Supersub

De jaren tachtig zijn muzikaal nog altijd in de mode. Hoewel door hedendaagse muzikanten vooral inspiratie wordt geput uit elektronische gezelschappen uit dat decennium, zoals Human League en Depeche Mode, blijkt ook een ander soort muziek uit die tijd plotseling navolging te vinden. De Nederlandse band Supersub, ooit voor `Britpop' versleten, klinkt op de nieuwe cd Mighty Baby overtuigend als de Nederlandse Echo & The Bunnymen.

De donkere zang met het zinderende randje, de arrangementen van elegante violen en donkere cello – het is vertrouwd. Supersub neigt echter niet naar nostalgie, omdat aan het gesmeerde geluid de 21ste eeuw valt af te horen. Supersub houdt van gedragen melodieën, waar soms, als een jubeling, blazers in losbarsten. In andere nummers wordt plotseling een vertraagde break ingezet. De groep zoekt andere vormen dan het geijkte popliedje.

Hun derde cd Mighty Baby klinkt daardoor als een perfect uitgevoerde oefening. De blazers tetteren, de zanger zindert, de gitaar rinkelt, de bas mompelt. Het is allemaal mooi, maar het is te mooi. De zang van Felix Maginn heeft vaak een galm, waardoor hij groots klinkt, en ook een beetje vlak. Dat geldt voor de hele plaat. De studieus gecomponeerde liedjes ontberen ergens een kink in de kabel, een schop onder de kont van de esthetische aanpak. Misschien dat Supersub live die meerwaarde heeft. De groep is nu op tournee door Nederland, ze is onder meer komend weekend te zien op de UIT-markt in Amsterdam.

Supersub. Mighty Baby (excel 96053)