat de Nederlandse lezer zich een buitenlandse bezoeker voelt. Zo gaat het wanneer er drie pagina's besteed worden aan wat Engelse schrijvers in Napoleons tijd van hem vonden; en wanneer Marie Walewska vergeleken wordt met `de verwaarloosde vrouw van de Prins Regent' alsof iedereen natuurlijk weet wie dat was. De anglocentrische inslag wordt onnodig versterkt door de anderhalve pagina bibliografie aan het slot waarin een paar Franse en verder alleen Engelse boeken staan, sommige vertaald uit het Frans. Iemand die Johnson liever in het Nederlands leest dan in de ook pas verschenen Engelse uitgave moet niet denken dat verdere kennis alleen in buitenlandse talen beschikbaar is.

Paul Johnson: Napoleon.

Vertaald door Han Meyer. Balans, 192 blz. €17,90