Onderzoek fraude in onderwijs breder

Staatssecretaris Nijs (Onderwijs) heeft het accountantsonderzoek naar mogelijke fraude in het beroepsonderwijs en het hoger onderwijs uitgebreid van achttien naar vijftig instellingen. Zij deed dit nadat de Algemene Rekenkamer had geoordeeld dat het onderzoek tot dusverre een onvolledig beeld gaf.

Dat bevestigt het ministerie van Onderwijs. Door de uitbreiding is de presentatie van het eindrapport, inclusief het eindoordeel van de Rekenkamer, verschoven van september naar december. De accountants van het ministerie controleren nu tien universiteiten, twintig hogescholen en twintig mbo-scholen. De Rekenkamer ziet op verzoek van de Tweede Kamer toe op dit fraudeonderzoek.

Vorig jaar stelde toenmalig minister Hermans een onderzoek in naar mogelijk misbruik van subsidiegeld door zes hogescholen. In februari constateerden zijn accountants dat die hogescholen subsidie kregen voor Vlaamse studenten die er niet of nauwelijks onderwijs volgden. Op die manier zouden de scholen 29,3 miljoen euro hebben `verdiend'. Hermans eist het geld terug en heeft aangifte gedaan van fraude. In mei stelde Hermans een vervolgonderzoek in naar misbruik van subsidies in het hele hoger en beroepsonderwijs.

Alle mbo-scholen, hogescholen en universiteiten moesten hierop een vragenlijst invullen. Instellingen die aangaven ten onrechte subsidie te hebben ontvangen, moeten het geld terugbetalen. De minister gaf zijn accountantsdienst in mei opdracht de ingevulde vragenlijsten steekproefsgewijs te controleren. De accountants onderzochten twee universiteiten, elf mbo-scholen en vijf hogescholen nader, maar dat is volgens de Rekenkamer onvoldoende.

Een woordvoerder van het ministerie erkent dat de Rekenkamer erop heeft gewezen dat de achttien tot nu toe onderzochte instellingen onvoldoende een `totaalbeeld' gaven. De taak van de accountants bestaat vooral uit het horen van leden van de colleges van bestuur en andere medewerkers. Het gaat volgens de woordvoerder om een ,,aselecte steekproef''.