`Nu kan alles in strips'

Eric Schreurs is bekend van zijn vieze strips. Na lang wachten krijgt hij eindelijk de Stripschapprijs.

Volgens het persbericht heeft Eric Schreurs de Stripschapprijs `rijkelijk laat' gekregen. De schepper van Joop Klepzeiker, Dick van Bil, Knier Zwellever en meer onsmakelijke personages is het daarmee eens. ,,Ik ben er blij mee, maar alle tekenaars van mijn generatie kregen hem al lang geleden. Ik ving voortdurend geruchten op dat er binnen de jury weerstand was tegen mijn werk en persoon. Echt serieus kan ik het dan niet meer nemen. Dat er zolang over is nagedacht en vergaderd geeft wel aan dat de toekenning weloverwogen is.''

Schreurs (1958) gaat de prijs – een bronzen beeldhouwwerk, geen geld – in ontvangst nemen. Voor een vlammende speech hoeft de jury niet bang te zijn. ,,Ik zal een chagrijnige knipoog geven, maar het geeft geen pas om zo'n beeldje aan te nemen en vervolgens de hele boel uit te foeteren.''

Eigenlijk had Schreurs de prijs in de jaren tachtig moeten ontvangen, net als de vergelijkbare auteurs Hein de Kort en Gerrit de Jager. Alledrie publiceren ze al decennialang in de Nieuwe Revu en ook qua thematiek zijn er veel overeenkomsten (grove humor doorspekt met seks). Schreurs ging met zijn plastische stijl net een stapje verder, waardoor hij echt controversieel werd. Een door hem getekende schoolagenda werd in 1991 uit de handel genomen. Toch was Klepzeiker heel populair. Het is een van de weinige Nederlandstalige strips waarvan meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank gingen.

De ouderwetse Klepzeiker is vervangen door een jongere variant, `Kleppie'. ,,Toen Revu de strippagina's halveerde, heb ik Klepzeiker ook letterlijk een kopje kleiner gemaakt en hem veranderd in een puber. Aanvankelijk werkte ik met tegenzin aan Kleppie, maar het gaf me een nieuwe impuls. Met Klepzeiker zat ik op een dood spoor. Nu bruist het weer.''

De controverses die Schreurs ooit opwekte, behoren definitief tot het verleden. Waren de normen en waarden toen dan zoveel strenger? ,,Je moet het nu heel erg bont maken, wil je mensen nog choqueren. Vroeger werd ik door de redactie nog wel eens teruggefloten, maar nu kan alles. Ik denk dat dat inderdaad te maken heeft met normvervaging. Zonder arrogant te willen klinken, denk ik dat ik toen de weg heb geplaveid voor andere tekenaars, die ook extreme dingen wilden tekenen.''

Enige tijd geleden verraste Schreurs met exposities van zijn vrije werk en de catalogus Strange Flesh. ,,Dat vrije werk moet je letterlijk nemen. In mijn vrije tijd wilde ik graag eens iets anders maken dan het knellende stramien van de strip, waarbij altijd rechtsonder een punchline moet staan. Bij die tekeningen begin ik in het midden en vervolgens brei ik het hele vak vol, zonder dat ik rekening houdt met compositie. Omdat ik dan niet aan een bepaalde formule gebonden ben, kan ik alles erin kwijt. Het is een soort geestelijk exhibitionisme. Ik ben ook altijd aan het tekenen. De achteloze schetsen die ik maak, zijn vaak beter dan het uiteindelijke, met inkt bewerkte resultaat. Met mijn vrije werk probeer ik die dynamiek en schwung vast te houden.''

De recensies van Strange Flesh waren lovend, maar de verkoop valt volgens de tekenaar tegen. ,,Het is iets te heftig om boven de bank te hangen en ik heb ook gemerkt dat de kunstwereld raar in elkaar zit. Er zijn een paar types die aangeven wat je moet kopen en vervolgens rent iedereen met veel geld daar achteraan. Maar ach, wat is kunst? Mijn definitie van kunst is: een creatieve uiting die emoties losmaakt. Me dunkt dat ik dat al lang heb gedaan met mijn strips.''