Langs de zachte weg

In de 18de eeuw was het Gelderse kasteel Rosendael al beroemd om zijn tuinen. Er kwamen geregeld dagjesmensen op af, zoals de Arnhemmer Johan Michiel Bloemroder die er begin september 1748 een bloeiende aloë wilde bewonderen. Tijdens dit bezoek werd hij door een paar tuinlieden gegrepen, afgeranseld en in een donker hok opgesloten, alles onder het goedkeurend oog van de kasteelheer Lubbert Adolf Torck van Rosendael. Torck was een staatsgezind regent van de oude stempel, die de orangistische omwenteling van 1747 nog niet te boven was en op Bloemroder, leider van een Vrije Oranje Compagnie, blijkbaar bijzonder gebeten was geraakt.

Torck van Rosendael was op dat moment nog een van de machtigste mannen van het Kwartier van Veluwe, een van de drie autonome delen van Gelderland. Hij had niet alleen een sterke bestuurlijke, juridische en financiële greep op zijn gewest, maar ook een rechtstreekse lijn naar Den Haag. Dat die lijn na de verheffing van Willem IV tot erfstadhouder in 1747 een andere was dan daarvoor, maakte hem nog niet machteloos. Toch werd zijn positie al spoedig bedreigd door een jongere rivaal, die op de golven van de omwenteling naar boven was gestuwd. Dat was een telg uit een gerenommeerd Gelders geslacht, Andries Schimmelpenninck van der Oije.

Over de razendsnelle opkomst van deze uit Zutphen afkomstige landjonker en zijn succesvolle bestuurlijke carrière heeft de historicus Marten Franken een fascinerend boek geschreven. Een echte biografie is het bij gebrek aan gegevens over het privé-leven van de hoofdpersoon niet geworden, maar dat wordt gecompenseerd door de stortvloed aan archivalia uit Andries' bestuurlijke leven. Daaruit rijst het beeld op van een onvermoeibaar werker, een slimme diplomaat, een krachtdadig bestuurder en vooral ook een pragmaticus. Een man die zeker ook onder een gelukkig gesternte was geboren, zoals blijkt uit zijn in alle opzichten vruchtbare huwelijk met Woltera Geertruid van Wijnbergen in 1749. Zijn ijzeren discipline en zijn doorzettingsvermogen erfde hij van zijn vader Gerrit Jurriën, maar in tegenstelling tot deze harde, bijna harteloze man streefde hij ernaar partijen te verzoenen langs de `sagte weg'. Op twee punten moet Andries echter onvermurwbaar zijn geweest: de strijd tegen Torck en de band met de Oranje-dynastie. In die strijd won hij slag op slag, totdat hij na de dood van zijn rivaal in 1758 zelf `premier' van het kwartier van Veluwe kon worden. De band met Willem IV, regentes Anna, Willem V en zelfs de hertog van Brunswijk was zeer sterk en in velerlei opzicht zelfs van heel persoonlijke aard. Zo verliep het bestuur in dit deel van Gelderland op den duur vrijwel rimpelloos. Symbolisch daarvoor was de inhuldiging van prins Willem V in Gelderland in 1766, waarbij de `illuminatiën' en vuurwerk plaatsvonden in de tuinen van kasteel Rosendael. Het echte politieke vuurwerk van de eeuw moest toen nog komen, maar dat behoorde aan een nieuwe bestuurlijke generatie.

M.A.M. Franken: Dienaar van Oranje. Andries Schimmelpenninck van der Oije 1705-1776. Een politieke en bestuurlijke levensbeschrijving van een Gelderse luitenant-stadhouder. Walburg Pers, 368 blz. €31,95