Hij hoorde de Russische schreeuw van pijn

Bill Clinton werd verketterd in de pijnlijke finale van zijn presidentschap. Zijn topadviseur inzake Rusland pleit voor eerherstel. Clinton had een vlijmscherpe politieke intuïtie, ook over de grens.

Toen Strobe Talbott nog journalist was en over buitenlandse politiek schreef voor het weekblad Time, zag hij zijn oude studievriend Bill Clinton slechts af en toe. Soms, als de gouverneur van Arkansas voor zaken in Washington moest zijn, logeerde hij in huize Talbott. Hij maakte diepe indruk op zijn twee zoontjes `als onze enige gast die met lijfwachten kwam', schrijft Talbott, `en als de man die meestal pas heel laat in de avond arriveerde, al het ijs uit de diepvries op at, om daarna op de bank in de zitkamer in slaap te vallen – meestal met de televisie nog aan.'

Als politicus hechtte Bill Clinton veel belang aan persoonlijke relaties. Toen hij in 1992 de presidentsverkiezingen won, minder dan een jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, bezorgde hij zijn oude vriend (en Sovjet-deskundige) Talbott een sleutelrol in de Amerikaans-Russische betrekkingen. En zoals Talbott in zijn memoires The Russia Hand uitgebreid beschrijft, was Clintons persoonlijke band met de Russische president Jeltsin meer dan eens een doorslaggevende factor in de tumultueuze betrekkingen tussen Washington en Moskou.

Nog voor Clinton was beëdigd ontving hij een dringend verzoek van Jeltsin – eerst mondeling, toen nog eens schriftelijk – om elkaar zo snel mogelijk te ontmoeten. ,,Ik lees zijn brief als een schreeuw van pijn', zei Clinton, in zijn karakteristieke therapeutische jargon, tegen Talbott. ,,Je voelt gewoon dat die vent zich voor ons openstelt en ons vraagt hem de hand te reiken. Ik zou hem echt heel graag helpen. Hij heeft in eigen land zoveel vijanden dat hij in het buitenland veel vrienden nodig heeft.'

Ervaring in de wereldpolitiek had Clinton nauwelijks, maar zijn intuïtie was altijd een belangrijk richtsnoer. Jeltsin zou hij blijven steunen, ook toen de Russische president allang niet meer de kampioen van de democratisering was, maar de man die met tanks zijn eigen parlement had laten beschieten, die een verwoestende oorlog voerde in Tsjetsjenië en die allengs zwakker en zieker werd. Veel critici hebben Clinton verweten dat hij te veel in zijn persoonlijke band met Jelstin investeerde. Aan het overeind houden van Jeltsin zou hij veel te veel (IMF)geld en politiek kapitaal hebben besteed, terwijl hij Rusland er van de regen in de drup mee hielp. Talbott laat zien dat het onwaarschijnlijke duo Bill en Boris heel wat heeft bereikt. En fijntjes merkt hij op dat nu ook George W. Bush kiest voor een persoonlijke, en niet een louter zakelijke relatie met zijn Russische ambtsgenoot.

In The Russia Hand geeft Talbott uit de eerste hand, en met een goed oog voor details en treffende anekdotes, een fascinerend verslag van de alledaagse, soms chaotische praktijk van de Amerikaans-Russische betrekkingen in het eerste decennium na de Koude Oorlog. Hoe bouwden de voormalige vijanden een werkbare relatie op, terwijl Rusland worstelde met de overgang van communisme naar democratie en vrije markt, en de Amerikanen gewapenderhand de oorlogen op de Balkan probeerden te beslechten en bovendien nog de NAVO wilden uitbreiden?

Talbott zelf was een van de hoofdrolspelers, eerst als topadviseur inzake de landen van de voormalige Sovjet-Unie, daarna zeven jaar als plaatsvervangend minister van Buitenlandse Zaken. Maar de `Russia Hand' (Rusland-specialist) uit de titel is niet hijzelf, al had hij voor zijn aantreden zes boeken geschreven over de relatie tussen de VS en Sovjet-Unie, maar Clinton. Want op cruciale momenten was de president volgens Talbott de drijvende kracht van de Amerikaanse Rusland-politiek.

Talbott leerde Clinton kennen in 1968, toen ze beiden als student met de befaamde Rhodes Scholarship naar Oxford vertrokken, waar ze bij elkaar in huis kwamen te wonen. Talbott studeerde Russisch en vertaalde de memoires van de afgezette sovjetleider Nikita Chroestsjov. Clinton liep zich al warm voor zijn politieke carrière. Toen hij een kwart eeuw later zijn intrek nam in het Witte Huis noemde Talbott hem voor de laatste keer Bill: daarna was het `Mr. President', of, als ze onder elkaar waren, `Chief'.

Talbott neemt de lezer mee het Witte Huis, Air Force One en het Kremlin in, naar topontmoetingen, onderhandelingen, ruzies, spannende en ook hilarische momenten. Hij vertelt hoe de regering-Clinton haar belangrijkste successen op zijn terrein boekte – zoals de uitbreiding van de NAVO, de verwijdering van kernwapens uit Oekraïne, de terugtrekking van Russische troepen uit de Baltische staten, en de breuk tussen de Russen en Miloševic. Maar ook het vele geïmproviseer beschrijft hij, het voortdurende crisismanagement en ook een aantal mislukkingen en tekortkomingen van de Amerikaanse en Russische diplomatie en hun leiders. Zo was Talbott zelf verantwoordelijk voor een uitspraak van vice-president Gore, die de oorlog in Tsjetsjenië in Moskou afdeed als `een interne kwestie' van Rusland. In het algemeen, erkent Talbott, had zijn regering de Russen veel harder moeten kritiseren voor het bloedbad dat zij in die oorlog aanrichtten.

Maar `Ol' Boris', zoals Clinton hem noemde, moest nu eenmaal gesteund worden. Want Clinton zag hem als de beste garantie dat Rusland niet zou afglijden naar chaos. Het is interessant om te lezen hoe de Amerikanen omgingen met het bekende drankprobleem van Jeltsin. De diplomaten waren nerveus (en hielden op topontmoetingen bij hoeveel glazen de Russische leider naar binnen sloeg), maar Clinton bleef laconiek. ,,We mogen nooit vergeten dat een dronken Jeltsin altijd nog beter is dan de meeste van zijn alternatieven nuchter.'

Slechts één keer toont Clinton zich bezorgd over Jeltsins drankzucht, als in Moskou de zoveelste regeringscrisis in Moskou woedt. ,,Soms moet je gewoon op je werk komen, een bureaucraat zijn en zorgen dat de regering functioneert.' Talbott merkt op dat Clinton, die dan midden in de affaire-Lewinsky zit, een sterke verwantschap voelde met Jeltsin. Het was alsof Talbott in zijn woorden over Jeltsin `een echo hoorde van de raad die Clinton zichzelf gegeven moet hebben'. Net als Clinton was Jeltsin `a very big man and a very bad boy, a natural leader and an incurable screw-up'.

De kracht van Talbotts boek zit meer in het unieke kijkje in de keuken dat hij biedt, dan in beschouwingen over de internationale betrekkingen, waar hij opmerkelijk zuinig is mee is. De grote lijnen van Clintons (en zijn eigen) politiek verdedigt hij, maar aan de vraag of een andere beleid wellicht betere resultaten had opgeleverd, komt hij nauwelijks toe. Waar zijn boek wel toe bijdraagt, door Clinton zo duidelijk te tonen in zijn rol op het wereldtoneel, is een inhoudelijker beoordeling van zijn presidentschap dan hem na alle schandalen aanvankelijk gegund was.

De journalist Joe Klein heeft zo'n herwaardering van Clinton tot uitgangspunt gemaakt van zijn pamfletachtige essay The Natural; The Misunderstood Presidency of Bill Clinton. Klein, die beroemd werd als de aanvankelijk anonieme auteur van de sleutelroman over de Clintons Primary Colors (verfilmd het John Travolta in de hoofdrol), heeft veel kritische stukken over Clinton geschreven. Maar anderhalf jaar na zijn vertrek vindt Klein dat de successen en kwaliteiten van `de meest getalenteerde politicus van zijn generatie' onvoldoende onderkend zijn. Hij prijst vooral Clintons succesvolle economische beleid, zijn aanscherping van de bijstand en in het algemeen zijn vasthoudendheid en visie (Democratische doelen nastreven met Republikeinse middelen, de Derde Weg op zijn Amerikaans). Je hoeft het niet met de waardering van Talbott en Klein eens te zijn, om bekropen te worden door het gevoel dat Clinton nog in een of andere politieke hoedanigheid van zich zal doen spreken.

Strobe Talbott: The Russia Hand. A Memoir of Presidential Diplomacy. Random House, 478 blz. €38,95

Joe Klein: The Natural. The Misunderstood Presidency of Bill Clinton. Coronet Books, 230 blz. €29,50