`Er zit nieuwe strijdlust in mij'

Morgen treedt André Hazes op in een uitverkocht Olympisch Stadion. Zenuwachtig is hij niet. `Ik ben ervan overtuigd dat het een knalfeest gaat worden.'

Het was zijn droom om ooit nog eens in het Olympisch Stadion te staan, zegt André Hazes. ,,Mijn kinderjaren als Amsterdamse stadsjongen hebben zich daar voor een deel afgespeeld. Vanaf mijn zevende kwam ik er regelmatig, voor voetbalwedstrijden, het wielrennen of de Speedway. Frits Flinkevleugel, Rinus Israel, Mosje Temming en Jan Jongbloed heb ik er zien voetballen met het kampioensteam van DWS. Heerlijke herinneringen, en nu sta ik er zelf.''

In het boekje van zijn nieuwe cd Strijdlustig prijkt een foto van een knielende André Hazes die de grasmat van het Olympisch Stadion kust. ,,Toen moesten de kaartjes nog verkocht worden'', grinnikt de volkszanger in de kantine van de Vinkeveense sporthal waar hij de afgelopen weken repeteerde met een 23-koppig orkest. ,,Het heeft geholpen, want het stadion was in no time uitverkocht. Sinds de renovatie hebben er geen popconcerten meer plaatsgevonden. Of het nog steeds een goede omgeving is voor live-muziek, zal zaterdag moeten blijken.''

De aan hem gewijde, zeer succesvolle documentaire Zij gelooft in mij (John Appel, 1999) heeft hem bevrijd, zegt Hazes. ,,Mijn hele ziel en zaligheid werd erin blootgelegd en er is weinig dat het Nederlandse volk niet van me weet. Het heeft me sterker gemaakt, want het kan me nu niets meer schelen wat de mensen van me denken.'' De cd-titel Strijdlustig is hem uit het hart gegrepen. ,,Er zit nieuwe strijdlust in mijn muziek en zeker in mezelf. Vorig jaar heb ik mijn vijftigste verjaardag gevierd. Dan komt het moment dat je tegen jezelf moet zeggen: `Kom op ouwe, niet gaan sukkelen.' Je leeft maar één keer, dus ik doe alleen nog waar ik zelf zin in heb.''

Vergeleken met zijn vorige cd Hazes Nu, waarop de breeduit galmende zanger soms een karikatuur van zichzelf leek, heeft Hazes op Strijdlustig zijn vorm als geloofwaardig vertolker van het levenslied teruggevonden. Liedjes over `liefde, weggaan en weggestuuurd worden' werden hem op het lijf geschreven door zijn vaste team van songschrijvers. Andere bijdragen bestaan uit bewerkingen van nummers van Charles Aznavour (I'll be there/ Ik ben daar en To die of love/Ik hou van jou) en de bluessong Still got the blues (Zoveel jaren) van Gary Moore. Dat alles gedrenkt in echte violen, plus de bandoneon van Carel Kraayenhof in het nummer Bloed, zweet en tranen.

,,Eigenlijk is Charles Aznavour een Europese blueszanger,'' zegt Hazes, ,,net als de fado van Amalia Rodrigues in feite de blues van Portugal is. Ik streef naar dat bluesgevoel in mijn muziek. Op onze trouwdag dansten Rachel en ik voor het eerst op Still got the blues van Gary Moore, en sindsdien ben ik van plan geweest om daar een Nederlandse versie van op te nemen. Het heeft elf jaar geduurd voor ik dat aandurfde.''

Tot de hoogtepunten in zijn leven rekent Hazes de ontmoeting met zijn bluesheld B.B. King, die hij ooit als klein jongetje in het Amsterdamse Concertgebouw zag optreden. ,,Hij zou op mijn verjaardagsfeest in Paradiso spelen, maar dat kon niet doorgaan. Toen heb ik hem die middag vijf kwartier lang gesproken in het Hiltonhotel. Een fantastische man. Ik noemde wat namen, zoals Muddy Waters, en hij vertelde daar dan prachtige anekdotes bij. Bovendien hebben we min of meer afgesproken dat we ooit nog eens samen een plaat gaan maken. B.B. King heeft zelf een kroeg in Memphis. Volgend jaar stap ik daar gewoon een keer binnen, en dan zie ik wel wat er van komt. We spreken niks af; ik bel alleen van tevoren zijn manager om zeker te weten dat hij niet op tournee is.''

Van podiumvrees denkt André Hazes niet veel last te hebben, als hij zaterdag het Olympisch Stadion betreedt. ,,Het is niet eng om het podium op te stappen. Wat wel eng is, zijn de twee uur die eraan vooraf gaan. Als ik eenmaal een microfoon in mijn handen heb en de eerste twee tonen zijn eruit, dan vallen alle zenuwen van me af. Ik ben ervan overtuigd dat het een knalfeest gaat worden. Uiteindelijk is het mijn stem die het moet doen. Er zijn wel videoschermen en er doen gasten mee als Jody Bernal en Johnny Logan, maar als zanger sta ik er alleen voor om de achterste rijen erbij te betrekken en er een feest van te maken. Ik heb vier artsen achter me staan en een zuurstofapparaat, dus ik heb er alle vertrouwen in dat ik de eindstreep haal.''

CD: Strijdlustig (EMI).

Concert: 24/8 Olympisch Stadion, Amsterdam.