Het waren `maar' straathoeren

In een rustig stadje in Canada vindt het grootste moordonderzoek in de Canadese geschiedenis plaats. Varkenshouder Pickton wordt verdacht van de moord op 63 vrouwen.

De rivierenbuurt in Port Coquitlam, een slaapgemeente buiten de west-Canadese stad Vancouver, ziet er aantrekkelijk uit. Glanzende houten nieuwbouwhuizen staan er aan licht gebogen straten, genoemd naar de rivieren de Nijl, de Tigris, de Congo. Gazonnen zijn keurig gemaaid, voor de deur staan grote auto's. Een massamoordenaar zou je hier niet gauw zoeken.

Vlak naast de achtertuin van een van de ruime woningen aan Riverside Street verraadt een ronkende graafmachine echter een lugubere operatie. De grond rondom een oude varkenshouderij, die nogal uit de toon valt in de nieuwbouwwijk, wordt grondig uitgekamd achter een hek en een geel lint met het opschrift `Police Line – Do Not Cross.' Hoopjes aarde worden systematisch aangevoerd op een lopende band. Forensische experts met oranje werkhelmen zoeken nauwgezet naar minuscule stukjes menselijk bot.

Aan de andere kant van de varkenshouderij, nabij een vervallen schuur en rotzooi van oude autobanden en verroeste onderdelen, is een informele gedenkplaats ontstaan. Hier staan bloemen en kaarsen en hangen foto's van de tientallen personen naar wie er op de varkensboerderij wordt gezocht. Jonge vrouwen zijn het, zonder uitzondering. Marnie Frey, Diane Rock, Patricia Rose Johnson, Helen Hallmark, Tanya Holyck, vele anderen. Allemaal spoorloos verdwenen. En allemaal vermoedelijk ten prooi gevallen aan de eigenaar van de varkenshouderij, Robert William Pickton.

De 52-jarige Pickton werd dit voorjaar aangehouden door de politie van Vancouver. Hij wordt ervan verdacht een van de grootste seriemoordenaars uit de geschiedenis van Noord-Amerika te zijn. Vorige maand nog werden negen namen toegevoegd aan de lijst van 54 vermiste vrouwen met wier verdwijning en mogelijke moord hij in verband wordt gebracht. De meeste vrouwen verdwenen in de tweede helft van de jaren negentig. De oudste zaak dateert van 1983.

Bijna alle vermiste vrouwen hadden twee eigenschappen gemeen: ze waren verslaafd aan harddrugs en werkten als prostituee in de straten van de beruchte Downtown Eastside van Vancouver, een van de ruigste stadsbuurten in Canada. Pickton wordt ervan verdacht zijn slachtoffers te hebben opgepikt en naar Port Coquitlam te hebben gebracht. Bij een inval in zijn varkenshouderij zijn kledingstukken van ten minste zeven vrouwen gevonden. Over de gruwelijkheden die Pickton met hen zou hebben uitgehaald, wordt op internet druk gespeculeerd.

Het feit dat het `maar' om straathoeren ging, heeft volgens vele Canadezen zijn weerslag gehad op het politie-onderzoek. Hoewel inmiddels alles uit de kast wordt gehaald om de zaak op te lossen, wordt de politie van Vancouver ervan beschuldigd dat zij in het onderzoek naar de verdwijning van steeds meer prostituees heeft geblunderd. Zo zeer, dat volgens sommige familieleden het moorden jarenlang kon doorgaan.

,,De politie stak bewust te weinig geld in de affaire'', zegt Maggie de Vries, wier zus Sarah sinds 1998 wordt vermist. Ze is een van de familieleden van de vermiste vrouwen die oproept tot een openbare enquête naar de werkzaamheden van de politie. ,,Er had meer gedaan kunnen én moeten worden. Dat dat niet is gebeurd, heeft, denk ik, voor een deel te maken met de identiteit van de vermiste vrouwen.''

Sarah woonde in de Downtown Eastside, en voorzag in haar behoefte aan drugs door haar lichaam te verkopen. De zusjes De Vries groeiden op in Vancouver. Sarah, geadopteerd door de familie – een Nederlandse immigrant met Canadese vrouw en met drie eigen kinderen – raakte geleidelijk aan lager wal. Wegens haar huidskleur – ze was van zwarte en indiaanse afkomst – voelde ze zich minderwaardig in de overwegend blanke buurt waar ze woonden. Ze had moeilijkheden op school en kwam in contact met verkeerde mensen, zo vertelt Maggie. Vanaf haar veertiende hing ze meer en meer in de stad rond. Toen ze 28 jaar was, verdween ze uit de Downtown Eastside.

,,Ze is nummer dertig op de lijst van vermiste vrouwen, maar die lijst bestond toen nog niet'', zegt Maggie de Vries, die nog regelmatig contact met Sarah had onderhouden. De twee kinderen van Sarah, een dochter van elf en een zoon van zes, wonen bij Maggie's moeder. De Vries sloot direct uit dat haar zus uit eigen beweging was verdwenen, zoals de politie suggereerde. ,,Ik betwijfel of de politie de zaak op tijd had kunnen oplossen om Sarah te redden, maar dat geldt niet voor alle vrouwen die sinds vorig jaar zijn omgekomen.''

Ze heeft, net als vele familieleden, met name kritiek op nalatigheid van de politie in de zaak van een vrouw die in 1997 uit Picktons varkensboerderij wist te ontsnappen. Bloedend uit steekwonden had zij een veilig heenkomen bij buren gezocht. De plaatselijke politie verrichtte onderzoek, maar juridische stappen bleven om tot dusver onopgehelderde redenen uit.

Inmiddels is ook bekend geworden dat een inspecteur van de politie in Vancouver in 1998 in een interne memo suggereerde dat er een seriemoordenaar aan het werk was in de Downtown Eastside. Het document werd echter ter zijde gelegd en het arbeidscontract van de agent werd beëindigd.

Volgens De Vries heeft onenigheid over bevoegdheden belet dat de politiekorpsen van Vancouver en Port Coquitlam de vermissingen eerder gezamenlijk zijn gaan onderzoeken. ,,Ze wisten vier jaar geleden al van Robert Pickton en zijn boerderij af, maar hebben daar geen vervolg aan gegeven,'' aldus De Vries. ,,Dat is een ernstige omissie, die indirect tot meer moorden heeft geleid.''

De politie houdt zich op de vlakte. ,,Onderzoekers hebben te maken met een groot aantal geruchten, verdachtmakingen en ongegronde verklaringen'', aldus Cate Galliford van de politie in Vancouver. ,,Informatie die in het verleden werd beschouwd als belangrijk en betrouwbaar is snel in behandeling genomen en gedeeld met diegenen die ervan op de hoogte dienden te zijn.''

Niettemin werd onder druk van familieleden en media pas vorig jaar een gezamenlijk rechercheteam gevormd door de politiekorpsen in de regio. Dat team, bestaande uit ongeveer tachtig rechercheurs, concentreert zich sinds februari op de varkenshouderij van Pickton. Die doet er zelf het zwijgen toe: in november wordt hij voorgeleid wegens de zeven moorden die hem tot dusverre ten laste zijn gelegd.

Zijn jongere broer, mede-eigenaar van de varkenshouderij, is voortvluchtig.

Op de lap grond van de boerderij voltrekt zich inmiddels het grootste misdaadonderzoek uit de Canadese geschiedenis. Onlangs zijn vijftig osteologen, afkomstig van universiteiten in heel Canada, aangesteld. Deze botdeskundigen zijn betrokken bij de nauwgezette zoektocht naar onverteerde stukjes skelet. Volgens een politieverklaring zijn ze ,,gekozen wegens hun vermogen om botten te herkennen in verschillende stadia van ontbinding''. Naar schatting 165.000 vierkante meter moet zorgvuldig worden afgegraven en gezeefd om menselijke resten te vinden die, door middel van DNA, met de vermiste vrouwen in verband kunnen worden gebracht.

Maggie de Vries beschouwt de varkenshouderij met een mengeling van afschuw en hoop. Deze maand vernam ze van de politie dat DNA van Sarah op de boerderij is gevonden. Het is nog niet genoeg bewijs om Pickton van moord op Sarah te kunnen beschuldigen. Maar, besluit De Vries, ,,ik geloof dat Sarah daar overleden is. En ik hoop dat ze daar voldoende bewijs van kunnen vinden om haar te ruste te kunnen leggen.''