Hij leerde ons lezen

De Proust-industrie draait op volle toeren, met telkens weer nieuwe biografieën (nu ook Amerikaanse!), inleidingen, stripboeken (nu ook vertaald!) en een cd-rom. Een paradijs aan parafernalia, dat voor de liefhebbers veel groene, rijpe maar ook rotte vruchten te bieden heeft.

Proust populariseren is verleidelijk, al is het maar omdat het de schrijver bevrijdt van zijn elitaire, esoterische imago. Prousts boeken ontoegankelijk? Ga naar de film. Te lange zinnen? Neem de strip. Voor zover ze lezers helpen kennismaken met het literaire werk zijn zulke bijproducten meegenomen. Iets anders wordt het wanneer er zoveel accessoires en ideetjes van de band rollen dat je alleen nog maar verveeld grabbelt naar iets waar `Proust' opstaat.

Nu is er Een liefde voor Proust, een boekje met `22 leeservaringen' van vooral Nederlandse schrijvers en critici, uitgegeven als aardigheidje of appetizer bij de pas verschenen cassette met de heruitgave van de zevendelige Nederlandse Proust-vertaling (nu €59,50, later €69,50). Abdelkader Benali, Anneke Brassinga, Hafid Bouazza, Willem Brakman, Henk Pröpper, Rudi Wester, Arjan Peters en anderen vertellen over hun `eerste leeservaringen op het pad van Proust'. Korte stukjes van Nabokov en Prousts bekende huishoudster Céleste Albaret moeten het geheel over de waterlinie helpen.

Lukt dat? Voor een deel. Cees Nooteboom heeft Proust gelezen én begrepen, dat wisten we al. Maar er zijn ook verrassingen. Abdelkader Benali (`Een mooi gebroken been') en het vertalersduo Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes (`Proust op het Waterlooplein') tekenen voor de origineelste bijdragen. Benali vergelijkt Prousts verloren tijd met het gebroken been van zijn broer. Bindervoet en Henkes maakten een geestige pastiche – in de geest van Proust, zelf begenadigd auteur van pastiches – met eindeloze zinnen die zich om pakken Goudappeltje en vervuilde studentenflats heenkronkelen.

Niet voor niets doen deze excentrieke stukken Proust het meest recht. In de conventionelere bijdragen van auteurs die hun autobiografie helaas te serieus nemen, zoals Arjan Peters (`Proust heeft me daarna nog tot diverse excursies gebracht') of Geerten Meijsing (titel: `Mijn Recherche') wordt de grens tussen eerbetoon en snobisme onbehaaglijk overschreden. Proust heeft hen `aan het lezen' gekregen, maar behalve die dooddoener worden we niet veel wijzer over de vraag of hij ook invloed heeft gehad, en zoja: welke, op wat deze geletterde mannen daarna zijn gaan dóen, namelijk schrijven.

Proust hield niet van parafernalia. Hij wilde gelezen en begrepen worden, niet aanbeden of nageaapt. Rangen en standen, status, namen, het hele fetisjisme van de beau monde, is een `vals spoor', een middelpuntvliedende kracht die de aandacht afleidt en de blik vertroebelt. Literatuur is voor hem een `optisch instrument' waarmee de lezer in zichzelf leert kijken. Dit aardige boekje is een soirée waar de meeste gasten toch nog vooral druk om zich heen turen.

Een liefde voor Proust. Op zoek naar de verloren tijd in 22 leeservaringen. De Bezige Bij, 104 blz. €7,50