Lieve Indiërs blijven dromen en verliezen

Krampachtig probeert India de kloof met de internationale hockeyelite te dichten. Ook na de 5-2 nederlaag, gisteren tegen Nederland, blijft die droom intact.

Zelfs de bondscoach die zich bij zijn `debuut' in het Wagener-stadion geen betere tegenstander had kunnen wensen, ontkwam niet aan de bittere conclusie. ,,Dit is niet het India zoals wij dat kennen en het India dat de liefhebbers graag zouden zien.'' Het aanvalsgerichte spel, gebaseerd op snelheid en een oogstrelende techniek, bestaat niet meer zoveel wilde Joost Bellaart maar zeggen na de 5-2 overwinning op de ploeg die zes jaar geleden (olympisch kwalificatietoernooi in Barcelona, 4-1) voor het laatst won van Nederland.

Een herhaling van die stunt bleef gisteren uit. Sterker nog: op de openingsdag van het vierlandentoernooi in Amstelveen demonstreerde de gevallen grootmacht dat de kloof met de internationale hockeyelite eerder groter dan kleiner is geworden. ,,Veel te lief'', zo vatte oud-aanvoerder van het Nederlands elftal, Marc Delissen, het naïeve optreden van de Indiërs na afloop treffend samen.

Aan de hand van de bij vlagen weergaloze Teun de Nooijer – hersteld van een enkelblessure – kon en mocht de gerenoveerde Nederlandse ploeg naar hartelust combineren. Het resulteerde in fraaie combinaties die, en dat deed vooral de bondscoach veel plezier, doeltreffend werden afgerond. ,,Onze spitsen toonden zich slagvaardig in de cirkel en dat is wel eens anders geweest'', zei Bellaart, wiens elftal morgen tegen Zuid-Korea speelt en het oefentoernooi zondag besluit tegen Australië.

Slagvaardig optreden is al jaren niet meer besteed aan India, het land dat nog slechts kan teren op de hockeyglorie uit het verleden. Aandoenlijk blijft niettemin het bijna grenzeloze optimisme dat de Indiërs telkenmale aan de dag leggen. Zes maanden geleden, in de aanloop naar het WK in Maleisië, wisten spelers en coach het zeker: India zou, zevenentwintig jaar na dato, de titel terugbrengen naar het subcontinent dat zo snakt naar sportieve successen. Breeduit werd die blijde boodschap gemeten in de media. Een legertje van 38 journalisten rukte uit om getuige te kunnen zijn van de sportieve wederopstanding.

Groot was dan ook de teleurstelling toen reeds op de openingsdag bleek dat die voorspelling op drijfzand was gebouwd. Laagvlieger Japan hield de achtvoudig olympisch kampioen op een gelijkspel (2-2), waarna het elftal als een kaartenhuis ineenstortte. Nederlagen tegen achtereenvolgens Zuid-Korea (2-1), Maleisië (3-2) en Engeland (3-2) bezegelden vervolgens het lot van bondscoach Cedric d'Souza, die halverwege het toernooi naar huis werd gestuurd door zijn superieuren. Assistent CR Kumar loodste India uiteindelijk naar de als beschamend ervaren tiende plaats en kon na afloop eveneens vertrekken. Zeker toen bleek dat hij er een geheime agenda op na had gehouden.

Diens opvolger luistert naar de naam Rajinder Singh en lijkt weinig tot niets van het verleden te hebben geleerd. ,,We hebben een goede kans om de Champions Trophy te winnen'', sprak de oud-international begin deze week, vlak voordat zijn selectie op het vliegtuig naar Europa stapte. Om zijn boude bewering te staven, verwees Singh naar de vrouwenploeg, de in eigen land bewierookte Golden Girls. Die verrasten begin deze maand door, hoewel niet geplaatst voor het WK, in Manchester de gouden medaille te winnen bij de Gemenebest Spelen ten koste van onder meer gastland Engeland (tweede) en de gedoodverfde titelkandidaat Australië (derde).

Zes jaar geleden deed de Indiase mannenploeg voor het laatst mee aan de Champions Trophy. Niet op basis van sportieve prestaties, maar omdat het land de organisatie van het jaarlijkse toernooi tussen de zes sterkste hockeynaties ter wereld voor zijn rekening nam. Vorig najaar dwong India een rentree af, dankzij de eindzege in de zogeheten Champions Challenge (de eerste divisie van het internationale hockey) die, net als de kort daarvoor behaalde wereldtitel bij de junioren, aanleiding gaf tot grote vreugde.

Maar na de ontmaskering bij het WK in Maleisië is de vraag: hoe nu verder? Niet voor niets woedt op www.indianhockey.com al maanden een verhitte discussie over de vraag of India een buitenlandse bondscoach moet aanstellen. Een meerderheid heeft die vraag intussen met een revolutionair `ja' beantwoord. Te vrezen valt dat over ruim twee weken, in het slotweekeinde van de komende Champions Trophy in Keulen, dat aantal zal zijn toegenomen.

Maar zo somber gestemd is India's onverwoestbare veteraan Dhanray Pillay niet gestemd. Ook gisteren hield de recordinternational de moed erin, ondanks de ruime nederlaag tegen Nederland. ,,Het is pas onze eerste wedstrijd bij dit toernooi. We hebben de afgelopen weken hard getraind en kunnen dus alleen maar beter worden. Vlak ons daarom niet nu al uit voor de Champions Trophy.''

Ondanks de drastische verjongingskuur die bondscoach Singh op last van zijn broodheren heeft doorgevoerd, vertrouwt India nog altijd op de brille van de spits die in eigen land als een halfgod wordt aanbeden. In het duel tegen de olympisch kampioen bleek weer eens waarom, want ondanks zijn leeftijd (34 jaar) draaft Pillay nog altijd als een jonge hond over het kunstgras. ,,Hockey keeps me going'', grijnsde de technisch vaardige en balvaste aanvaller die onlangs, na lucratieve omzwervingen in Frankrijk, Duitsland en Maleisië, terugkeerde in India's bedrijvencompetitie.

Vragen over de grote schoonmaak die zich na het echec in Kuala Lumpur achter de schermen voltrok, gaat de geslepen spits uit de weg. ,,I won't discuss that with you'', bitste hij gisteren. ,,Het verleden kunnen we beter laten rusten. Dat is geweest en niet meer interessant. Wij kijken liever vooruit.''