`IJzeren gordijn' tussen rijk en minder rijk

Van de ene op de andere dag verrees tussen twee wijken van de buurgemeenten Douai en Cuincy in Noord-Frankrijk een hoog hek. Omdat de situatie `onhoudbaar' was, zegt de ene kant. `Vernederend', vindt de andere zijde.

Gedienstig zet de jongen zijn fiets tegen het hek, zodat de bezoeker een opstapje heeft om eroverheen te klimmen. Hijzelf trekt zich op aan de spijlen en slingert zich behendig naar de andere kant. Het is inmiddels routine voor hem en zijn vrienden, sinds begin augustus `de muur van de schande' dan wel `het ijzeren gordijn' of ook wel `Alcatraz' precies op de grens tussen de gemeentes Douai en Cuincy, even ten zuiden van de Noord-Franse stad Lille, werd aangebracht.

Twee meter twintig hoog en zeven meter breed heeft de groengespoten, stalen afscheiding van de Rue des Cytises enerzijds en de Allée Jacques Prévert anderzijds van de ene dag op de andere doodlopende straten gemaakt. De bewoners van de tuinstadswijkjes aan beide zijden van het hek moeten voortaan 1,3 kilometer omlopen om de supermarkt, de bushalte, hun scholen en de begraafplaats te bereiken. De talrijke krantenstukken over de nieuwe situatie maken zonder uitzondering melding van een slecht ter been zijnde mammie, een omaatje, dat op een kwade ochtend voor het voldongen feit had gestaan en huilend had vastgesteld niet langer alleen het graf van haar man, aan gene zijde van de tralies, te kunnen bezoeken. De omweg is te groot.

Boosdoener is de socialistische burgemeester Bernard Wagon, van Cuincy. Die heeft het hek laten aanbrengen op verzoek van de vijf, zes bewoners aan de Allée Jacques Prévert. Hun rustige wijkje met vrijstaande eigen woningen ging naar hun zeggen gebukt onder de overlast van de bewoners van de huurwoningen in Douai. Begin deze maand was er enige onduidelijke bedrijvigheid, de buurtbewoners dachten dat er plantenbakken werden aangebracht.

Pas toen 's nachts een bewaker met een vervaarlijke hond er op toezag, dat het aangebrachte beton onaangetast kon uitharden, rezen de eerste bange vermoedens. Toen die eenmaal waarheid werden bleek zelfs de (rechtse) burgemeester van Douai niet op de hoogte te zijn gesteld door zijn collega.

Tranen, woede, verontwaardiging en petities bepalen nu de toon. Yves Watrelot, eigenaar van het eerste cottage-achtige huisje aan de `goede kant' van het hek, haalt er zijn schouders over op. ,,Wij zijn nu de gebeten hond. Het zij zo. Een feit is dat we eindelijk rustig kunnen slapen. De situatie was onhoudbaar. Elke nacht stonden hier auto's, met draaiende motor, voor de deur. Overdag was het een komen en gaan van knetterende bromfietsen, je kon jezelf niet meer verstaan als je in de tuin zat. Daar, in de hoek bij het hek, lag iedere ochtend een kleine vuilnisbelt of er stonden winkelwagentjes, uit de supermarkt. Nu niet meer. Het heeft allemaal met drugshandel te maken. Eén of twee families in de huurwoningen houden zich daar volgens mij mee bezig.''

Om de hoek van de straat steken de hoofden van twee meisjes. Ze roepen: ,,Smeerlap, met je rothek!'' Watrelot haalt weer zijn schouders op: ,,Zo gaat het steeds, een normaal gesprek is niet mogelijk.''

Brigitte Robillard, woordvoerster van de `foute kant' van het hek die zelfs de Britse tv-zender BBC te woord heeft gestaan, lacht schamper. ,,Dank zij ons zijn zijn ruiten nog heel, en dat hek trouwens ook. Dit gaan we op democratische wijze oplossen, al weten we niet hoe het er nu voorstaat. We zullen laten zien dat we niet de bandieten zijn, waarvoor meneer ons houdt. We laten ons niet criminaliseren. Maar moeten wij nu 1,3 kilometer omlopen om een gesprek te beginnen na deze overval? Terwijl híj drie auto's voor de deur heeft staan? Mooi niet!''

Zij en haar even verderop wonende vriendin Yvelise voelen zich ,,vernederd en beledigd'', al kunnen ze er inmiddels om lachen. Burgemeester Wagon heeft deze week toegezegd een poort in het hek te zullen aanbrengen, die 's nachts op slot gaat. ,,We gaan er een bord bijhangen. `Gevaarlijke diersoort. Verboden te voederen.' Al hopen we natuurlijk dat Cuincy af en toe wat pinda's en bananen over het hek gooit.''

De jongeren van Douai hebben een nieuw tijdverdrijf. Ze poseren voor persfotografen op het hek. Toegegeven, ze zijn weleens luidruchtig, maar verder gaan ze braaf naar school. Het is een strijd van rijk tegen minder rijk, want arm kunnen ze hun ouders niet noemen. Ook is het Romeo en Juliette, zegt er één, want een vriendje van hem heeft een meisje aan de andere kant. En drugs? Die zijn hier niet, maar áls ze er waren: die kunnen toch gewoon door de spijlen van het hek?