Het Romeinse rijk onder Stalin

In een serie over vertaalde klassieken deze week

`De faculteit van de onnodige kennis' van Joeri Dombrovski (uit het Russisch vertaald door Aai Prins en Gerard Rasch, Meulenhoff, 480 blz. euro 27,50.)

De levensloop van Joeri Dombrovski – in 1909 geboren in Moskou – lijkt op die van een zware crimineel. In 1933 uit Moskou verbannen naar Alma-Ata (het tegenwoordige Almaty). In 1936 gearresteerd, maandenlang ondervraagd en weer vrijgelaten. In 1939 voor de tweede maal gearresteerd en naar een kamp in Kolyma gestuurd, waaruit hij door een wonder midden in de oorlog werd ontslagen. Hij keerde terug naar Alma-Ata waar hij in 1949 voor de derde maal werd opgepakt. Ditmaal moest hij zijn straf uitzitten tot de algemene amnestie van 1956. De rest van zijn leven – hij stierf in 1978 – woonde hij in Moskou. Hij verdiende de kost met het schrijven van leesrapporten voor literaire tijdschriften en zag kans vier boeken te publiceren.

Joeri Dombrovski was natuurlijk geen crimineel, hij was een Russische intellectueel in de Stalin-tijd. Niet eens een felle tegenstander van het regime, maar gewoon een kritische geest die af en toe zei wat hij dacht. Niet het feit dat hij drie keer gearresteerd is, was in die tijd bijzonder, maar het feit dat hij ook drie keer weer is vrijgelaten en na zijn laatste vrijlating nog tweeëntwintig jaar heeft geleefd.

Zijn omvangrijkste werk, De faculteit van de onnodige kennis, verscheen in 1978, kort na de dood van de schrijver, in een emigrantenuitgave in Parijs. Om de een of andere reden is Dombrovski bij de golf van literatuur over het stalinisme en de sovjetkampen die ons land in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw overspoelde, over het hoofd gezien. Pas in 1991 verscheen zijn andere belangrijke boek, Bewaarder van oudheden, in een Nederlandse vertaling die nauwelijks is opgemerkt. En nu is het dan eindelijk de beurt aan het vervolg op dat boek, Dombrovski's magnum opus.

De faculteit van de onnodige kennis is een roman in de traditie van het Russische realisme. Alle experimenten van symbolisten, modernisten en anderen lijken er aan voorbij te zijn gegaan. Het is een roman in de derde persoon, met een hoofdpersoon die veel gemeen heeft met de schrijver zelf. Het boek is dan ook gebaseerd op autobiografisch materiaal, het is het verhaal van Dombrovski's eerste arrestatie in Alma-Ata in 1936.

Het verhaal begint als een detective. Zybin, een historicus die naar Alma-Ata is verbannen, werkt als archeoloog bij het museum van die stad. Onverwacht komen twee arbeiders aanzetten met gouden sieraden die ze ergens in de buurt gevonden hebben. De sieraden verdwijnen kort daarna op geheimzinnige wijze. Zybin heeft een vermoeden waar de dieven te vinden zijn en wil achter ze aan, maar wordt gearresteerd voor hij iets kan bereiken.

Het boek komt pas goed op gang na Zybins arrestatie. De dialoog is Dombrovski's grote kracht en de rest van het boek is bijna niets anders. Er is in Alma-Ata een ambitieuze NKVD'er (medewerker van de binnenlandse veiligheidsdienst) bezig, die droomt van een groot showproces vol antisovjetsamenzweerders, net als in Moskou. Het gestolen goud is daarvoor een aanleiding en in Zybin, die met de diefstal in het geheel niets te maken heeft (zo er iemand schuld had, dan was het de directeur), ziet hij een gemakkelijk slachtoffer. Maar Zybin is niet van plan zich zo maar gewonnen te geven. Hij zou dan talrijke anderen in zijn val meeslepen en dat wil hij tot elke prijs voorkomen.

Vanaf dat ogenblik is De faculteit van de onnodige kennis een soort handboek `Stalinisme voor beginners'. Zybin, die nooit zo indringend is geconfronteerd met de geheime dienst, krijgt om te beginnen van een ervaren celgenoot een stoomcursus `wat te doen bij ondervragingen'. Het beste is volgens hem om alles te gooien op een `gewoon' misdrijf: fraude, dronkenschap of nalatigheid. Je krijgt een paar jaar kamp en dan word je na je straf weer vrijgelaten.

De faculteit van de onnodige kennis is voor alles een aanklacht tegen het sovjetrechtssysteem, waarin recht en waarheid geen enkele rol spelen. De faculteit uit de titel is dan ook de rechtenfaculteit: `Het recht is de faculteit van de onnodige kennis. Socialistische doelmatigheid, dat is het enige wat in deze wereld telt.' Aldus een verzuchting van Zybin. Zo is er het verhaal van een man die bij zijn arrestatie alle dronkenschap en vandalisme van de laatste maanden in de wijk waar hij woonde in de schoenen kreeg geschoven, hoewel hij diezelfde periode heel ergens anders was geweest. Maar wat heeft een aangeklaagde voor verweer? `Ik moest hem (de onderzoeksrechter) wel geloven. Hij was immers de onderzoeker, en ik de arrestant, de crimineel. Hoe kan een gerechtsonderzoeker liegen tegen een arrestant? De arrestant liegt tegen een onderzoeker.'

Een ander essentieel onderdeel van het stalinistische rechtssysteem was de verklikker. Kornilov, een praatgrage collega van Zybin, wordt ingeschakeld als informant. Hij moet verslag uitbrengen, niet alleen over Zybin, maar ook over zijn gesprekken met een ex-priester over het evangelie. Dombrovski trekt in dit boek regelmatig parallellen met het Romeinse rijk onder Tiberius en met Jezus, het verraad van Judas, het laffe gedrag van Petrus en de dubbelzinnige rol van Pilatus. In de Sovjet-Unie wordt in zijn visie als het ware de geschiedenis van het Romeinse rijk herhaald, in heviger en extremer vorm. De Judas Kornilov wordt overtroefd door zijn vermeende slachtoffer, die zelf ook voor de `organen' blijkt te werken. Een aardig en typerend detail.

Het loopt voor Zybin nog net goed af. Niet omdat het recht zegeviert, maar omdat er een zuivering in de NKVD wordt doorgevoerd waar ook zijn ondervragers het slachtoffer van worden. Hij komt vrij, maar is nooit meer dezelfde.

De faculteit van de onnodige kennis is een heel systematisch, ja bijna didactisch opgezet, maar desondanks heel concreet en meeslepend relaas over de manier waarop de ondergraving van het rechtssysteem in een land op den duur leidt tot de ondergraving van de gehele maatschappij. Dombrovski `ontdemoniseert' als het ware het kwaad door het te laten begaan door keurige mensen die juist denken dat ze het goede doen. Verplichte kost voor ieder die zich interesseert voor communisme, stalinisme en andere autoritaire ideologieën.