Een moerasreptiel met krullen

In de nieuwe uitvoering van Rameau's hilarische opera `Platée' is de handeling verplaatst van de Griekse moerassen naar een pretpark. De waternimf Platée is een lelijke meid met harige benen.

Wat is belangrijker, het woord of de muziek? Antonio Salieri beantwoordde de vraag in 1786 in zijn operette Prima la musica e poi le parole en Richard Strauss maakte de vraag tot thema van zijn opera over opera Capriccio. In de opera Platée (1745) van Jean-Philippe Rameau, die volgende week op het Festival Oude Muziek voor het eerst sinds 1968 weer in Nederland is te zien, is het geen kunstenaar, maar Vrouwe Parodie (La Folie) die een muziekesthetische kwestie ter discussie stelt. Wat telt zwaarder, melodie of harmonie? Rameau windt er geen doekjes om: ,,Ik maak van een grafzang nog iets vreugdevols! Hoor mijn pakkende klanken en constateer dat ik mooie muziek kan schrijven. Dat ik de melodie beheers, maar bovenal de harmonie.''

Rameau (1683-1764) gold in zijn tijd als Frankrijks belangrijkste componist, maar was met zijn Traité de l'harmonie réduite a ses principes naturels (1722) als muziektheoreticus bovendien internationaal toonaangevend. Aan opera waagde hij zich echter pas laat in zijn leven. ,,Ik heb vanaf mijn twaalfde het theater bezocht, maar werkte voor het eerst voor de Opéra in Parijs toen ik al vijftig was. En zelfs toen voelde ik me nog niet capabel'', zei hij zelf. Toen hij in 1733 met Hippolyte et Aricie toch zijn eerste opera aan het publiek presenteerde, zaaide Rameau onmiddellijk verdeeldheid. Het Franse publiek was niet eerder geconfronteerd met een muziek die zo direct aansprekend en dramatisch was, en waarin de muziek stroomde in plaats van voortschreed in een starre keten van aria's en recitatieven. Het publiek vergeleek Rameau's klankwereld met de meer traditionele opera's van Lully, en `Ramistes' en `Lullistes' bevochtten elkaar in een fel discours.

,,Lully was het icoon van de `ware' Franse muziek'', legt dirigent Jan Willem de Vriend uit. De Vriend dirigeerde zijn Combattimento Consort Amsterdam eerder in Rameau's opera's Pigmalion en – deels – Castor et Pollux. In een samenwerkingsverband met de Nationale Reisopera en het Onafhankelijk Toneel is hij met zijn ensemble deze maand verantwoordelijk voor het muzikaal aandeel in twaalf voorstellingen van Rameau's komische balletopera Platée. De Vriend: ,,Je kunt de positie en de functie van Lully voor de Franse opera vergelijken met die van André Hazes voor de Nederpop. Lully was een symbool, hij vertegenwoordigde de ziel van de Franse muziek. Dat betekent niet dat zijn opera's nu zo vreselijk veel werden gespeeld – die waren heel conservatief. Maar men haalde hem wél aan in de strijd tegen de vernieuwingen van Rameau, en verweet Rameau dan een te veel aan op de harmonie gerichte muziek en `effectbejag'. En inderdaad: als het stormt, hóór je dat bij Rameau ook echt in de violen. Maar dat is nu juist zijn kracht! Om helemaal zijn eigen gang te kunnen gaan, werkte Rameau ook het liefst met heel slechte tekstschrijvers, zodat hij een opera helemaal naar zijn hand kon zetten. Ook daarin was hij dus heel anders dan Lully, die nauw samenwerkte met Molière.''

De door Rameau in gang gezette vernieuwingen wonnen geleidelijk aan bijval, en in 1745 – naar aanleiding van Platée – benoemde Lodewijk XV hem tot hofcomponist, inclusief vorstelijk pensioen, publiek aanzien en een groeiend enthousiaste ontvangst van zijn werken aan de opéra in Parijs. Maar al in 1752 ontbrandde de strijd opnieuw, toen met Pergolesi's korte `opera buffa' La serva Padrone voor het eerst een komische Italiaanse opera te zien was in Frankrijk. In de querelle des bouffons (twist van de zotten) ging het tussen voorstanders van de makkelijk aansprekende, komische Italiaanse opera – onder wie verlichtingsfilosoof/componist Jean-Jacques Rousseau – en de voorstanders van de ernstige Franse opera. Rameau werd nu als lid van de gevestigde muzikale Franse orde aangevallen. Na de strenge operahervormingen (vóór een pure uitdrukking van de tekst en tegen tierlantijnen en virtuositeit) die Christoph Willibald Gluck rond 1770 doorvoerde, verdwenen Rameau's `ouderwetse' opera's in Parijs overigens geheel van de planken.

Het verhaal van de balletopera Platée (op een libretto naar het ballet van Jacques Autreau dat weer uitging van de Griekse historicus Pausanias) is saillant in het licht van de totstandkoming. Rameau componeerde Platée voor de bruiloft van de kroonprins met Maria Theresia van Spanje, die naar verluidt geen schoonheidskoningin was. Platée verhaalt vervolgens van de aartslelijke, naar liefde hongerende moerasnimf Platée. Zij wordt door Jupiter gestrikt voor een schijnhuwelijk, waarmee Jupiter zijn jaloerse ega Juno tot inkeer wil brengen. Het plan slaagt: Juno merkt hoe lelijk de nimf is, en realiseert zich de waanzin van haar afgunst. Platée, die dacht uit liefde te trouwen, vlucht vernederd terug naar haar moeras.

Roddelen

,,Platée is een actuele opera'', vindt dirigent Jan Willem de Vriend. ,,Het verhaal is hilarisch, maar ongelooflijk wreed. Platée wordt collectief gehoond, haar verlangen naar liefde wordt misbruikt en vervolgens kan ze letterlijk in de modder zakken. Toen ik de opera voor het eerst hoorde, heb ik me doodgelachen om alle mopjes die worden uitgehaald om Platée een hak te zetten. Maar na afloop schrok ik van mijn eigen lol. Want wat in Platée gebeurt, is politiek. Roddelen, een spel spelen om iemand te breken, allen tegen één. Je zou van Platée bij wijze van spreken een soort Ad Melkert kunnen maken.''

,,Platée is de moeilijkste rol die ik ooit ben tegengekomen'', vindt ook de Schotse tenor Harry Nicoll, die de rol eerder zong als understudy in Convent Garden. Nicoll: ,,Het is als man doodeenvoudig om van een komische vrouwenrol een karikatuur te maken, maar dat is me te eenzijdig. Rameau heeft van Platée een mannenrol gemaakt omdat dat past bij het personage. Platée gelooft zelf oprecht dat ze een mooi schepsel is, maar verder vindt iedereen haar een wanstaltig moerasreptiel. Voor die tegenstrijdigheid is een mannelijke zanger een ideale oplossing: je krijgt de harige benen en de wat lompe uitstraling er zomaar bij.

,,Ook muzikaal is Platée een zware rol, omdat je véél zingt in veelal een hoge ligging en in vloeiende lijnen. Het belangrijkste daarbij is dat je als zanger van Platée moet houden, zoals zij dat ook zelf doet. Alleen dan wordt het een geloofwaardig personage. Het briljante aan Rameau's muziek is vervolgens dat je eigenlijk alleen maar goed hoeft te doen wat er staat. De muziek is zo lucide, sprankelend en geestig – die doet verder zelf al het werk.''

Veredelde revue

Over de kwaliteit en het belang van Platée lopen de meningen sterk uitéén. ,,Wie een term als veredelde revue wil gebruiken, heeft een redelijk recht aan zijn hand'', noteerde een muziekcriticus in 1968 in het Algemeen Handelsblad naar aanleiding van een Nederlandse opvoering onder Bruno Maderna in het Holland Festival. Platée wordt ondanks het absurde verhaal door talrijke kenners en liefhebbers echter juist gezien als één van Rameau's grote meesterwerken. ,,De kracht van Platée heeft te maken met de psychologische diepgang'', beaamt Jan Willem de Vriend. ,,Rameau maakt hier echt alle menselijke gebaren hoorbaar. Het draaien van een arm of een hoofd – alles hoor je in de muziek. Dat maakt het ongelooflijk spannend.''

Het predikaat `revue' doet muzikaal hoe dan ook erg weinig recht aan de partituur. Aan de twinkelende, vaak zeer originele orkestratie, aan de fraaie koren, de prachtig antiheroïsche titelrol. Vermoedelijk hebben vooral de speelse kwinkslagen in de partituur de receptie van Platée parten gespeeld. Wat bij voorbeeld te denken van een kikkerkoor (,,Pourquoi-quoi-quoi-quoi-quoi?''). Of een lachkoor op het woord aima-a-a-a-ble? Maar Rameau kende ook subtielere humor. Zo stak hij op slinkse wijze de draak met de conventies van de serieuze opera door diverse genrekarakteristieken van de traditionele Franse `tragédie lyrique' op te blazen en door elkaar te husselen.

Jan Willem de Vriend: ,,Je moet echt de tijdgeest kennen om alles wat er in de muziek van Platée gebeurt te snappen. Rameau treitert Lully door Platée te beginnen met een verwijzing naar het werk van Lully, waarmee hij – heel vals – verveling uitdrukt. Maar het gaat verder. Neem de eerste aria van de lelijke Platée zelf, waarin zij smacht naar liefde. Dat is een sarabande – een voordien verboden, sensuele dans. En waar Platée wacht op haar huwelijk met Jupiter, last Rameau vanuit traditioneel oogpunt op de verkeerde plaats een chaconne in. En dan niet zomaar een chaconne, maar eentje die maar voortduurt en voortduurt, terwijl Platée niet kan wachten in het huwelijksbootje te stappen. Dat is toch ongelooflijk geestig!? In zulke subtiele vondsten benut Rameau de taal van de noten. Maar je moet het wél weten.''

De verborgen muzikale grapjes die Rameau zich in Platée permitteert, maken het tot een lastige opera, vindt ook Harry Nicoll. ,,Het zijn grapjes voor insiders, en wij zijn geen insiders meer. Maar als uitvoerder is het wel een must ervan op de hoogte te zijn. Soms kun je in een frasering nog wel suggereren wat de bedoeling is geweest, door bij voorbeeld een paar noten overdreven sensueel te zingen. Anderzijds moet je daarin niet te ver gaan. Opera begint ermee muziek zo mooi mogelijk te zingen; elke frase moet klinken als liefdeslied. Vervolgens kun je iets van die welluidendheid afschaven en woorden een komische werking geven door één of twee rare klankjes in de vocale lijn te voegen. Iets is nooit komisch pur sang. Een grappig moment ontstaat door het contrast, door de dissonant met een niet komische context.''

Regisseurs Mirjam Koen en regisseur/decorontwerper Gerrit Timmers van het Onafhankelijk Toneel benutten de actuele en komische inhoud van Platée. Om de talrijke balletten meer te doen zijn dan slechts orkestrale intermezzo's, zijn dansers aangetrokken en vulde choreograaf Ton Lutgerink de oude balletmuzieken in met moderne dansen – line-dancing incluis. De handeling is verplaatst van de Griekse moerassen naar een twintigste-eeuws pretpark. ,,Disneyworld'', vat Harry Nicoll samen. ,,Juno lijkt op de Koningin uit Sneeuwwitje en Platée is de bazin van de waterattractie. Zij is dus geen waternimf, maar gewoon een lelijke meid met foute Shirley Temple-krullen. Eerlijk gezegd: voor een acteur is deze productie een droom. Ik heb mij zelden zo kostelijk vermaakt.''

In Nederland worden de opera's van Rameau desondanks relatief weinig opgevoerd.In Frankrijk is het met de Rameau-receptie beter gesteld door vroege pogingen van oude muziek-pionier William Christie. De laatste jaren is er opnieuw sprake van een opleving door toedoen van dirigent Marc Minkowski, die prachtopnames uitbracht van opera's als Dardanus, Hippolyte et Aricie en Anacréon, en dit voorjaar in Parijs internationaal werd geprezen voor een productie van Platée.

Jan Willem de Vriend verbaast zich niet over de relatief schaarse Rameau-producties in Nederland. ,,Het probleem met Rameau is de complexiteit van zijn muziek'', legt hij uit. ,,In verhouding tot de veel makkelijker uit te voeren opera's van zijn tijdgenoot Händel is Rameau's muziek razend lastig – vocaal én instrumentaal, technisch én qua samenspel. We hebben nu zeven weken repetitietijd, en dat is weinig. Toen dirigent Simon Rattle in 1999 Rameau's opera Les Boréades leidde bij de Salzburger Festspiele, schrok hij zo van de complexiteit van de muziek dat hij drie maanden repetitietijd eiste. Het is die lastigheid die maakt dat je Rameau niet zomaar even programmeert.

,,Het gekke is: toen het Combattimento Consort zes jaar geleden een scenische opvoering van Händels Alcina realiseerde, was er sinds 1972 geen scenische Händel in Nederland gedaan. Nu is er juist opvallend veel Händel te zien. Misschien vergaat het Rameau ook wel zo. Maar hoe interessant het ook is na te denken over achtergronden en receptie, ik geniet nu vooral van het feit dat Platée zo'n ongelooflijk lekkere, waanzinnig grappige opera is.''

`Platée' van Jean-Philippe Rameau door de Nationale Reisopera/Onafhankelijk Toneel/Combattimento Consort Amsterdam o.l.v. Jan Willem de Vriend m.m.v Harry Nicoll (Platée). Jean-Francois Vinciguerra (Jupiter), Machteld Baumans (Juno), Claron Mc Fadden (La Folie), Johannette Zomer (l'Amour/Clarine) e.a. Regie : Gerrit Timmers en Mirjam Koen. Voorstellingen op 30 en 31/8 (Utrecht); 3 en 5/9 (Enschede); 7/9 (Apeldoorn); 10/9 (Amsterdam); 13/9 (Eindhoven); 15/9 (Heerlen); 18/9 (Maastricht); 21, 22 en 24/9 (Rotterdam). Inl.: (053) 4878500 of www.reisopera.nl