Gezin

Jongeren gaan steeds jonger alleen op vakantie, maar toch zie je ze nog regelmatig met hun ouders meesjokken. Een beter woord zou ik niet weten: meesjokken. Het is de tred van iemand die verlangt naar de verlossing van een draaglijke, maar vervelende last. Geen zin in het gezin.

Hun houding straalt vooral geveinsde onverschilligheid uit en ze lopen ook meestal een paar meter vóór of achter hun ouders (liefst erachter, dan kunnen ze het zaakje wat beter in de gaten houden). Het is alsof ze willen zeggen: ik hoor hier niet écht bij, het lijkt maar zo, en die man in die korte broek met zijn dunne kuiten, dat is meer een soort adoptievader.

Waar ligt het keerpunt? Wanneer houden ze op volgzaam, al dan niet zeurend, kind te zijn? Als hun belangstelling voor zichzelf groter wordt dan die voor de wereld. Daar begint het mee. Maar verder is het erg afhankelijk van hun plaats in het gezin. De oudste gaat het langst met de ouders mee, maar als hij of zij afhaakt, houden ook de jongsten het snel voor gezien: nog één jaartje voor de vorm mee, maar dan wachten de wijde verten van het avontuur.

De ouders incasseren de afwijzing gelaten en teleurgesteld. Twee wegen strekken zich nu voor hen uit naar een lege horizon: die van het doodbloedende huwelijk en die van de wonderbaarlijke wederopbloei. De komende weken zullen het leren. Zullen ze blijven denken: het is toch wel erg stil zonder de kinderen? Of zullen ze op een ochtend wakker worden met de gedachte: blij dat we onze gang kunnen gaan?

De kinderen zitten daar niet mee, die maken zich pas zorgen om het huwelijk van hun ouders als daar zichtbaar (en hoorbaar) reden voor is. Als hun ouders eindelijk alleen op vakantie gaan, wuiven zij hen uit met de tv-gids in hun hand. Nog voordat hun verwekkers de straat uit zijn, hebben ze zich al met chips en cola op de bank genesteld voor het mooiste avontuur dat er op die leeftijd bestaat: tien uur per dag ongestoord kijken. Trouwens, waar heeft pa de sigaretten gelaten?

Ik zat laatst op een terras naar een vakantievierend gezin met twee dochters te kijken en ik herkende veel. Pa had een paar verkeerde grapjes tegen de jongste gemaakt, waarna de oudste haar steunde met de opmerking aan zijn adres: ,,Jij kunt ook zo irritant zijn.'' De ouders keken elkaar met gespeelde meewarigheid aan, wat de ergernis bij de kinderen nog vergrootte. Uiteindelijk kwam het allemaal goed, want de consumpties waren in orde. Toch nog tamelijk eensgezind stapten ze op.

Welke herinneringen bewaren de kinderen aan zo'n vakantie? Daar kun je later als ouder nog vreemd van opkijken. Van mijn oudste dochter herinner ik me dat ze met weinig animo aan een reisje door Zwitserland had deelgenomen. Vooral haar verwijt dat `jullie altijd maar willen lopen', is nog lang een gevleugelde uitdrukking in ons gezin geweest. Zij bleef liever thuis in het chalet om naar Paul Young of The Cure te luisteren.

Maar toen ze onlangs naar oude vakantiekiekjes zat te kijken, riep ze opeens uit: ,,Wat een leuke vakantie was dat toch en wat was het er mooi!''

Gerechtigheid bestaat.