`Wij vragen God of wij Zijn instrument mogen zijn'

Het Volkscongres stemde onlangs tegen invoering van islamitische wetgeving in Indonesië. `Overtuigen, niet dwingen', zegt een schoolhoofd.

Priaginanjar is te laat voor het eerste uur Koran-lezen – op deze zondag vier van de 286 verzen van de Al-Baqarah. Maar hij heeft een formidabele smoes: ,,Ik woon in een buurt met veel christenen en de weg was verstopt doordat die allemaal naar de kerk gingen.''

De 17-jarige jongen zit in de Javaanse stad Bandung op de islamitische school van Persatuan Islam, de Islamitische Associatie, oftewel Persis. Persis is met twee miljoen leden een van de drie grote islamitische bewegingen van Indonesië. De andere zijn Nahdlatul Ulama (40 miljoen leden) en Muhammadiyah (30 miljoen). De drie organisaties hebben eigen onderwijsinstellingen, van kleuterschool tot universiteit, samen de helft van alle scholen in het land.

`Liberaal – letterlijk' is de as waarop de drie organisaties zitten. De woorden duiden op de uitleg van de Koran. Het hoofd van de Persis-school in Bandung plaatst zijn school op het uiterste puntje van de `letterlijk' kant.

Wat Atang Agussayuki betreft staan de Madhhabs, de denkwijzen in de islam over de interpretatie van de Koran, hinderlijk in de weg tussen het geschrift en zijn leerlingen. En dus krijgen die veel Arabische les zodat ze de Koran kunnen lezen zonder de last van de uitleg van een imam.

Elke ochtend om zeven uur, behalve op de vrije vrijdag, spreekt Atang op het schoolplein rond de moskee, waar de school omheen is gebouwd, zijn leerlingen in het Arabisch toe. Daarna leggen die, ook in het Arabisch, schreeuwend de eed af: ,,Wij beloven niet te liegen, niet te roken en onze ouders en onze leraren te respecteren!'' Goede moslims afleveren, is wat het schoolhoofd beweegt. ,,Liefst prekers, leraren islam is ook goed.''

Leraar worden, anderen de grondbeginselen van het geloof bijbrengen, dat is ook wat laatkomer Priaginanjar wil. ,,Want er zijn een heleboel dingen die ik wil repareren aan het gedrag van moslims in Indonesië'', zegt hij, wachtend op de gang. ,,Ze roken, drinken alcohol, gebruiken zelfs drugs. Mensen van mijn leeftijd zijn alleen maar geïnteresseerd in het westen, maar daar komen al die slechte dingen vandaan.'' Dan gaat de leraar Koran-lezen even naar het toilet en glipt zijn aanstaande opvolger snel het klaslokaal binnen. `USA Bad!' staat op de zijkant van het bureautje waaraan Priaginanjar gaat zitten. In de rij voor de jongens. Op de schoolbank van zijn buurvrouw staat `Britney Spears'.

Een groot deel van de naar schatting één miljard moslims, ongeveer 160 miljoen, woont in Indonesië. Sinds de aanslagen op Amerika op 11 september vorig jaar maken de Verenigde Staten zich daar zorgen over. Zoveel moslims, redeneert de regering-Bush, daar zullen ook wel de nodige gewelddadige extremisten tussen zitten. Amerika noemt Zuidoost-Azië daarom het `Tweede Front' tegen terrorisme en verstrekt her en der in de regio militaire steun.

Tegelijk moppert de supermacht over Indonesië dat het mannen die banden hebben met Al-Qaeda van Osama bin Laden, zomaar rond zou laten lopen. Het bewijs tegen die imams wordt echter dunner en dunner. Ook blijkt de vrees ongegrond dat Indonesiërs vatbaar zijn voor fundamentalisme, laat staan extremisme. `s Lands hoogste besluitorgaan, het Volkscongres, verwierp eerder deze maand massaal een voorstel om de shari'a, de islamitische wetgeving, in te voeren. En de potentiële kweekvijvers voor radicalisme, de islamitische scholen, staan ver af van blinde haat of geweld tegen Amerika.

,,Iemand anders heeft die poster opgehangen'', zegt Basirun verlegen. Hij is zestien en slaapt met vier andere jongens op één bed in een kamertje van de pesantren, een kostschool buiten Bandung, van Nahdlatul Ulama (NU), de grootste en meest liberale van de islamitische organisaties. Boven het bed hangt een grote foto van Osama bin Laden. ,,Ze zien hem als een popster'', vergoelijkt Basirun's leraar Saefurridjal een beetje ongemakkelijk. ,,Een jaar geleden hing Michael Jackson daar.''

Af en toe leest Basirun het blad Sabili dat Bin Laden als een held afschildert en joden als de daders van de aanslag op het World Trade Center neerzet. Hoe is anders te verklaren, vraagt het blad zijn lezers, dat alle vierduizend joden die in het WTC werkten op 11 september een snipperdag hadden genomen? ,,We hebben Sabili een tijdje verboden'', zegt Saefurridjal, ,,maar dat maakte de leerlingen alleen maar nieuwsgieriger. We vertrouwen er nu maar op dat ze nadenken en begrijpen dat dit blaadje aanzet tot haat en niet serieus genomen moet worden.'' Basirun knikt. ,,Die verhalen in Sabili over joden en christenen als daders van de WTC-aanslag geloof ik niet. Ik denk dat een andere groep een wig wil drijven tussen moslims en het westen.''

Wie je ook spreekt op de islamitische scholen, op die van Persis, van NU of van de Muhammadiyah, de moslimorganisatie die tussen liberaal en letterlijk staat: tolerantie is het woord dat in alle gesprekken terugkomt. Het accepteren van andere religies en van het bestaan van mensen die nergens in geloven, staat voorop.

Daarna komen de nuances: Persis hoopt dat zijn leerlingen uitzwermen en iedereen tot moslim bekeren. ,,Overtuigen, niet dwingen'', onderstreept het schoolhoofd. NU stelt zichzelf open voor een ieder die naar hen toe komt om over de islam te leren. ,,Het enige verschil met publieke scholen is dat wij religie benadrukken en zij nationalisme'', zegt Didin Wahidin, de NU-leider in Bandung.

Niet alle scholen van Nahdlatul Ulama zijn dan ook gericht op het verspreiden van de islamitische leer. De meeste zijn net zo praktisch als bijvoorbeeld de openbare technische scholen. ,,Maar er is wel degelijk een islamitische manier om een auto te repareren'', zegt Dedi Gunadi, de leraar autotechniek van de lagere technische NU-school in Bandung. Hij geeft een demonstratie met het chassis van een kleine vrachtwagen dat midden in zijn klaslokaal staat. Gunadi's beste leerling, Tantang, die droomt van een carrière in de Fomule 1, zal de motor op het chassis repareren. ,,Bismillahirrahmanirrahim'', bidt de jongen, hij draait een paar schroeven aan en is klaar. ,,Zo doen wij dat'', zegt de leraar, ,,Westerlingen repareren alleen maar hun hoofd en denken aan het geld dat ze ermee verdienen. Wij vragen altijd eerst aan God of wij Zijn instrument mogen zijn en pas dan gaan we repareren. Met hoofd én hart.''