Gevangeniswezen

Teruggekeerd van vakantie werd ik geconfronteerd met de voorbeschouwing van Hans Moll van de NCRV-serie `De mensen van de gevangenis' (NRC Handelsblad, 5 augustus). In de eerste uitzending wordt een aantal medewerkers van de penitentiaire inrichtingen te Veenhuizen gevolgd tijdens de uitoefening van hun functie.

De strekking van het artikel en het gebezigde taalgebruik worden door mij, mijn collega's, de gedetineerden en de Commissie van Toezicht (een wettelijk vastgesteld toezichthoudend orgaan) als kwetsend en respectloos ervaren.

Kwetsend en respectloos omdat mensen worden geafficheerd als `domme vleesberg' of louter worden geduid met hun huidskleur: `de bruine'. Een medewerkster, in de woorden van Moll: ene Gré, wordt neergezet als een gedateerde maatschappelijk werkster. Ik prijs mij gelukkig dat Gré en met haar vele collega penitentiair inrichtingswerkers het geduld op kunnen brengen om mensen die maatschappelijk en/of geestelijk ontspoord zijn binnen de gevangenis wat bij te brengen.

Impliciet heeft Moll ook z'n bedenkingen bij de vaardigheid van mijn collega's om bijvoorbeeld Engels te spreken. Kennelijk vond hij de beelden zo weinig boeiend dat hij een uitgebreide dialoog in het Engels heeft gemist. Uit ervaring weet ik dat ook andere talen geen beletsel vormen om tussen de vele nationaliteiten in het Nederlandse gevangeniswezen en de medewerkers snel duidelijk te krijgen wat de bedoeling is.

Volgens Moll wordt niemand veel wijzer van de documentaire omdat hij bijvoorbeeld niet te weten komt waarom iemand gekozen heeft voor het werken of zitten in de gevangenis. Ongetwijfeld had Moll kunnen weten dat de opzet van de serie is de mensen tijdens hun activiteiten te laten zien, niet meer een niet minder.