Aannemers: ambtenaren namen smeergeld aan

Ambtenaren van provincies, lokale overheden en Rijkswaterstaat hebben de afgelopen jaren steekpenningen en andere gunsten uit de bouwwereld aangenomen. Ze deden dat in ruil voor vertrouwelijke informatie en bouwopdrachten.

Dat verklaarden twee voormalige aannemers, A. Terlingen en M. Swart, gisteren op de eerste openbare verhoordag van de parlementaire enquêtecommissie bouwnijverheid. Uit vertrouwelijke notulen blijkt dat Terlingen de commissie eerder, in besloten verhoor, uitvoeriger informatie heeft verstrekt. Hij beschuldigde daar, met naam en toenaam, ambtenaren, zowel op rijks- als lokaal niveau, van corruptie en fraude. Tijdens de openbare verhoren, gisteren, heeft de commissie dit niet meer aan de orde gesteld.

Swart noemde met name Rijkswaterstaat ,,lek als een mandje'. Ambtenaren werden volgens hem in de watten gelegd. Bouwbedrijven schonken hun, in ruil voor informatie en opdrachten, fotocamera's, reizen, eten, grote kerstpakketten of geld. ,,Het was allemaal ouwe-jongens-krentenbrood en het gebeurde op grote schaal', zegt Swart. Hij bekende dat hij zelf ook 20.000 gulden smeergeld had overhandigd aan een ambtenaar van Rijkswaterstaat.

Terlingen bevestigde in het besloten deel van zijn verhoor de praktijk van smeergeld en het lekken door ambtenaren van informatie. Hij noemde hier de namen van vier voormalig topfunctionarissen van het ministerie van VROM die aanwezig waren geweest bij diners met de bouwsector, waar volgens hem ,,informatie gelekt' was. Een van die topambtenaren is inmiddels overleden, twee anderen ontkennen de aantijgingen met klem. C. de Reus, tegenwoordig voorzitter van projectontwikkelaarsorganisatie Neprom, noemt de beschuldigingen ,,belachelijk en ridicuul'. Het ministerie van VROM begint een intern onderzoek naar deze beschuldigingen, aldus De Reus. [Vervolg BOUWFRAUDE: pagina 2]

BOUWENQUÊTE

In Amsterdam is fraude `heel erg'

[Vervolg van pagina 1] E. van Baarsel, die nu gepensioneerd is maar na het ministerie van VROM werkzaam was bij bouwconcern HBG, kan zich de ontmoetingen nog wel herinneren. ,,Het was ons doel goede relaties met de bouw te onderhouden. Het was in die tijd op zijn minst lastig om aan informatie te komen. Maar dat we belangrijke gegevens gelekt zouden hebben, hangt aan elkaar van suggesties en veronderstellingen. Gewoon niet waar.'

In een eerder, vertrouwelijk gesprek met de enquêtecommissie heeft Terlingen, oud-bestuurslid van de bouwbrancheorganisaties NVOB en ABVV, informatie verstrekt over grootschalige fraudepraktijken in het ambtelijk apparaat van de gemeente Amsterdam. Daarbij ging het onder meer om een bouwinspecteur die betrokken was geweest bij valselijk opgemaakte taxatierapporten. De betrokken ambtenaar zou door de makelaars zijn omgekocht om valse verklaringen af te leggen.

Commissielid Smulders zei in dat voorgesprek: ,,Dit zijn allemaal integriteitschendingen. Was dat structureel in uw optiek?'

Terlingen: ,,Het was in Amsterdam heel erg.'

Smulders: ,,Zou U dat in het openbaar ook zo willen getuigen, met naam en toenaam?'

Terlingen: ,,Daar heb ik geen probleem mee, maar dan heb ik alle namen en alle stukken erbij.'

Commissievoorzitter Vos zei vanochtend desgevraagd niet te willen reageren op de inhoud van de vertrouwelijke voorgesprekken.

Terlingen gaf Smulders (LPF), die sinds mei deel uitmaakt van de commissie, tijdens het openbare verhoor een heldere uiteenzetting over `hoe te frauderen in de bouw'. Volgens hem kunnen bouwers onderlinge vergoedingen verrekenen door ze eenvoudigweg tegen elkaar weg te strepen of, iets ingewikkelder, facturen te sturen zonder dat daar ooit werk voor is verricht.

Terlingen: ,,Is het duidelijk zo?'

Smulders: ,,Uh... niet helemaal.'

Terlingen: ,,Vraagt u gerust.'

Swart zei bij zijn verhoor dat hij uiteindelijk zijn zandwinningbedrijf aan Ballast Nedam had verkocht omdat hij niet langer kon tegen de onregelmatigheden die de hele sector doortrokken. Nadat hij twintigduizend gulden smeergeld had betaald aan een ambtenaar was hij naar eigen zeggen van plan geweest om de politie in te schakelen, hij had daartoe nummers van de bankbiljetten genoteerd. De gemoedstoestand waarin hij zich op dat moment bevond, zei Swart, had hem ten slotte van aangifte doen afzien.

Swart noemde als voorbeeld van de innige contacten tussen ambtenaren en aannemers het bestaan van de zogeheten HEMA-bestekken, zoals die volgens hem in het bouwjargon werden genoemd. Dat waren de afkortingen van de namen van ,,de projectleider van de provincie Noord-Holland Hermans en bouwbedrijf Marcus in Halfweg. Die bestekken waren op elkaars lijf geschreven.' Markus bv werd midden jaren negentig ook al genoemd in een onderzoek naar mogelijke malversaties van Amsterdamse ambtenaren, een stadsdeelbestuurder en bouwbedrijven bij aanbestedingsprocedures. Dat vertrouwelijk onderzoek vond plaats naar aanleiding van geruchten over `lekkende' ambtenaren, hoge functionarissen die zich op reisjes naar Parijs en Sevilla lieten trakteren, en afgedwongen sponsoring door bouwbedrijven in ruil voor opdrachten.

Volgens Swart heeft de overheid dit soort onoorbare praktijken zelf in de hand gewerkt door vast te houden aan het systeem van onderhandse aanbestedingsprocedures en doordat instanties als Rijkswaterstaat bij hun bestekken stelselmatig 20 tot 30 procent boven de feitelijke aanneemsom begroten.

www.nrc.nl: dossier Bouwfraude