Bezeten muzikanten

De theaterprogrammering in Nijmegen is soms zo overvloedig dat je voor bijna onoplosbare problemen kunt komen, duivelse dilemma's. Onlangs was op een zomeravond de keuze werkelijk niet te maken. Vlak naast elkaar vonden twee concerten plaats die naar menselijke berekening niemand wil missen.

In de Stevenskerk trad Ton Koopman op, Bachspecialist, als eerste van een rij prominenten die deze zomer wekelijks het oude orgel bespeelt. Toen ik tijdens een demonstratie vooraf hoorde hoe de muziek de zeer fraaie, lege ruimte geheel kon vullen, maakte ik voornemens om terug te komen en geen concert meer over te slaan. Tot ik ontdekte dat voor het eerst sinds oertijden dezelfde avond een trio bijeen zou zijn dat ooit de jazz opnieuw had uitgevonden, opgebouwd en weer afgebroken. Het optreden zou eenmalig zijn, de plaats was Lux. Op de folder foto's van drie bezeten muzikanten en oprichters van de Instant Composers Pool (ICP): Willem Breuker, Misja Mengelberg en Han Bennink. Een noodsituatie.

Ik meldde me die avond om 9 uur in Lux, nog steeds in dilemma. Dat duurde maar even. De muziek van ICP is niet alleen bezeten of experimenteel maar wordt ook met een knipoog gespeeld. Mengelberg schuifelde als eerste binnen, gedekt door een Russische pet, een kopje koffie in de ene, een ruim glas cognac in de andere hand. Die attributen zouden nog behulpzaam blijken. Toen Bennink zijn trommel met een doekje belegde en saxofonist Michael Moore zich langdurig verlustigde in zelf gemaakte pruttelgeluidjes, werd ook het inwendige van de vleugel van aanzien veranderd. Pet, kopje en glas – voorzichtig naast elkaar op de snaren gevlijd – zorgden voor tevreden blikken bij de bedenker en een nadere uitdieping van het nummer.

Toen was de pauze al achter de rug en ook het inleidend interview. De mededeling dat Breuker ziek was, kon de stemming niet meer bederven. De anderen waren er wel, vervanger Moore was onderweg en Mengelberg zat op zijn praatstoel. Onze aandacht gold niet alleen zijn conversatie, zijn roddel en commentaar op de collega's. Hoe scherp zijn oordelen ook waren, het ging ook om iets anders: zijn nu eens mompelende dan weer bijtende dictie, om het eigenzinnige ritme waarin hij zijn gedachten ontvouwde op een manier die weer aan zijn muziek deed denken.

Die muziek deed ook denken aan de verzameling attributen die Bennink onder handbereik had en die tijdens de pauze op de vloer achterbleef. Het stilleven omvatte een flink stuk koord of touw, een stok zo lang als een vishengel, een stok die een stuk kleiner was, een soort koebel, een grote, zwart gespoten betonschaar die knallende geluiden kon produceren, twee stokjes als van een kindertrommel, een badmeesterfluit, een mondorgeltje van maar enkele centimeters en nog wat stukjes dempmateriaal: doekjes en plastic plaatjes. Een gewone doorsnee trommel op een kleine standaard stond in het midden. Geen van die instrumenten die vergeten werd of ontzien, geen moment ook dat de muziek van de anderen niet door Benninks geweld werd gesteund, opgehitst of overdonderd.

,,Mag ik nu eens 5 minuten voor een themaatje van mij?'' (Mengelberg ). In het interview had hij opgemerkt dat ICP destijds niet uit elkaar was gespat. Hij was er gewoon uit weggewandeld toen hij ontdekte dat de anderen niet eens merkten als hij voor bijvoorbeeld een kopje koffie de voorstelling een tijdlang verliet. Ze waren zo druk met zich zelf dat ze hem niet misten. De stemming was tolerant nu. De piano werd gehoord, Bennink ontzag zich even en ook de saxofoon hield zich in. De saxofoon speelde daarna langzame, tonale muziek, lyrisch, betoverend. Tot de badmeesterfluit klonk of de koebel en de vertrouwde wanorde terugwas.

Mijn droom die avond reikte nog verder. Ook Koopman zou aan een sessie als deze moeten deelnemen. Kerkmuziek zou zich bij die gelegenheid kunnen mengen met de klanken van vanavond, van de betonschaar de sax en de piano. Echte muzikanten, wist ik, houden immers van alle genres en stijlen. Hun samenspel zou vermoedelijk aan alle problemen en misverstand een einde maken. De muziek zou eindelijk hebben overwonnen.