Europa mag VS niet volgen bij aanval op Irak

Als economische macht heeft de EU significante belangen in het Midden-Oosten, en een mogelijk langdurige oorlog met Irak zal voor Europa niet positief uitpakken, betoogt Peter van Ham.

President Bush beweert stellig dat hij geen concrete plannen heeft om Saddam Hussein met militair geweld te verwijderen, maar alles wijst erop dat Washington daar wel op uit is. Zowel diplomatiek als militair zijn de voorbereidingen in volle gang, ook al blijft het natuurlijk onduidelijk hoe zo'n aanval op Irak er in concreto uit zal zien. Is het nu dus slechts een kwestie van tijd voordat Irak door de VS militair wordt opgerold? En moet ook dit keer Europa loyaal blijven en steun betuigen – wellicht vanaf de veilige zijlijn en zonder enige militaire participatie?

Dit soort passiviteit en bondgenootschappelijke trouwhartigheid zou een echec zijn voor Europa's ambities om een eigen veiligheids- en defensiebeleid op poten te zetten. De EU zou juist nu duidelijk en eensgezind stelling moeten nemen tégen een aanval op Irak. Voor Europa heeft zo'n politiek drie voordelen.

Ten eerste is het zeer wel mogelijk dat een eenduidige Europese afwijzing van de militaire optie de politieke mening in Washington doorslaggevend kan beïnvloeden. De Amerikaanse strategische elite is onderling immers ook verdeeld: iedereen is voor een verandering van regime in Irak, maar er gaapt een grote kloof tussen neoconservatieve hardliners die de nadelen van een oorlog tegen Irak bagatelliseren, en diegenen (onder wie de Amerikaanse militaire leiding) die wijzen op de desastreuze economische en politieke gevolgen van gewelddadig ingrijpen.

Deze interne strijd is in volle gang, en ook in het Amerikaanse Congres klinken stemmen dat zo'n oorlog wellicht toch niet een probaat en efficiënt middel is om Saddam Hussein weg te krijgen. Het grote voordeel mag duidelijk zijn: een Midden-Oosten zonder deze dictator zou iedereen goed doen, en voor de Irakese bevolking in het bijzonder. Maar ook de nadelen en gevaren zijn onmiskenbaar: een verdere destabilisering van de regio (en een verdere escalatie van het geweld); een gevaarlijke precedentwerking (wordt een pre-emptive strike nu gewoongoed, ook voor China in Taiwan of Rusland in Georgië?); en de marginalisering van Europa.

Het is daarom tijd dat de EU met een gemeenschappelijk standpunt komt dat de `duiven' in Washington politiek ondersteunt door een militaire optie vooralsnog eenduidig af te wijzen. In het op zichzelf gerichte Washington wordt op dit moment elke Europese kritiek afgedaan als gezeur van een militair impotente EUnuch. Ook de NAVO speelt niet langer een belangrijke rol als transatlantisch veiligheidsplatform: de VS kunnen immers militair alles alleen, en verkiezen een solo-actie dan ook boven politieke inmenging van Europese partners. Toch is het denkbaar dat een eensgezinde EU de politieke mening in de VS kan doen kantelen.

Wanneer de EU zich duidelijk zou uitspreken tegen een militaire aanval op Irak, en ook duidelijk zou aangeven waarom, dan betekent dit dat de VS niet kunnen rekenen op brede internationale ondersteuning, wat de twijfelaars wellicht tot meer behoudendheid doet aanzetten. President Bush heeft nog een paar maanden om de knoop door te hakken (om diverse logistieke redenen is een oorlog niet voorzien vóór begin 2003), en een Europese Nee-factie heeft daarom nog ruim de tijd om in Washington medestanders te vinden.

Voor de EU heeft zo'n beleid tevens als voordeel dat nu eindelijk een serieuze Europese bijdrage wordt geleverd aan een urgent veiligheidsvraagstuk. Na 11 september vorig jaar bestaat een zekere angst dat de idee van een solide en daadkrachtig Europees veiligheids- en defensiebeleid in het slop is geraakt. Het waren immers de Grote Drie (Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk) die namens Europa reageerden – en door Washington werden aangesproken – en niet de EU-coördinator op dit terrein, Javier Solana. Door zich af te zetten tegen een door de VS aan ons opgedrongen militaire confrontatie met Irak, heeft de EU een uitgelezen kans om Washington duidelijk te maken dat het niet met zich laat sollen. Als economische macht heeft de EU significante belangen in het Midden-Oosten, en er is geen reden aan te nemen dat een mogelijk langdurige oorlog met Irak voor Europa positief zal uitpakken, integendeel.

Zo'n eensgezinde EU-politiek is natuurlijk geen vanzelfsprekendheid. Diverse EU-lidstaten – waaronder Nederland – schromen tegen de VS stelling te nemen. Maar nu in veel Europese landen de politieke opinie een militaire confrontatie met Irak afwijst, lijkt zo'n EU-beleid zowel politiek reëel als populair. Het is dus zaak zo snel mogelijk binnen de EU een gemeenschappelijk standpunt te formuleren, liefst met een aantal alternatieve beleidsplannen. Daarin zou op z'n minst de mogelijkheden moeten worden uitgeput om via veel strengere VN-inspecties het Iraakse arsenaal op massavernietigingswapens te controleren. Saddam Hussein heeft al aangegeven daartoe bereid te zijn. Bovendien kan de huidige politiek van containment (door middel van zogeheten no fly-zones, gerichte sancties, etc.) worden aangescherpt.

De Belgische premier Guy Verhofstadt heeft volgens een bericht in de The Financial Times drie weken geleden al een brief gestuurd naar zijn Duitse en Franse collega's Schröder en Chirac, waarin hij oproept tot een meer onafhankelijk Europees veiligheids- en defensiebeleid nu Washington op oorlogspad lijkt te gaan. Zowel Schröder als Chirac hebben duidelijk te kennen gegeven niets te voelen voor een Europese deelname aan een mogelijke invasie van Irak. Ook in het Verenigd Koninkrijk – traditioneel Amerika's trouwste militaire bondgenoot – groeit de twijfel aan het nut van militair ingrijpen. Het is vervolgens aan de EU om de gebruikelijke buitenlandspolitieke inertie te overwinnen en Washington alsnog van een militair avontuur af te houden.

Tenslotte is een gezamenlijk EU-optreden tegenover de VS noodzakelijk om een rem te zetten op een gevaarlijke trend in de richting van een Amerikaanse wereldhegemonie. Dit riekt naar anti-Amerikanisme, maar er is geen reden om aan te nemen dat een VS die in alle opzichten superieur en dominant zijn, een wereldorde gaan vormgeven die ook in het Europees belang is. Het is op z'n minst ondemocratisch en zeer onverstandig om de Europese belangenbehartiging zonder slag of stoot aan Amerika te delegeren.

Wat goed is voor Amerika is niet altijd goed voor Europa. De transatlantische ruzie die zal losbarsten wanneer de EU Washington de wacht aanzegt, dient tevens een strategisch nut dat de oorlog met Irak zelfs overstijgt. Het maakt duidelijk dat er niet zoiets is als een homogeen `westen', net zomin als sprake is van een uniforme `islam'. Mochten de VS ondanks de Europese waarschuwingen alsnog besluiten Bagdad te bestormen, dan valt te hopen dat ook moslim-terroristen dit subtiele onderscheid zullen opmerken en Europa niet tot doelwit zullen maken van eventuele represailles. Dit mag door sommigen worden aangemerkt als een typisch Europese politiek van appeasement, maar het is veel gevaarlijker om Europa tegen zijn wil mee te slepen in een riskant en uitzichtloos conflict in en over Irak. Het wordt tijd dat Europa denkt aan het eigen belang.

Dr. P. van Ham is verbonden aan het Instituut Clingendael.