Vingers

De vierjarige Derrek heeft zijn neefje op bezoek. De jongens vullen hun tijd voornamelijk met het trekken aan elkaars vingers. Na enige tijd mondt dat uit in een verlangen tot zelfverheffing. Derrek wil weten hoe die vingers waar hij zo hard aan trekt eigenlijk precies heten. Zijn neefje, twee jaar ouder en al veel meer een man van de wereld, wil dat wel even uitleggen. Een voor een gaat hij ze af. ,,Duim, wijsvinger, fukjoevinger, ringvinger, pink.''

Derreks moeder, weliswaar onder de indruk van de kennis van neef, meent dat hier een pedagogische interventie niet achterwege kan blijven, en doopt de fukjoevinger om in middelvinger. Oprecht verbaasd schudt het neefje zijn hoofd. ,,Echt niet hoor, dat heet de fukjoevinger'', zegt hij zachtjes, teleurgesteld over zo'n gebrek aan kennis bij zijn tante.