Bloemrijke stillevens met spelende puppy

De Spaanse schilder Juan van der Hamen (1596-1631) verloochende zijn Noordelijke afkomst niet. Hij was de zoon van een naar Spanje geëmigreerde Vlaming, en dat verklaart wellicht zijn belangstelling voor het genre van het stilleven, dat in de 16de- en 17de-eeuwse Nederlanden zo'n belangrijk specialisme vormde.

Als lid van de koninklijke garde van de Arqueros bekleedde Juan van der Hamen een aanzienlijke positie aan het koninklijke hof in Madrid, waarvan hij als gespecialiseerd schilder van bloemstukken profiteerde. De patronage van koning en adel voor stillevens vormt meteen een belangrijk verschil met de situatie in de Nederlanden, waar dergelijke schilderijen grotendeels voor een vrije markt werden geproduceerd.

Het Frans Hals Museum in Haarlem toont een mooie selectie van veertig bloemstillevens uit de Spaanse Gouden Eeuw, afkomstig uit voornamelijk Spaanse musea en collecties.

Voorbeelden van werken die Juan van der Hamen maakte voor hovelingen in Madrid, zijn twee prachtige, meer dan twee meter hoge doeken, die beide een met groen damast bedekte tafel tonen, met daarop een stilleven waarin een vaas met een rijkgevarieerd bloemstuk centraal staat. Opvallend is dat het onderste register bestaat uit een tegelvloer met in het ene een zittende hond en in het andere een aandoenlijke puppy die met een balletje speelt. De werken bevonden zich oorspronkelijk in het Madrileense paleis van de Vlaamse edelman Jean de Croy, waar ze aan weerszijden hingen van de doorgang naar diens schilderijengalerij. Ze lijken de werkelijke ruimte voort te zetten en verwijzen met motieven zoals de wijnkoeler en een schaal met zoetigheid naar de aristocratische gastvrijheid. De show wordt gestolen door de volle bloemvazen, die ontleend lijken aan een Vlaming als Jan Brueghel de oude, maar in het arrangement wat stijver zijn, zodat elke afzonderlijke bloem goed zichtbaar is.

Associaties met bloemstillevens uit de Nederlanden dringen zich in deze tentoonstelling bijna vanzelf op, maar verschillen zijn er natuurlijk ook. Zo zijn de vazen vaak met scènes of mediterrane motieven beschilderd, en gevat in een rijkbewerkt edelmetalen montuur, of ze zijn van doorzichtig glas waardoor de stelen van snijbloemen in een bundeltje zichtbaar zijn. Antonio Ponce was er een meester in, zoals is te zien in twee doeken met bloemvazen (circa 1650), waarin de lichteffecten van het transparante glas gevuld met water en bloemenstelen nauwkeurig zijn geobserveerd. Van een verbluffende gevarieerdheid en frisheid van kleur, zijn de grote bloemenmanden van de eerste echte specialist in het genre, Juan de Arellano (1614-1676).

Een onderwerp dat in de studie naar (bloem)stillevens vrijwel altijd uitvoerig aan bod komt, is de interpretatie van zulke werken in moraliserende of religieuze zin, als louter oogstrelend dan wel als uitdrukking van een wetenschappelijke, encyclopedische belangstelling voor de natuur.

De summiere inleiding in de catalogus scheert langs deze problemen en doet niet veel meer dan zichzelf feliciteren met het feit dat deze tentoonstelling de eerste is die zich geheel richt op Spaanse bloemstillevens. Ook vragen naar de voorgeschiedenis van het genre blijven onbeantwoord. De bloemenweelde overschaduwt het oudere genre van stillevens waarin omstreeks 1600 een befaamde schilder als Juan Sánchez Cotán uitblonk. De invloed van diens prachtige, sobere bodegones – met soms niet meer dan een paar wortelen en een karakteristieke, op bleekselderij lijkende stronk van de kardoen – blijkt in de tentoonstelling uit één schilderij van Felipe Ramírez, dat kennelijk alleen mee mag doen omdat er ook een vaasje met irissen op is voorgesteld.

Ook de vraag hoe het bloemstilleven zich tot zelfstandig genre heeft ontwikkeld uit figuurstukken, komt nauwelijks aan de orde – of het moest op impliciete wijze zijn, in een geraffineerd schilderij van Thomás Hiepes. Het stelt het hoekje van een terras voor met grote potten vol weelderige planten en bloemen, temidden waarvan een rode stoel en twee manden met bloemen staan. Het hondje dat op de stoel zit, heeft de plaats ingenomen van een bloemschikster die tot voor enkele ogenblikken bezig geweest moet zijn met het bundelen van bloemen uit de ene mand, tot de bloemstukjes die in de andere staan.

Het stilleven heeft zich in dit schilderij van Thomás Hiepes een eigen plaats verworven doordat de menselijke figuur die het omringde, eruit is weggelopen.

Tentoonstelling: Spaanse bloemenpracht; stillevens uit de zeventiende eeuw. Frans Hals Museum, Haarlem. T/m 14/10. Catalogus (Engelstalig): 112 blz, € 22,50. Inl.: 023- 5115775 of www.franshalsmuseum.com