De opgewonden angst voor kinderseks

Het naveltruitje kruipt steeds verder omhoog, en tegelijk wordt het taboe op seks met minderjarigen steeds sterker. In Amerika is al vrijwel alle omgang tussen volwassene en kind verdacht.

Net als overal ter wereld vormt seks ook in de westerse cultuur nog steeds een beladen onderwerp. Na de seksuele revolutie die in de jaren zeventig haar beslag kreeg, leek het er een tijdje op dat alle kluisters waren afgeschud en dat iedereen zich onbekommerd kon wijden aan de expressie van zijn of haar lusten, maar die vreugde was van korte duur. Halverwege de jaren tachtig maakte de opkomst van aids een eind aan de illusie dat hedonistische seks een verworvenheid was zonder prijskaartje.

Tegelijk werden er andere kanttekeningen geplaatst bij het idee van taboeloze seks. De vrijheid van individueel genot verhield zich moeizaam met de plichten die vaste verbintenissen en het gezinsleven met zich meebrachten. De scheiding van liefde en seks stelde velen voor onoverkomelijke problemen. De pil, door feministen binnengehaald als middel om vrouwen te bevrijden van het dictaat van de natuur, werd bekritiseerd als een foefje dat vrouwen altijd klaar doet staan om mannen te gerieven en dat kanker veroorzaakt of op z'n minst diffuse gezondheidsklachten.

Maar de belangrijkste correctie die werd aangebracht op de idealen van de vrije seks, bestond uit de veranderde houding tegenover kinderen en meer in het algemeen tegenover minderjarigen. Met de media-ontdekking van incest en seksueel kindermisbruik in de jaren tachtig vond een omslag plaats in het denken over kinderen en seks. Hierdoor kon een onzin-affaire als Oude Pekela zich tot een volkshysterie ontwikkelen, en kon het ook gebeuren dat overijverige hulpverleners in de Bolderkar meer schade aanrichtten dan ze probeerden te verhelpen. Op dit ogenblik vormen de gruwelijke misdaden van Dutroux in de publieke opinie het referentiekader. En het misbruik door jeugdleiders, katholieke priesters en andere steunpilaren van de maatschappij.

De populaire massacultuur is de afgelopen decennia wel sterk geseksualiseerd, maar ook al die gedetaboeïseerde seks en pornografie kent één beperking: geen kinderen. Iedereen mag alles vervaardigen, kopen, zien, zolang er geen minderjarigen aan te pas komen. Het taboe is zo groot dat zelfs het ontwerpen van virtuele, computergegenereerde kinderporno (waar dus geen afbeeldingen van echte kinderen aan ten grondslag liggen) strafbaar gesteld wordt. Er ligt althans een wetsvoorstel in die richting klaar. Dit is bijna een verbod op denken en fantasie, zó bang is de maatschappij voor kindermisbruik (al schrijft de mode intussen ook voor prepuberale meisjes naveltruitjes en strakke sexy outfits voor).

Porno-industrie

Ondanks dat taboe is de reguliere porno-industrie tegelijkertijd doordrenkt van ambiguïteit. Het ideaaltype voor vrouwelijke modellen is en blijft jong. Zo zit de seksuele blik nu eenmaal in elkaar, daar helpt geen moedertje-lief aan. De grens van achttien jaar die nu voor meisjes geldt om afgebeeld te mogen worden, lijkt daarbij biologisch gezien volstrekt willekeurig. In de film American Beauty laat Kevin Spacey zich overweldigen door de aanblik van een zestienjarig schoolmeisje dat gespeeld werd door iemand van achttien. Maar de actrice had ook veertien kunnen zijn.

Merkwaardig is verder dat de leeftijdgrenzen voor porno en tieners strenger worden toegepast, terwijl de tendens in de rest van de cultuur naar steeds jonger opschuift. Zowel in de erotisch/pornografische media als in de werkelijkheid bepaalt een haarloos lichaam het modebeeld. Wie jong is en het druk heeft met seks en relaties, besteedt veel energie aan ontharing. Vrouwen verwijderen hun schaamhaar tot er hoogstens een potloodstreepje overblijft. Bij mannen is de trend om zich van borsthaar, en soms ook van rug- en beenhaar te ontdoen. Het ideaal is de gladde, haarloze huid van de pre-adolescent. Precies het type dat vanuit justitieel standpunt uit de erotische fotografie en uit de porno moet worden geweerd. De combinatie van kinderlijke gladheid met verder volwassen geslachtskenmerken zorgt voor een verwarrend seksueel beeld dat het minderjarigentaboe op slinkse wijze ondergraaft.

Toch is het zinnig om onderscheid te maken tussen kinderen (prepuberaal) en tieners, wat seks betreft en hoe hiermee om te gaan. Vooral met een oog op de toestand in Amerika, waar deze groepen als één amorfe hoop minderjarigen worden beschouwd. In haar veelbesproken boek Harmful to Minors. The Perils of Protecting Children From Sex geeft de journaliste Judith Levine een onthutsende hoeveelheid voorbeelden van de angst (van volwassenen) voor alles wat met kinderen en seks te maken heeft. Er heerst in de Amerikaanse samenleving niet alleen zoals in Engeland en ook hier angst voor pedofielen en aanverwante `seksuele roofdieren', die zich vaak vermommen als crèchewerkers, sportcoaches of leraren, maar ook voor wat kinderen of minderjarigen onderling met elkaar uitspoken. Voor al deze angsten zijn overheidsregels (niet aanraken, niet op schoot nemen) ingesteld, waarvan de naleving door hulpverleners en counselors wordt gecontroleerd. Volwassenen en minderjarigen moeten bij een gesprek onder vier ogen altijd de deur open laten staan. Liefst moet er altijd een derde bij een persoonlijk onderhoud aanwezig zijn. In het kleuter- en basisonderwijs lopen jongens die een rokje optillen of een klasgenootje zoenen het risico van schorsing en een verplichte cursus seksuele heropvoeding. Eerder heeft elke kleuter de cursus `Good Touch/Bad Touch' doorlopen.

Sommige staten kennen nog het archaïsche wetsartikel van de `statutory rape', waarbij minderjarige meisjes geen eigen wil of zeggenschap hebben, een beetje als een huisdier of onmondige slaaf, en elke relatie die zij zonder ouderlijke toestemming aangaan per definitie aangemerkt wordt als misbruik. In 1998 werd een 21-jarige jongen uit Rhode Island die er samen met zijn 14-jarige vriendinnetje vandoor was gegaan omdat de ouders van het meisje hun omgang hadden verboden, tot twaalf jaar gevangenis veroordeeld, terwijl het verliefde stel samen het wegloopplan had beraamd. Op dit wetsartikel wordt slechts sporadisch een beroep gedaan, omdat er eenvoudig te veel Nausicaä's zijn die hun hart verliezen aan een toevallig passerende Odysseus. Meestal weten ouders wel betere manieren om zoiets op te lossen (`Je moet hem het graf in prijzen', schreef Carmiggelt al), maar als ouders het echt hoog opnemen, kunnen ze er toch een rechtszaak van maken.

Krachtvoer

Erger dan dit soort marginale incidenten, die vooral geschikt lijken als krachtvoer voor talkshows, is de tendens in Amerika aanwezig om de via school verstrekte seksuele voorlichting te reduceren tot een boodschap van onthouding. Onder druk van de Christian Coalition en religieus rechts gaan de hoogste subsidies naar organisaties die tieners aansporen tot seksuele abstinentie voor het huwelijk. Voorlichting over de pil, condoomgebruik en abortus laten zij achterwege ten faveure van plechtig ondertekende maagdelijkheidsbeloftes. Onderzoek naar het effect van dergelijke kuisheidsgeloftes laat echter zien dat het tijdstip waarop tieners met seks begonnen er hooguit een half jaar door uitgesteld wordt en dat ze, eenmaal toch seksueel actief, meer te maken krijgen met ongewenste zwangerschappen dan tieners zonder kuisheidsgelofte en met anticonceptievoorlichting.

Bij de `War on drugs' en de `War on cigarettes' heeft zich dus nu ook de `War on sex' gevoegd. Seks met minderjarigen is slecht, seks tussen minderjarigen is slecht, seksueel geladen plaatjes, films en teksten zijn slecht voor kinderen, seksuele taal uitslaan is seksuele intimidatie, masturbatie is ook niet goed voor kinderen, eigenlijk moeten kinderen zich maar helemaal niet bezighouden met seks. Ook niet, en misschien wel vooral niet, als ze er plezier aan beleven.

Voor Levine gaat dat veel te ver. Plezier is waar het om draait bij seks en er zijn eigenlijk geen dwingende argumenten waarom experimenterende minderjarigen daar vanaf gehouden moeten worden, vindt zij. Het zijn de ouders die zich onbehaaglijk voelen, wanneer ze hun jonge kinderen betrappen bij naar seks zwemende activiteiten als doktertje spelen of wanneer ze de pil vinden in hun tienerdochters klerenkast. Maar met het gedrag zelf is niets mis, zolang de minderjarige er zelf voor gekozen heeft en nergens toe gedwongen is.

Dit opgewekte standpunt, dat elk moralisme luchtig wegwuift en sterk doet denken aan het simpele hedonisme van de jaren zeventig, is Levine niet in dank afgenomen. Ze kreeg boze ouders, therapeuten, kinderpsychologen, werkers in de misbruikindustrie en pedagogen op haar dak, die haar allemaal verweten dat ze de impact van seks op kinderen bagatelliseerde.

Harmful to Minors is niet een heel soepel geschreven boek. Daarvoor bevat het te veel gedetailleerde informatie. Op Levine's boodschap om minderjarigenseks van moralisme te ontdoen zitten nu nog veel minder mensen te wachten dan in de zorgeloze jaren zeventig van de vorige eeuw. Toch is het een verademing als iemand schrijft dat je niet moet vergeten de lol ervan in te zien. De eerste seks-ervaring hoeft niet meteen een levenspartner op te leveren. Onbeladen seks is een belangrijke verworvenheid van de westerse cultuur. Kinderen maken rare dingen mee, maar dat betekent nog niet dat ze voor het leven getraumatiseerd zijn. Iedereen speelt diefje-mèt-verlos. Je kunt altijd weer opnieuw beginnen.

Judith Levine: Harmful To Minors. The Perils Of Protecting Children From Sex. University of Minnesota Press,

299 blz. €35,02