Bush en de aanval op Irak: dreigen en sussen

President Bush overlegde gisteren met zijn veiligheidsadviseurs, wat de speculaties over een aanval op Irak voedde. Maar Bush is ,,een geduldig man''.

President George W. Bush probeerde gisteren de naar zijn zeggen ,,intense speculatie'' en ,,opwinding'' over een snel dreigende Amerikaanse aanval op Irak te sussen. Hij had net tijdens zijn vakantie op zijn ranch in Crawford, Texas, vergaderd met zijn veiligheidsadviseurs: nee, niet over concrete oorlogsplannen, maar over langetermijnstrategieën en nieuwe wapensystemen zoals het raketschild. `Irak' was niet aan de orde geweest, antwoordde hij losjes op een vraag.

Die losheid was niet geheel puur: ook Bush ziet dat een groeiend koor binnen- en buitenlandse critici zich keert tegen een mogelijke Amerikaanse aanval op Irak, voordat hij daar feitelijk toe besloten heeft. De meeste Europese landen, Rusland, Arabische landen zoals Saoedi-Arabië en sinds gisteren ook Canada staan sceptisch tot negatief tegenover een militaire actie om Saddam Hussein ten val te brengen. Zij krijgen bijval van partijgenoten van Bush jr. zelf, onder wie `buitenlandgoeroe' Henry Kissinger en de vriend en oud-veiligheidsadviseur van Bush sr., Brent Scowcroft. Nu niet noodzakelijk, te riskant voor het Midden-Oosten en geen hard bewijs voor massavernietigingswapens in Iraakse handen, zijn enkele argumenten tegen een aanval op Bagdad.

Die kritiek heeft effect, zo bleek gisteren op een persconferentie. Na de harde uitspraken van de afgelopen maanden klonk Bush een tikje voorzichtiger. Zeker als men bedenkt dat hij de verwijdering van Saddam Hussein tot prioriteit heeft gemaakt: de Iraakse leider, vinden Bush en de zijnen, ontwikkelt massavernietigingswapens en moet worden uitgeschakeld voordat hij die wapens tegen Amerika en zijn bondgenoten gebruikt, of ze deelt met terroristische groepen zoals het Al-Qaedanetwerk.

De president probeerde gisteren een middenweg te zoeken tussen de oorlogsretoriek van zijn regering, die al geleid heeft tot planning, en een diplomatiekere aanpak, die rekening houdt met andere geluiden onder partijgenoten, bevolking en bondgenoten. Het negeren van binnenlandse kritiek is hachelijk voor Bush met het oog op de verkiezingen voor het Congres in november. Onduidelijk daarbij is overigens hoe eensgezind de regering zelf is: een feit is dat de multilateraler ingestelde minister van Buitenlandse Zaken en generaal b.d. Powell, wiens invloed naar verluidt tanende is, beduidend minder militaire ambities jegens Irak vertoont dan vermeende ijzervreters als minister van Defensie Rumsfeld en vice-president Cheney.

In zo'n onbestemde fase van dreigen en sussen hanteren Amerikaanse presidenten wel vaker, zoals Clinton inzake de Balkan en Irak deed, een begrip dat hun tijdelijk armslag biedt: alle opties liggen op tafel. Bush hanteerde dat tijd-kopende axioma gisteren ook: ,,Ik ben een geduldig man. We zullen kijken naar alle opties en we zullen voor ons alle beschikbare technologieën overwegen, en diplomatie en intelligence.''

Maar ,,regimewisseling [in Irak] is in het belang van de wereld''. ,,Hoe we dat bereiken is een kwestie van consultatie en zorgvuldige afweging. Ik ben een behoedzaam mens.'' Eén ding is volgens Bush zeker: ,,Deze regering is het erover eens dat Saddam Hussein een bedreiging vormt. We nemen alle dreigingen serieus en we zullen onze vrienden en bondgenoten blijven consulteren.''

In elk geval impliciet kwam Irak gisteren wel degelijk aan de orde tijdens het veiligheidsberaad op de ranch, waar onder anderen Cheney, Rumsfeld en veiligheidsadviseur Rice aanzaten, en Powell niet. Volgens Bush ging het strategieberaad voor een belangrijk deel over de vraag hoe het beste geld kan worden uitgegeven ,,om ons beter te beschermen en onze vrienden en bondgenoten tegen de werkelijke dreigingen van de 21e eeuw''. En dreiging nummer 1 zijn juist, vindt de regering-Bush, `schurkenstaten' als Irak, eerder dit jaar al genoemd als onderdeel van een `As van het Kwaad'.

Ook later op de dag bleek gisteren dat Bush een militaire aanval op Irak allerminst naar de achtergrond heeft geschoven. Rumsfeld, op bezoek bij soldaten in Texas, erkende publiekelijk dat de president een oorlog met Irak overweegt, maar nog geen beslissing heeft genomen. ,,Hij denkt erover'', zei Rumsfeld grinnikend.

Bijval kreeg Bush gisteren van een belangrijke Republikein, de `derde man' in het Huis van Afgevaardigden, Tom DeLay, die zei dat Amerika Saddam Hussein moet aanvallen, ,,hoe sneller, hoe beter''. Zo gaapt voorlopig een diepe kloof tussen voor- en tegenstanders van een aanval op Irak. Bush zal met beiden rekening moeten houden, en vermoedelijk tot aan zijn besluit blijven dreigen en sussen.