`Onwettig overleg overheid en bouw'

De Rijksoverheid overlegt bij eenderde van haar aanbestedingen nog voor afsluiting van het contract met bouwers over aanpassingen van de prijs en het bestek. Dit is in strijd met de Europese regels.

De besprekingen leiden tot ,,significante wijzigingen in de prijs'' en aanpassingen van het bestek. Dit concluderen accountantskantoor PricewaterhouseCoopers (PwC) en ingenieursbureau Royal Haskoning in een grootschalig onderzoek naar de aanbestedingspraktijk bij vier rijksdiensten van de ministeries van Verkeer en Waterstaat, VROM, Defensie en Landbouw, waaronder Rijkswaterstaat en de Rijksgebouwendienst, tussen 1996 en 2001. Het rapport is in opdracht van het kabinet gemaakt en twee weken geleden aangeboden aan de parlementaire enquêtecommissie die onderzoek doet naar de bouwsector.

Volgens het onderzoek wordt het maken van verboden prijsafspraken tussen aannemers ,,niet bemoeilijkt'' door de handelwijze van de overheid, die bouwers alleen op prijs kiest.

Ook constateren de onderzoekers dat offertes voor de overheid als opdrachtgever ,,weinig inzichtelijk'' zijn, doordat de aanbestedingsreglementen voorschrijven dat de zogenoemde `inschrijvingen' van bouwers die niet als laagste hebben geboden, ongeopend moeten worden teruggezonden. Ook doordat de overheid de begrotingen van de aanbieders niet mag inzien, kan zij niet nagaan in hoeverre sprake is van marktwerking.

De onderzoekers stellen dat eventuele prijsafspraken tussen inschrijvers bij bouwprojecten niet langs ,,analytische weg'' zijn aan te tonen. Wel wordt geconstateerd dat in 60 procent van de onderzochte aanbestedingen het verschil tussen de laagste en de op één na laagste inschrijvingssom minder dan 3 procent van de laagste inschrijvingssom is. De onderzoekers schrijven ook dat prijsafspraken niet aantoonbaar zijn omdat de gegevens op basis waarvan de analyses zijn uitgevoerd zich beperken tot de informatie van de aanbestedende diensten, in dit geval de overheid. Prijsafspraken tussen bouwers onderling blijven buiten het zicht van de overheid.

PwC constateert ook dat de aanbestedende diensten ,,veelvuldig worden geconfronteerd met politieke en/of bestuurlijke invloeden die al in een vroeg stadium de keuzevrijheid beperken''. Soms duurt die politieke besluitvorming dermate lang dat nog maar weinig tijd overblijft voor de aanbesteding zelf.

enquête pagina 2

www.nrc.nldossier Bouwfraude